Hier piepen de deuren

Susanna Clarke: The Ladies of Grace Adieu. Illustraties van Charles Vess, Bloomsbury, 235 blz. €22,75

Een ‘reisnacht’ van Londen ligt het plaatsje Wall. Het dankt zijn naam aan een oude torenmuur ter plaatse. In die muur zit een gat. Ga je er doorheen, dan kom je in een wereld die ze in Engeland ‘the magical world of Faerie’ noemen.

Wall is ‘gesticht’ door de Britse fantasy-auteur Neil Gaiman, ten behoeve van zijn door Charles Vess geïllustreerde roman Stardust (1998), onder het motto dat ook volwassenen sprookjes behoeven. Collega Susanna Clarke, die in 2004 met haar magische debuutroman Jonathan Strange & Mr Norrell tot de longlist van de Booker Prize doordrong, nam Gaimans credo ter harte en liet zich door het typisch Britse dorp inspireren.

In haar korte verhaal ‘The Duke of Wellington misplaces his horse’ (1999) stuurt ze onverschrokken de beroemde ‘IJzeren Hertog’ alias ‘Prins van Waterloo’ door de torenmuur in Wall, nadat zijn paard Kopenhagen daar verdween. En ook historische en literaire beroemdheden als Mary Queen of Scots, Queen Mab, Repelsteeltje (onder de naam ‘Tom Tit Tot’) en de romantisch geaarde magiër Jonathan Strange uit haar eigen vuistdikke roman, laat Clarke naar hartelust balanceren op de grens van historische werkelijkheid en ‘Faerie’.

Dat doet ze overtuigend. Clarkes taalgebruik – een echo van Jane Austen – is weloverwogen en meeslepend. Als geen ander brengt zij daarmee het Engelse landschap tot leven. Met wolkenluchten waarin ‘licht en schaduw elkaar zo snel opvolgen dat het lijkt alsof grote hemeldeuren worden geopend en gesloten’. Met steile beboste valleien, gure, over veenmoerassen jagende winden en door half vergane eiken omsloten oude tochtige landhuizen waaran de zware deuren immer kraken en piepen. ‘Pittoresk, mysterieus en een uitstekend gebied voor romanschrijvers, maar vreselijk om te wonen’, becommentarieert mister Simonelli (een van Clarkes personages) met lichte ironie zijn nieuwe woonplek in Derbyshire.

Behalve Clarkes ironie en relativerende humor maken ook haar voetnoten en de geloofwaardig gebrachte introductie over de ‘development of magic in the British Isles’ van Professor James Sutherland van de Universiteit van Aberdeen, de bundel de moeite van het lezen waard.

Jammer is dat Clarkes karakters – Britten eigen – de deur naar hun ziel angstvallig gesloten houden en dat ook de inhoud van de sprookjesverhalen nogal wisselt. Het slotverhaal is nietszeggend vergeleken met het titelverhaal, of met het dubbelzinnige ‘Tom Brightwind’, over de voor- en nadelen die een vrouwonvriendelijke arrogante fee en jood ondervinden van het ‘anders zijn’.

Veel verhalen in de bundel zijn vermoedelijk oude vingeroefeningen voor Jonathan Strange & Mr Norrell, waar Bloomsbury na het succes van het tovenaarsduo dankbaar gebruik van maakt. Niet onterecht. Restanten als in The Ladies of Grace Adieu zijn te goed om aan de papierversnipperaar te voeren.