‘Ik kan vloeken als een bootwerker’

Ex-zangeres Jerney Kaagman is directeur van Buma Cultuur en jurylid van ‘Idols’. Een grande dame van de Nederlandse pop, die ook ‘een van de jongens’ is. Kaagman knokt voor de Europese muziek. „Terwijl alle mensen geld gooien in een parkeermeter, mag muziek ineens niks kosten.

Jerney Kaagman foto Patricia Steur B0093P 0240 Steur, Patricia

Jerney Kaagman praat als een dame, ziet eruit als een dame, woont als een dame. Maar schijn bedriegt. Uit haar mond rollen tirades en scheldwoorden. Tegen mensen die illegaal muziek downloaden, tegen ‘de Amerikanen’ die de Europese muzikanten ‘opzij duwen’, of tegen horecaondernemers die niet willen betalen voor muziekrechten. Kaagmans leven draait om muziek, of beter: Nederlandse muziek. Wie het Nederlands product afvalt krijgt een langzaam en hartgrondig weerwoord: „Jezus, wat een gezeur.”

Jerney Kaagman (1947, Den Haag) is nu vooral bekend als jurylid van Idols. Vanaf morgen is de nieuwe, vierde serie Idols op tv te zien. Tot 1983 was ze zangeres van de succesvolle band Earth and Fire. In een blauwleren broekpak zong ze het nummer Weekend in Toppop en danste met eigenzinnige ‘ronde’ bewegingen, alsof ze golfjes nadeed.

Ze woont in het Gooi met man Bert Ruiter, die vroeger bas speelde in Focus en Earth and Fire. Kaagman heeft geen kinderen. Vandaag loopt er een logeerhond achter haar aan. Ze pakt een krantenknipsel uit een mapje en legt het op tafel. „Kijk, het MKB, het middenkleinbedrijf, roept zijn leden op om de betalingen voor de rechten voor muziek die wordt gedraaid in horeca en winkels, niet meer te voldoen. Dat gaat om één tot drie euro per dag. Terwijl alle mensen geld gooien in een parkeermeter, uit eten gaan en sigaretten roken, mag muziek, waar iedereen dol op is, ineens niks kosten. Verrek, denk ik dan, zo’n klein bedrag! Waar hebben we het nou over!?”

Na haar carrière met Earth and Fire was Kaagman tien jaar voorzitter van BV Pop, de vakbond voor popmuzikanten die ze zelf had opgericht. In de jaren negentig werkte ze bij Radio Noordzee Nationaal, een commerciële zender die bijna uitsluitend Nederlands repertoire draaide. Sinds 2000 is ze directeur van Buma Cultuur (voorheen Conamus). Deze stichting zet zich in voor de promotie van Nederlandse muziek.

„Ik vind het nu leuk om dingen te organiseren waardoor anderen ook de wind mee krijgen”, zegt ze. „Ik heb zelf veel baat gehad, bijvoorbeeld, bij radio. Daar wordt nu veel te weinig Nederlands product gedraaid. Als je plaat niet op de radio komt, weet niemand dat hij bestaat. In de tijd dat wij met Earth and Fire begonnen, waren er veel Nederlandse bands die het goed deden: de Golden Earring, Shocking Blue, Sandy Coast, The Shoes. Dat was allemaal dankzij Radio Veronica en Radio Noordzee, die voor de kust lagen met hun boot. Zij zorgden voor een enorme omzet van nationaal repertoire. Dat was een leuke tijd. De dj's kwamen van dat schip en gingen daarna uit in Den Haag in Club 192, een hippe tent waar wij en al die andere bandjes optraden. Had zo’n dj net je plaatje gedraaid, en dan ontmoette hij je daar aan de bar. Er was direct contact.”

In Frankrijk wordt op de radio verplicht 30 tot 40 procent Franstalig product gedraaid. „Ik zou dat hier ook willen, ja. Niet per se Nederlandstalig, wel van Nederlandse herkomst. Maar het mag niet. De Fransen flikken het gewoon, onder het mom van ‘bescherming van de Franse taal’. Midden jaren negentig hadden we een grote opkomst van Nederlandse artiesten, zoals Marco Borsato en Skik. Dat was deels te danken aan Radio Noordzee Nationaal, die voor 90 procent Nederlandse producties draaide. Na de veiling van de etherfrequenties, is Noordzee Nationaal teruggevallen door de nieuw ontstane concurrentie. Op zijn nieuwe frequentie kon niemand de zender meer vinden. Dat ging me aan het hart. Dagenlang heb ik doorgebracht in de Tweede Kamer en in rechtszaal, om de veiling te voorkomen.”

