Het meten van de wereld

De nieuwe Bosatlas van Nederland illustreert een trend in de cartografie, die naar een ongekende en verbluffende detaillering. Maar zo gaat er ook iets verloren. Want atlassen zijn er niet alleen voor hen die willen weten, ze zijn er ook voor dromers.

De Bosatlas van Nederland. Wolters-Noordhoff, 560 blz, €129,– (Introductieprijs €99,–).

The Times Comprehensive Atlas of the World. 12de editie. Times Books, 544 blz, €199,–.

De cartograaf is de portretschilder van de werkelijkheid. Althans, dat zei iemand uit het vakgebied me ooit. In dat geval is in De Bosatlas van Nederland een fijnschilder aan het werk geweest, iemand die op de millimeter nauwkeurig elk aspect van zijn onderwerp reproduceert, maar misschien te weinig durft over te laten aan de fantasie. Zeg maar: Henk Helmantel.

Uitgeverij Wolters-Noordhoff doet al enige tijd haar best meer te bieden dan de Bosatlas die we allemaal kennen uit onze middelbare schooltijd. Die wereldatlas versleet sinds 1877 meer dan vijftig edities. In 2004 kwam de uitgever met een luxe-editie van De Wereld Bosatlas, een concurrent voor de maat aller atlassen: de Times. De Bosatlas van Nederland is de eerste die zich alleen op ons land toelegt, met aan bezetenheid grenzende inzet.

Voor alles is dit een naslagwerk, iets waaraan bij de presentatie te weinig aandacht is besteed, zo driest werd het boek bij het debat over nationale identiteit gesleept. De ene atlas, zo blijkt, is de andere niet. Wat hebben de makers van de Bosatlas beoogd? Hoe is de opzet en hoe de uitvoering?

Om met het laatste te beginnen: de uitvoering is subliem. In een luxe cassette en op hoogwaardig papier wordt degelijke topografie afgewisseld met een stortvloed aan themakaarten. Prachtige luchtfoto’s van Karel Tomeï geven in vogelvlucht een beeld van een divers, netjes aangeharkt en strak geregisseerd land, waar zelfs de natuur uit boetseerklei bestaat. Inhoudelijk is het boek vooral onuitputtelijk. Waar kun je het langst in de zon zitten? Waar wordt het meest gejogd? Wat zijn de bezoekersaantallen van voetbalclubs, en welke topclub heeft de diepste ‘marktpenetratie’? Werkelijk alles lijkt vastgelegd: woningdichtheid per regio, het aantal bioscopen per hoofd van de bevolking, de afstand tot medische hulp.

De nadruk ligt hier op ‘lijkt’, want de redactie erkent dat er een veelheid aan mogelijke andere thema’s bestaat. Sterk is de Bosatlas in die delen waar hij een les wordt in vaderlandse geschiedenis, zowel politiek als sociaal. Opkomst en ondergang van volkeren, tijden van bezetting, de vorming van de staat Nederland, ze komen aan bod. Het bewijst dat het ouderwetse aardrijkskunde eigenlijk multidisciplinair is. Economie, demografie, geschiedenis, politiek en cultuur zijn alle met kaarten inzichtelijk te maken.

En toch wringt er iets. Voor zo’n gewichtig naslagwerk ogen de thematisch keuzes vaak arbitrair. In de provincie Groningen zien we de meeste boekhandels per hoofd van de bevolking. Waarom wordt niet duidelijk, noch het belang van deze wetenschap. Kun je via dergelijk meten wel bij begrip komen, of is er sprake van die opperste leugen: statistiek? Zoals Daniel Kehlmanns roman Het meten van de wereld – over de meetgrage ontdekkingsreiziger Alexander Von Humboldt, en de thuis in zijn stoel nadenkende wiskundige Carl Friedrich Gauss – de beperkingen van obsessief meten blootlegt, zo ook de Bosatlas. Er is een onverschrokken poging gedaan een veelheid aan sprekende kenmerken te vergaren, maar het meten baart soms een oppervlakkig en misleid weten. Dat geeft dit grote streven een tragische vergeefsheid.

De Bosatlas past in een trend in de cartografie: het streven naar extreme detaillering. Uiteindelijk zal dit leiden tot computer-geanimeerde kaarten. Verschillen tussen dag en nacht, zomer en winter, zullen voor je ogen zichtbaar worden; zo ook vegetatiedichtheid, intensiteit van verkeer, bewoning van forenzensteden gedurende kantooruren. De uiterste consequentie is een cartografie waarin het individu zelf geografische informatie wordt: Google Earth, maar dan live en verfijnder. Vanachter de computer kun je jezelf door het dakraam zien zitten, achter de computer waarop je jezelf door het dakraam ziet zitten. De kaart is geen geabstraheerde werkelijkheid meer, maar een 3D-animatie in realtime. Een dynamische weerkaart van alles.

Of we daar blij mee moeten zijn is de vraag. De Bosatlas opent met een cartografische geschiedenis van Nederland, inclusief die merkwaardige, totaal incorrecte projecties uit de Middeleeuwen. Ze hebben de betoverende charme die uit moderne, thematische kaarten is verdwenen. In de Bosatlas nemen puur topografische kaarten nog maar 23 van de 558 pagina’s in.

