Een provocatie in slaperig Bern

De rechts-populistische Zwitserse Volkspartij wist de verkiezingscampagne te versmallen tot een debat over vreemdelingen.

„Moed is wat je nodig hebt in de politiek. Silvia, jij hebt dat. Moed.”

„Dames en heren, zij is moedig!”

Vanavond hebben de vrouwen van de rechts-populistische Zwitserse volkspartij SVP, afdeling Fribourg, Silvia Blocher te gast: de vrouw van de man die hun partij de grootste van het land maakte. Christoph Blocher is sinds 2003 minister van Justitie. De parlementsverkiezingen van zondag draaien om vreemdelingen, een issue dat hij op de agenda heeft gezet. Daardoor draaien de verkiezingen grotendeels om hem, en de haat en sympathie die hij oproept. Silvia Blocher, die zelden van zijn zijde wijkt, houdt lezingen over ‘De politiek in mijn leven’. Vanavond voor het eerst in het Frans.

De SVP-vrouwen zijn trots dat ze is gekomen. In de media mag deze magere, keurig gekapte vrouw even omstreden zijn als haar man – nu wordt ze er weer van beschuldigd zijn dienstauto te veel te hebben gebruikt. Maar hoe meer zij op haar kop krijgt, hoe meer de partijleden haar bewonderen. Ze vecht voor haar overtuiging, ondanks „beledigingen, complotten en censuur van de linkse elite”. Vandaar dat het woord ‘moed’ in dit beige zaaltje onder het Parkhotel veel valt.

Aanwezig zijn: een oude heer in lederhosen en bloemetjesvest, tientallen echtparen vanaf middelbare leeftijd, enige SVP-politici, een studente uit Bern, een lokale journalist. En, parbleu, een buitenlandse correspondent. „Jullie schrijven altijd leugens over ons,” snibt een vrouw met uitgegroeid permanent. „Dus luister maar eens goed. De Fransen hebben Cécilia, wij Césilvia!”

Die vergelijking slaat enkel op het feit dat Frau Blocher, net als Madame Sarkozy, nogal van zich doet spreken. Verder hebben zij – behalve puntige gelaatstrekken – niets gemeen. Silvia Blocher staat al decennia pal achter haar man, die ooit tegen gelijke rechten voor vrouwen in het huwelijk stemde, en nu minaretten wil verbieden en jeugddelinquenten van buitenlandse afkomst met hun familie Zwitserland uit wil zetten. Vanavond schetst ze, in langzaam Frans (beter dan haar man), haar jeugd in het Zürcher Oberland, waar dorpscarnaval niet enkel hossen was: „Er waren herders in linnen hemden, op klompen. En Wilhelm Tell. Men zwoer plechtig op een tekst van Friedrich Schiller: ‘Wij zijn een volk dat niemand scheiden kan’.” Even later: „Als je kinderen geen mythes vertelt, hebben ze geen wortels. Dan kan patriottisme niet groeien.”

Ze reisde als 16-jarige een jaar naar Amerika, had heimwee maar „zag ook de voordelen van ons land”, zoals „de directe democratie, neutraliteit, veiligheid, dorpsleven”. Ze trouwde, gaf wiskundeles, kreeg vier kinderen. Haar man begon een chemisch bedrijf, werd multimiljonair en ging de politiek in. Hij scoorde bij boeren en kleine middenstanders, huiverig voor verandering. Later kwam het vreemdelingenthema. En de Europese Unie, waar Zwitserland uit moest blijven. Met die thema’s werd de partij groot: dit sprak rechts en angstig Zwitserland aan.

Met bijna 27 procent van de stemmen werd de SVP in 2003 ’s lands grootste, vóór de socialisten. Volgens de laatste officiële peiling komt de SVP zondag net boven de 27 procent. Ook bij andere partijen beweegt het nauwelijks. „De SVP zit aan zijn grens,” denkt Hans Hirter, politicoloog aan de universiteit van Bern.

Waarschijnlijk geen aardverschuivingen dus, zondag. Dat betekent dat de Zwitsers moeten leren leven met de polarisatie die de afgelopen vier jaar, met Blocher, in de politiek is geslopen. Blocher houdt van provoceren. Zelf zegt hij dat ‘oproepen tot debat’ (de Latijnse betekenis) vitaal is voor de democratie. Maar volgens Hirter móet Blocher provoceren. „Het is zijn handelsmerk. Redelijke partijen zijn er genoeg. Hij roept als enige rauwe emoties op. Dat moet hij blijven doen, wil hij zijn kiezers behouden.”

Velen zijn geschokt over de heftige verkiezingscampagnes. Eerst was er die SVP-poster waarop witte schapen een zwart schaap van de Zwitserse vlag aftrappen. Toen het filmpje met vechtende allochtone jongeren, dat suggereerde dat vreemdelingen crimineel zijn; de acteurs stapten naar de rechter omdat ze niet wisten dat ze dáárvoor waren ingehuurd. Daarna de rel rond de openbaar aanklager die was opgestapt: velen denken dat Blocher hem daartoe dwong, om een gerechtelijk onderzoek naar een bevriend bankier te stoppen. SVP’ers werden voor Hitler uitgemaakt. Onlangs werd een SVP-mars in slaperig Bern verstoord door anarchistische knokploegjes, waarbij 20 gewonden vielen.

Anders dan in andere landen vormt de winnende partij hier geen regering. De Zwitserse regering heeft zeven ministers die uit de vier grootste partijen komen. Die horen partijpolitiek achter zich te laten en – intern verdeeld of niet – met één stem te spreken. Blocher lapt die traditie aan zijn laars. Nu zeggen ook andere ministers hardop dat de schapenaffiches „smakeloos” zijn, of dat de SVP buitenlandse investeerders afschrikt. Parlementariërs lobbyen om in december, als het parlement de regering zijn jaarlijkse fiat moet geven, voor stemmen tégen Blocher. Een „oorlogsverklaring” noemt Blocher dat.

In het Parkhotel is het tijd voor vragen aan Silvia Blocher. Maar niemand snijdt inhoudelijke punten aan. Wel dit: „Heeft u altijd zoveel bodyguards? Wie betaalt ze?” Of: „Bent u niet bang dat de kinderen iets overkomt?” Of: „Wordt u niet moedeloos van de leugens die ze over u verspreiden?” – vragen die leiders bij het Vlaams Belang of Front National intern ook krijgen.

„Er zijn zoveel slechte mensen,” zucht Silvia Blocher meermalen. Zo vindt ze dat iedereen die maar een vleug racisme ontwaart in de schapenposter, van kwade zin is. „Ze willen het niet begrijpen. Expres niet. Maar ik vecht door. Voor Zwitserland en de Zwitsers.”