Als directeur van Buma Cultuur bedenkt ze dagelijks nieuwe plannen en projecten ter ondersteuning van het nationaal product. Kaagman regelt, overlegt, en bezoekt beurzen zoals Popkomm in Berlijn of Midem in Cannes. Ze organiseert mede de conferenties Eurosonic in Groningen, en het Amsterdam Dance Event, dat op dit moment bezig is in Amsterdam. Ze is trots: „Amsterdam Dance Event is inmiddels de grootste danceconferentie ter wereld.”

Maar het frustreert haar dat Nederlandse muziek in het buitenland nauwelijks aan bod komt. „Daarom werken we ook over de grens. Samen met landen als Zweden, Finland en Frankrijk, hebben we nu het European Music Office opgezet, het EMO. Gezamenlijk willen we er voor zorgen dat er één Europese muziekmarkt ontstaat.”

„Het was altijd zo dat een artiest een plaat uitbracht en die ging exploiteren binnen het eigen taalgebied. Die grenzen moeten weg, zodat we tegenwicht kunnen bieden aan de muziek uit de Verenigde Staten. Amerikaanse en Engelse muzikanten komen hier hun winst halen, en wij worden aan de kant geschoven.”

Bij haar toewijding aan de Nederlandse muziek, past ook Jerney Kaagmans medewerking aan Idols. Deze muzikale talentenjacht op tv, die voor het eerst werd uitgezonden in 2002, gaf een nieuwe draai aan het bestaande idee van ‘talent ontdekken’. In het verleden maakte een zanger eerst een plaat, en werd dan een ster. Bij Idols wordt iemand eerst door het publiek als ‘ster’ gekozen, en mag daarna een plaat maken.

Voor Kaagman biedt Idols de mogelijkheid een boodschap uit te dragen. „Inmiddels weten de meeste mensen wel dat ik iets met Nederlandse muziek te maken heb”, zegt ze. „Of ze weten het niet precies, maar denken: Oh, dat is die mevrouw van dat liedje, of van de radio of van de Buma. Ik zie meedoen aan Idols als ‘free publicity’.”

Voor de nieuwe serie Idols schreef zich een recordaantal van 20.842 kandidaten in. De afgelopen weken werden in vijf verschillende steden de eerste selectieronden gehouden en gefilmd. Dat gaat zo: vrijdags worden door technici licht, geluid en decors opgebouwd in een plaatselijk hotel. Op zaterdag maken vier verschillende jury’s een voorselectie uit 3.200 kandidaten. Zaterdagavond arriveert de officiële jury: Jerney Kaagman, producer Eric van Tijn, en nieuwkomers John Ewbank – liedjesschrijver voor onder anderen Marco Borsato – en zanger Gordon.

Op zondag, tijdens een opnamedag die duurt van negen uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds, beoordelen ze de vijfenzeventig tot honderd kandidaten die van zaterdag waren overgebleven. „Als jurylid doe je iets dat je in het dagelijks leven meestal niet doet. Je zegt iemand recht in het gezicht wat je over hem denkt. Daar moet je je even eroverheen zetten”, zegt Kaagman, „Je kijkt naar iemand, en je moet direct formuleren wat je ziet, en wat je er van denkt. Op een diplomatieke manier, want we zitten er niet om de mensen tot op hun veters af te fikken. Bovendien willen we de mensen iets meegeven. Als ze weglopen zeggen we bijvoorbeeld: ‘Je bent door naar de volgende ronde, maar die broek wil ik niet meer zien’. Of: ‘Als je weer een liedje kiest, neem er dan een met de juiste toonsoort’.”

„Met 75 kandidaten op een dag maak je wel eens een misser, maar door de bank genomen kan ik het. Ik ben redelijk zelfstandig, ook in mijn denken. Ik heb geen hulp nodig. Voor een jury moet je mensen hebben die zelfstandig denken en die dat ook kunnen formuleren. Eerst wilde ik niet meedoen aan Idols, maar toen ze bleven aandringen, dacht ik: ‘Okee, als ze dat in me zien, moet ik het maar proberen.’ En het werkte. Als iemand tegen mij zegt: ‘Ik vind het heel erg rood’, dan heb ik genoeg autoriteit om te zeggen ‘Helemaal niet, ik vind het heel erg blauw’.”