Liever heb ik dan The Times Comprehensive Atlas of the World. Dit standaardwerk, waarvan afgelopen maand de twaalfde editie verscheen, is een kloeke band waarin op 125 grote platen de topografie van de gehele wereld wordt getoond. Hier ook enige duiding vooraf, in de vorm van statistieken en themakaarten over de wereldeconomie en klimaatverandering. Ook hier een beetje cartografische geschiedenis. Maar veel meer dan in de Bosatlas ligt de nadruk op de landkaart. En juist daarin schuilen het mysterie en de magie van een atlas.

Landkaarten bevatten niet alleen informatie, ze bekoren ook met hun abstracte schoonheid. Amorfe vlakken in vervloeiende kleuren, de zoekende lijnen van rivieren, asfalt en spoorwegen. De taal voegt daar nog een dimensie aan toe. De klanken suggereren iets: roepen hele werelden op. Sla de Times maar eens open op een willekeurige pagina. Kaart 38, nabij de Bering Straat, het Russische stadje Provideniya, Voorzienigheid. Dat moet haast een ironische naam zijn, want wat is dat voor plek? Ik stel me kruiende ijsschotsen in een haventje voor, en een gesloten volk dat in parka’s door de straten schuifelt. Met de wereld heb je in Provideniya niks te maken – de wereld is er een mythe, middels stralen de huiskamer binnengebracht, zo ze er al tv hebben. Wie dit voorzien had, was er nooit gaan wonen.

Het is opmerkelijk dat een atlas nog zoveel lege, oningevulde plekken voor ons in petto heeft. We weten steeds meer over andere landen, maar ons kenvermogen is beperkt: er zijn grenzen aan het hoofd. De Times biedt de vormen en de namen, de hiaten moet je met je fantasie invullen. Het echte reizen gebeurt zo in je hoofd. Deze atlas vertelt niet hoe de wereld ís, hij fungeert als een spiegel die je toont hoe jij je de wereld voorstelt. Dat maakt deze atlas tot een verhalend boek.

Dit zijn twee monumentale, prachtig vormgegeven, maar heel verschillende uitgaven. De Bosatlas imponeert met het detail waarmee haar beperkte onderwerp is ingevuld. Het is geen verre reis die je hier maakt, maar je bent lang genoeg op de plek van bestemming om die echt te leren kennen. Veelvuldig werd bij de lancering gesuggereerd dat dit boek bewijst dat de Nederlander wel degelijk bestaat: hier zien we hem en zijn land immers gefileerd, inclusief de geschiedenis die hem gevormd heeft. De Volkskrant gaf zelfs als tip om inburgerende nieuwkomers een exemplaar cadeau te doen. Het zou ze de noodzakelijke basiskennis bijbrengen.

Tot op zekere hoogte klopt dat. Letterlijk en figuurlijk is de Bosatlas gelaagd. Het is een boek voor zij die willen weten, en de vragen die het oproept – en soms beantwoordt wanneer je kaarten naast elkaar gaat leggen – zijn intellectuele vragen. Tegelijk schuilt in de opzet ook een zwakte. De indruk van volledigheid wordt door de onuitputtelijke realiteit ontmaskerd: klagende carnavalsverenigingen hebben Wolters-Noordhoff al bewogen tot het maken van een volledige kaart met carnavalsnamen. Dat om redenen van ruimte en overzichtelijkheid niet elk gehucht en buurtschap genoteerd is, kon de feestvierders niet overtuigen.

De discussie en het gekrakeel over de Bosatlas onderstrepen dat het een bij vlagen oer-Nederlands boek is, in de kwalijke zin van het woord: het summum van navelstaren, vol pietluttigheden die het grotere geheel dreigen te overschaduwen. Hij is kortzichtiger dan de Times, want waarschijnlijk snel gedateerd. Laat Heerenveen degraderen en je kaart met bezoekersaantallen en marktpenetratie kan bij het vuilnis. De waan van de dag verheven tot een vermeend houdbaar naslagwerk.

The Times Comprehensive Atlas of the World imponeert in de breedte: er is geen toegankelijk, enigszins betaalbaar boek op de markt dat de wereld zo nauwgezet ontvouwt. Dit is op het oog wel een tweedimensionaal boek, want afgezien van de openingssectie ontbreekt duiding middels themakaarten. We krijgen een legenda en pure topografie: kaarten met rivieren, steden, landen, namen. Het boek zegt ons: maak er maar wat van. En daarin zitten de extra dimensies, de verdieping. Dit is een atlas voor dromers, voor zij die verre, exotische reizen maken vanuit de leunstoel. Dat hoeft niet eens een reis naar een bestaande plek te zijn – juist niet. Het is een reis naar de verre oevers van de fantasie, op basis van een abstracte lijn en de klank van een woord. Het is een soort geofictie – die opmerkelijke hobby van mensen die hun eigen kaarten en landen verzinnen. De beetjes kennis die je hebt, vervloeien onvermijdelijk met wat je ten onrechte veronderstelt, vermoedt, hoopt en vreest. Je maakt de wereld, en laat hem je niet voorkauwen.

Voor mij is het verschil tussen deze twee atlassen het verschil tussen kennis en kunst. Aan beide is behoefte. Dat je het ene boek vaker zult openslaan dan het andere zal verraden waaraan je persoonlijke behoefte het grootst is.