Het gevoel van meester Staal

Vanmorgen begon de actie Nederland Leest, waarin 957.500 exemplaren van Theo Thijssens ‘De gelukkige klas’ gratis worden verspreid.

Er was eens, in de jaren zeventig van de vorige eeuw, een minister van onderwijs die ouders opriep om, wanneer het hun goed dacht, de klas van hun kinderen binnen te lopen. Nooit eerder had een minister van Onderwijs zo weinig van het onderwijs begrepen. Geen enkel besef had hij van het precaire evenwicht tussen leerkracht en klas. Juist dát subtiele spel is met groot inlevingsvermogen weergegeven in De gelukkige klas.

Onlangs, bij het opruimen van mijn kamer, vond ik een schrift. 1947, vierde klas lagere school. Het papier was grauw, met hier en daar flintertjes hakstro waarin je pen bleef haken. Op het verkleurde groene kaft stond een rijmpje:

Wil over dit papier niet klagen,

Het wordt weer goed in beter’ dagen.

Die regels uit het na-oorlogse, de geur die zich van de bladzijden losmaakte, de rijtjes werkwoordvervoegingen in de ovt, brachten een hele wereld boven. Ik herinnerde mij het uitdelen van de leesboekjes, het om beurten hardop lezen, de wandplaten met de brute ‘Moord op Willem van Oranje’ en de ‘Walvisvaart’. En het heerlijke verteluurtje van de meester aan het einde van de week.

Thijssens roman heeft de vorm van een dagboek. Meester Staal, onderwijzer aan een lagere school in Amsterdam, noteert in een gevoelige, beeldende stijl de belevenissen met zijn klas. We maken twee opeenvolgende jaren van zijn onderwijzersleven mee. In het begin geeft hij les in de vierde, halverwege gaat meester met zijn kinderen mee naar de vijfde. Zo volgen wij de ontwikkelingsgang van leerkracht en leerlingen. En die leerlingen krijgen ieder een eigen gezicht: de praatzieke Sara Lam, het al ernstige vrouwtje Hilletje, de bravourige Wim Vaes, de bescheiden Piet Stempel, de zielige Louis van Rijn en de braverik Fok Goosens, die de meester altijd na schooltijd helpt.

Ik geef Thijssen het woord: ‘Laat ik het voor mijzelf maar een flirt noemen. […] De klas is een stukje gemeenschap dat als individu optreedt. Telkens als een van de kinderen spreekt, geschiedt dat op een wijze waarin ik voel: jij spreekt namens het hele stel. […] En tegen wie spreek ik? Ook niet tegen een kind afzonderlijk, dat lijkt maar zo; ik spreek tegen de klas als geheel. De klas heeft een eigen ziel.’

Ofwel: de klas is een gemeenschap, een kleine op zichzelf staande wereld die niets van allerlei indringers als bijvoorbeeld een inspecteur wil hebben. En binnen die kleine samenleving is er de heel specifieke onderwijssituatie: de meester die weet en de klas die nog niet weet. Opdat de kennisoverdracht gelukt, moet er van beide kanten aandacht zijn.

Een tijdje geleden maakte ik me weer eens erg kwaad. Een hoge ambtenaar op het ministerie beweerde: ‘De tijd is voorbij dat een leraar de deur van zijn lokaal achter zich sluit…’ Volgde een lange boutade tegen het frontale lesgeven, het klassikale systeem. Ik dacht: wat zou het goed zijn als deze modieuze ‘vernieuwer’ het boek van Thijssen las, maar waarschijnlijk leest zo’n man alleen maar rapporten, van zijn eigen ministerie.

Niet dat alles ideaal gaat in de klas van meester Staal. Naast aandoenlijke en humoristische zijn er ook grimmige momenten. Overwerkt – Staal vertoont alle verschijnselen van de moderne burn-out – slaat hij een kind de klas uit. Hij ondergaat zijn daad als een diepe nederlaag. De tranen schieten je in de ogen als je leest hoe hij het met deze jongen weer goed maakt.

Absoluut hoogtepunt in de roman is de inrichting van de klassenbibliotheek. Meester en leerlingen maken samen een catalogus. Dan blijkt ook ineens de hebbelijkheid van meester Staal, een hebbelijkheid die hij tot principe heeft verheven. De kinderen horen niet alleen de titel van een boek te kennen, ze moeten ook weten wie de schrijver is. Ten slotte heeft iedereen een boek en lezen we: ‘Was het verbeelding van me dat m’n klas ’n ietsje verwaander dan anders wegstapte, met de gewichtige bibliotheekboeken gewichtig ingepakt onder de arm?’

De gelukkige klas is een springlevend en kostelijk boek. Het is een krachtig pleidooi voor de magie tussen een leerkracht en zijn klas, voor die bijzondere gemeenschap waar veel nuttige kennis wordt opgedaan en op natuurlijke wijze wordt geleerd om met elkaar te leven.

Theo Thijssen: De gelukkige klas. Stichting CPNB, 202 blz. Wordt gratis verspreid via bibliotheken en op scholen.