Het strafblad van Doris Lessing

Doris Lessing… Waar ging dat ook al weer over?’ Aldus politica Mei Li Vos, op de voorpagina van de Volkskrant, een dag na bekendmaking van de toekenning van de Nobelprijs voor de Literatuur aan Doris Lessing. Allemachtig. Mei Li Vos, ga terug naar de middelbare school! Aan het woord komt ook juriste Heleen Mees, die van literatuur een wedstrijd tussen man en vrouw maakt: ‘Een oeuvre waar geen man tegenop kan’.

Waarom vraagt men in vredesnaam aan een politica, die laat blijken zich geen enkele boek van Lessing te kunnen herinneren, en een juriste, die ik nog nooit op subtiliteit of op één zinnig woord over literatuur heb kunnen betrappen, naar hun mening over Lessing? Waarom niet, behalve Kristien Hemmerechts, docent Engelse letterkunde en schrijfster, meer schrijvers, literatuurcritici, docenten of hoogleraren Engelse letterkunde naar de literaire merites van Lessing gevraagd?

Dat komt door de vraag die de Volkskrant over deze Nobelprijswinnaar – de 11e vrouw in de geschiedenis van de 104 laureaten – beantwoord wil zien: ‘Is Lessing anno 2007 nog steeds een icoon voor het feminisme?’ Ook van mij is overigens een citaat opgenomen. Een half uur sprak ik met een redactrice over Lessings stijl, haar personages, haar zeggingskracht, en over waarom het zo lang moest duren voordat Lessing de prijs kreeg. Op die vraag antwoordde ik dat het misschien zo was dat het feministische stempel dat Lessing sinds The Golden Notebook (1962) werd opgeplakt, tegen haar heeft gewerkt. De vraag waaronder ik dat antwoord vervolgens geschaard zag, is mij overigens niet gesteld.

Dat het label ‘feministisch schrijver’ niet als compliment werkt, blijkt pijnlijk uit verschillende reacties op de keus voor Lessing. Harold Bloom, een conservatieve Amerikaanse criticus, oordeelde dat de keuze getuigde van ‘pure politieke correctheid’ en liet weten dat Lessing aan het begin van haar carrière wel wat ‘bewonderenswaardige kwaliteiten had’, maar dat haar werk van de laatste vijftien jaar ‘onleesbaar’ was: ‘vierderangs science fiction’. Michaël Zeeman schreef op een neerbuigend toontje in een profiel in de Volkskrant dat ‘veel vaker genoemde’ en ‘hoger gewaarde auteurs als Philip Roth, John Updike en Amos Oz’ gepasseerd waren. Hij weet dat aan het feit dat het comité al jaren het verwijt krijgt ‘een te sterke voorkeur voor mannelijke auteurs aan de dag leggen. In het sterk feministische en egalitaristische Zweden geldt dat laatste als een doodzonde’. Zeeman concentreerde zich vervolgens uitvoerig vooral op Lessings latere werk: ‘weinig grijpbare en soms moeilijk begrijpelijke exploraties van kosmisch dromen en onderbewust diepzinnig leven.’

Nu staan Bloom en Zeeman niet bepaald bekend om hun intelligente commentaren op schrijvende vrouwen, laat staan vrouwelijke Nobel-laureaten. In een aflevering van Zeeman met Boeken, zo’n acht jaar geleden, vroeg Zeeman ooit aan zijn gasten wie de Nobelprijs voor de Literatuur verdiende. ‘Elfriede Jellinek’, suggereerde Joke Hermsen. Zeeman schudde meewarig het hoofd en mompelde iets over het feminisme. (Jellinek kreeg de Nobelprijs voor de Literatuur in 2004)

Maar het kan bonter. Leonie Breebaart overtrof in Trouw beide heren glansrijk en sprak van een ‘teleurstelling’ toen ze vernam dat Lessing had gewonnen: ‘Waarom niet Philip Roth, of Harry Mulisch of als het toch een vrouw moet zijn, Hella Haasse?’ Als het toch een vrouw moet zijn? Het staat er echt. En het wordt nog erger. ‘Het bericht dat Doris Lessing de Nobelprijs voor de literatuur had gewonnen werd op de redactie van Trouw niet meteen met gejuich onthaald als dat bij Coetzee wel het geval was. […] Sommige vrouwen waren in de jaren zeventig onder de indruk geraakt van The Golden Notebook (1962) een soort bijbel van de vrouwenbeweging.’Sommige vrouwen? Miljoenen wereldwijd, mevrouw Breebaart! The Golden Notebook louter een ‘soort bijbel van de vrouwenbeweging’? Heeft Breebaart überhaupt de moeite heeft genomen om The Golden Notebook te lezen? Breebaart concludeert dat Lessings ‘emancipatoire kwaliteiten zwaarder hebben gewogen dan haar literaire’.

Allemachtig, Breebaart, léés! Lessing is een van de veelzijdigste, meest inspirerende en vernieuwende auteurs van deze eeuw. Ze heeft een imposant en divers oeuvre (meer dan 50 boeken!) op haar naam, dat bestaat uit fictie, sciencefiction, non-fictie, korte verhalen, libretto’s voor opera, poëzie, theater, een stripboek en twee delen van haar autobiografie. Als geen ander was ze zich bewust van het hokjesdenken en verzette ze zich ertegen.

Als niet Elsbeth Etty een prachtige lofzang over de geniale compositie, de sprankelende taal en de openheid in The Golden Notebook had geschreven in deze krant, en Dirk-Jan Arensman niet de loftrompet over haar had afgestoken in het Parool (Philip Roth moet gewoon maar even geduld hebben, schreef hij) had ik bijna de moed opgegeven dat het ooit nog goed komt met de ‘vrouwenkwestie in de literatuur’.

Sinds Cox Habbema zich in verklarende zin uitliet over de afwezigheid aan vrouwelijke genomineerden op de Libris Literatuurlijst (vrouwen zouden teveel over ‘relatieproblemen’ en ‘kleine persoonlijke wissewasjes’ schrijven), is die ‘vrouwenkwestie’ ook in Nederland weer in alle hevigheid opgelaaid. Heleen Mees was daarbij overigens niet de beroerdste om weer eens een standje uit te delen naar haar seksegenoten. In haar column ‘Weg met de chicklit!’ schreef ze: ‘Het echte probleem is dat relatief weinig vrouwen in Nederland een serieuze poging doen om een goed boek te schrijven.’ Tijdens een debat over de vrouwenkwestie op 10 september 2007 in debatcentrum De Balie bleek uit de intelligente bijdragen van onder anderen Marja Pruis, Erica van Boven en Daniëlle Serdijn daarentegen dat het geringe aantal vrouwelijke winnaars is te wijten aan een complex van factoren waarin zowel vrouwelijke als mannelijke critici, uitgeverijen, boekhandels en de samenstelling van jury’s een rol spelen.

En we hebben er nu nóg een pijnlijk inzicht bij. Het feminisme is zoiets als een strafblad. De reacties op Lessings uitverkiezing demonstreren dat, als je ooit iets met het feminisme te maken hebt gehad, je alleen maar als de uitzonderlijke ‘vrouwelijke’ winnaar kan worden aangemerkt, die weliswaar veel deed voor de emancipatie, maar die nooit als volwaardige schrijver telt, laat staan als universele mens.