Een actrice om niet te vergeten

Hollywoodster Deborah Kerr speelde vaak de ‘goede vrouw’, met heimelijke verlangens, die toch weer naar de oppervlakte komen. Ze overleed deze week.

Deborah Kerr, 1953 (Foto AFP) (FILES) This file picture taken 10 September 1953 shows English actress Deborah Kerr posing in an unknown location. Kerr, who suffered from Parkinson's disease, died at the age of 86 in Suffolk 18 October 2007 announced her agent today. AFP PHOTO AFP

Exact zestig jaar geleden vertrok de dinsdag overleden Britse actrice Deborah Kerr naar Hollywood, met een zevenjarig contract met de MGM-studio onder de arm. Uit onvrede met de middelmatige rollen die de filmstudio haar aanbood, werkte ze daarna freelance. In twaalf jaar tijd werd ze zes keer genomineerd voor een Oscar, onder meer voor From Here to Eternity, The King and I en The Sundowners, die ze nooit won. Ter compensatie ontving ze in 1994 een speciale Oscar, voor de „perfectie, discipline en elegantie” van haar acteerwerk. De met lang, rood haar gezegende Kerr was een fragiele verschijning die vaak de ‘goede’ vrouw speelde, de betrouwbare echtgenote op wie de man kon rekenen als vaste waarde in zijn leven. Dit gaf haar een preuts en zedig imago, maar altijd met een onder de oppervlakte broeiend gevoelsleven. Om te breken met dit imago, speelde ze de rol van overspelige vrouw in Fred Zinnemanns From Here to Eternity (1953). Velen hebben het klassieke beeld van haar en Burt Lancaster, die gepassioneerd vrijen in de branding, op hun netvlies gegrift staan. Het was in de jaren vijftig een scandaleus beeld.

De op 86-jarige leeftijd aan de ziekte van Parkinson gestorven actrice werd op 30 september 1921 geboren in Helensburgh, Schotland. Ze debuteerde in 1941 in Major Barbara, een verfilming van een toneelstuk van G.B. Shaw. Haar schoonheid werd opgemerkt door regisseur Michael Powell, die haar castte in een driedubbelrol in The Life and Death of Colonel Blimp (1943), onder andere als muze/ideale vrouw. Powell gebruikte haar weer in Black Narcissus (1947), haar laatste Britse optreden. Hierin speelt ze een non die een gevecht levert tussen spiritualiteit en meer aardse verlangens; een blauwdruk voor menige vervolgrol. Ze excelleerde in het spelen van diep weggestopte seksuele gevoelens die weer naar de oppervlakte komen. Op subtiele wijze komen er barstjes in haar kalme voorkomen. Een van de beste illustraties hiervan is haar rol van Victoriaanse gouvernante in Jack Claytons The Innocents (1962), naar een verhaal van Henry James. De zeer preutse vrouw gaan langzaam geloven dat de kinderen op wie ze past bezeten zijn door boze geesten. Op een avond wenst het zoontje haar welterusten en kust haar vol op de mond. Dan volgt een onvergetelijke close-up, waarin Kerrs gezicht zowel afschuw als lust laat zien. Andere memorabele rollen speelde Kerr als Anna Leonowens in de musical The King and I (1956) en als Terry in de klassieke tranentrekkerAn Affair to Remember (1957), de film die weer een nieuw leven kreeg door de fragmenten die ervan werden vertoond in Sleepless in Seattle (1993). In 1969 was ze het wachten op goede rollen zat. Ze bleef wel actief in het theater en speelde nog één laatste filmrol in 1985. Daarna trok ze zich terug met haar tweede man, schrijver/scenarist Peter Viertel en haar twee dochters uit haar eerste huwelijk