Hoe nuttig moet de wetenschap zijn?

De belangrijkste drijfveer van wetenschappers is nieuwsgierigheid.

Daar is niets mis mee, maar zij moeten wel stilstaan bij de relevantie van hun onderzoek.

Aan onderzoek kunnen we twee eisen stellen: dat de wetenschappelijke kwaliteit hoog is en dat het maatschappelijk relevant is. De eerste eis is onomstreden. De eis van maatschappelijke relevantie is minder vanzelfsprekend en roept veel discussie op.

Om te beginnen is de relevantie vaak sterk afhankelijk van de aard van de onderzoeksuitkomsten en andere omstandigheden die onderzoekers en universiteiten niet in de hand hebben. Soms wordt een onderzoeksuitkomst ineens maatschappelijk relevant. Dat was het geval bij een in 1998 verricht onderzoek naar tilgordels, die bagagesjouwers op Schiphol dragen om rugklachten te voorkomen. Onze studie liet zien dat die tilgordels geen noemenswaardig effect hebben. Zo’n ‘negatieve’ studie is vaak lastig te publiceren. Maar we hadden geluk. In de Verenigde Staten was wetgeving in voorbereiding om tilgordels verplicht te stellen. Onze studie werd in recordtempo in een topblad afgedrukt en heftig bediscussieerd in de media en in hoorzittingen van het Huis van Afgevaardigden.

Universiteiten worden bekostigd uit publieke middelen. Aan onderzoek mag dan ook de eis worden gesteld dat het op zijn minst in potentie relevant is en kan leiden tot implementeerbare resultaten. Dat is het duidelijkst voor toegepast onderzoek. Maar het geldt naar mijn mening ook voor fundamenteel onderzoek, hoewel de relevantie daarvan veel moeilijker te voorspellen is en er soms tientallen jaren op moet worden gewacht. En vaak zal dat wachten vergeefs zijn, maar dat doet geen afbreuk aan de goede intentie.

Universiteiten moeten de wetenschappelijke kwaliteit en de maatschappelijke relevantie van het onderzoek transparant maken. Anders gezegd, doen we de goede dingen en doen we ze goed? De eerste vraag gaat over het oppakken van maatschappelijke problemen. De tweede vraag betreft zowel de kwaliteit van het onderzoek als de relevantie van de uitkomsten. De maatschappij heeft recht op een helder antwoord op deze vragen. Bovendien maakt een verwijzing naar het intrinsieke belang van fundamenteel onderzoek steeds minder indruk.

De aandacht voor maatschappelijke relevantie hoort thuis zowel aan het begin als aan het eind van de empirische cyclus. De belangrijkste drijfveer van veel wetenschappers is nieuwsgierigheid. Daar is helemaal niets mis mee. Bij het kiezen en het uitwerken van de vraagstelling hoort echter altijd ook een bezinning op de verwachte maatschappelijke relevantie. Deze overweging mag gelden als een kompas voor de te maken keuzen. Ik vind dat onderzoekers zich in deze fase rekenschap moeten geven van wat de meest brandende kwesties zijn in de ogen van stakeholders zoals burgers, patiënten, bedrijven en politici. Vanzelfsprekend wordt deze vrijheid ingeperkt door de aanwezige expertise en de beschikbare middelen voor onderzoek. Maar ik vind wel dat onderzoekers in deze fase een heldere ambitie moeten hebben om onderzoek te doen dat in maatschappelijke zin hout snijdt. Na afloop van het project is het de verantwoordelijkheid van onderzoekers om de resultaten te verspreiden in wetenschappelijke fora. En – voor zover relevant – onder professionals, politici en het algemene publiek.

Universiteiten moeten de maatschappelijke relevantie van onderzoek serieus nemen en erover rapporteren in termen van concrete prestatie-indicatoren. De aandacht voor maatschappelijke relevantie geeft ook een krachtig signaal aan studenten en jonge onderzoekers. Het laat zien dat het wetenschapsbedrijf niet uitsluitend om publicaties en citaties draait.

Kortom: ik vind dat elke onderzoeker zich niet alleen moet afvragen ‘Doe ik de dingen goed?’, maar ook ‘Doe ik wel de goede dingen?’ en vooral ‘What does it mean anyway?’

Lex Bouter is rector magnificus van de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. Zijn tekst is een verkorte versie van de diesrede die hij vanmiddag houdt ter ere van de verjaardag van de VU.

Bouters toespraak staat vanaf 16:00 u. op vu.nl/diesrede