Idols geeft haar een ‘bandjes-gevoel’. „We werden in het begin opgehaald met een busje zodat we allemaal op tijd zouden zijn. Dan zaten we daar met zijn allen, met muziek erbij, of een dvd. Vroeger met je band zat je ook in een busje. Dat gevoel herkennen we alle vier, omdat we allemaal dat verleden hebben. Dat geeft een goede sfeer. En dat moet in een jury. Je moet elkaar in die gesprekjes de bal toespelen.

„Ik ben vaak de enige vrouw onder de mannen geweest, in mijn werk, in de band. Ik heb ervaring opgedaan om met ze om te gaan. Ik weet hoe ze praten. Ik heb geleerd om grappen te maken, of om me ergens juist niets van aan te trekken. Ik denk dat dat wel te maken heeft met hoe ik nu reageer. Vaak gaan mannen zich anders gedragen als er een vrouw bij komt, maar bij mij meestal niet. Omdat ik niet zeur, geen privileges ontleen aan het vrouw-zijn, niet uit de school klap over wat ik met ze meemaak, of andere dingen doe die mannen denken dat vrouwen doen. En ik ben gewend om, zoals mijn vader zei, ‘very unladylike’ te zijn. Ik kan vloeken als een bootwerker.”

Toen Earth and Fire eind jaren zestig begon, waren Jerney Kaagman en Mariska Veres van Shocking Blue de enige vrouwen in de Nederlandse muziekscene. Nog altijd weegt het aandeel van vrouwen niet op tegen dat van mannen. „Misschien gebeurt het wel nooit”, zegt ze. „Een band moet spelen. De enige manier om je te ontwikkelen is spelen, spelen, spelen. Daar moet je alles voor opzij zetten. Vrouwen krijgen meestal toch de behoefte aan een kind. De ervaring leert dat de vrouw meer naar het kind trekt, dan naar de gitaar. Dat is ingewikkeld als je moet spelen. Je kunt een nanny nemen, maar dan moet je al behoorlijk aan je muziek verdienen. Dus als die vrouwen het voor hun dertigste, vierendertigste niet gemaakt hebben, gebeurt het vaak dat de band weer uit elkaar valt.

„De meeste vrouwen willen ook niet maanden uit een koffer leven. En dat is wel nodig als je iets wil bereiken. Je moet ‘een van de jongens’ zijn. Schouders eronder en gaan.”

Ze staat op en pakt een telefoon. Dan wijst ze naar buiten, naar de tuin waar floxen en dahlia’s bloeien. Kaagman woont in een vrijstaand huis. Kunnen we soms eens lekker gas geven, zegt ze, doelend op het volume van de audio-installatie.

Ze werkt inmiddels een kleine veertig jaar in deze scene. Welke rol speelt muziek nu in haar leven? „Eerlijk gezegd ben ik er minder mee bezig dan vroeger. Vroeger ging ik altijd dansen en wist ik precies ‘In die tent hebben ze leuke muziek’, of ‘Die tent is waardeloos’. Ik had overal muziek aanstaan. Ik hou nog altijd van de muziek uit mijn jeugd: Toto, Weather Report, symfonische muziek, met mooi liggende akkoorden. Ik ga graag naar North Sea Jazz. Nieuwe dingen horen, zoals laatst Wouter Hamel. Geweldig was dat. En ik draai commerciële house, van Tiësto of Armin van Buren. Dat is natuurlijk niet cool, maar ik ben de leeftijd te boven dat ik me moet afvragen wat cool is.

„Ik verdien nog steeds mijn boterham met muziek. Maar nu op een indirecte manier. Ik doe veel managementdingen, brieven schrijven en andere bezigheden waarbij ik niet ondertussen naar platen kan luisteren. Ik zeg wel eens: Ik wou dat ik weer iets met muziek kon doen.

„Nu is muziek vooral iets voor in de auto. Daar kun je echt goed luisteren. Vanochtend op weg naar huis draaide ik Rumours van Fleetwood Mac. Ik zette hem hard en dacht ineens ‘Verrek, daar zit nog een gitaartje.’ Dat had ik nooit eerder gehoord. Wel raar, zo’n nummer heb ik al zo vaak gehoord, en toch ontdek je er nog iets in.

„Soms kom ik thuis met de auto, en dan denkt Bert, wat doet ze, waarom stapt ze niet uit? Dan moet ik nog even een plaatje uit luisteren.”

De eerste uitzending van Idols is op 20 oktober, 20.00 op RTL4