‘De treurnis in jezelf blijft’

Michael Chabon schreef een alternatieve geschiedenis waarin Israël nooit is ontstaan.

Sommigen vatten het op als een zionistisch statement.

Michael Chabon: De Jiddische politiebond. Uit het Engels vertaald door Christien Jonkheer en Gerda Baardman. Anthos, 415 blz. € 19,95

„De nebbish in jezelf raak je nooit kwijt”, zegt Michael Chabon. De Pulitzer Prijswinnaar zit al een tijdje nerveus te kuchen en te draaien – de getormenteerde nerd van vroeger ligt nog verscholen in de trekken van de succesauteur. Van interviews geven houdt hij niet. Want hoe, zo vraagt hij zich hardop af, praat je over een intuïtief proces: het componeren van een roman?

Chabon, die naam maakte met het verfilmde Wonder Boys en het bekroonde The Amazing Adventures of Kavalier and Clay, springt net als generatiegenoten Nathan Englander en Jonathan Safran Foer verraderlijk luchtig om met de joodse identiteit. Verbazing is gekoppeld aan vertedering, liefde aan culturele vervreemding. Chabons laatste boek is The Yiddish Policemen’s Union, een alternatieve geschiedenis waarin Israël nooit is ontstaan. Het Joodse volk heeft een thuisland toegewezen gekregen op Sitka, een eiland voor de kust van Alaska; een plan dat daadwerkelijk de ronde heeft gedaan in Amerikaanse politieke kringen (zie kader).

The Yiddish Policemen’s Union ontstond door een reiswoordenboek: Say it in Yiddish. Chabon: „Het was deel van een serie. Alleen Jiddisch leek niet in die reeks thuis te horen. Er is geen land waar je heen kunt en in het Jiddisch kan vragen hoe je je visum verlengt. Ik dacht dat dat boekje een grap was. Ik schreef er een essay over, dat door sommige mensen verkeerd werd opgevat. Alsof ik gesuggereerd had dat Jiddisch een dode taal is. Ik weet best dat het in wijken in Antwerpen, Jeruzalem en New York nog gesproken wordt. Er hoort alleen geen officiële entiteit bij de taal. Toen ben ik gaan nadenken: wat als er wél zo’n land bestond?”

Het boek dat ontstond is een ode aan de detectiveromans van Raymond Chandler. Het verhaal draait om de verlopen shammes Meyer Landsman, die de moord onderzoekt op, naar later zal blijken, de messias die geen messias wilde zijn.

De centrale metafoor in het boek is ‘Zugzwang’, een schaakstelling waarbij een speler geen goede zet meer heeft. Hij móet zetten, maar zal onvermijdelijk mat komen te staan. Was dat ook een metafoor voor de Diaspora? Chabon: „Nu kan ik zeggen: ja. Maar Zugzwang is een krachtig beeld voor veel situaties. Toen ik er op stuitte wist ik: dit móet ik gebruiken, dit geeft het materiaal vorm en eenheid. Mendel, de messias, zit in een parket, Meyer Landsman zit in een ander maar vergelijkbaar parket, Sitka zit in een parket, en het hele Joodse volk zit in een parket. Waar is de goede zet? Die is er niet.”

Het Israëlisch-Palestijnse conflict verscheurt Chabon. „Er zijn dingen die ik voel en dingen die ik denk, en beiden stroken niet altijd met elkaar. Ik werd me voor het eerst bewust van Israël tijdens de Zesdaagse Oorlog. Ik was toen vier en herinner me de jubelstemming in mijn familie. Israël was de underdog die de bullies had overwonnen. Sindsdien is alles zo veranderlijk gebleken. Het leiderschap, de situatie op de grond, alles. Maar fundamenteel is het duidelijk: er moet een two state solution komen. En daarna moeten ze elkaar met rust laten. In zekere zin weet iedereen dat het daarop zal uitdraaien, maar weten is klaarblijkelijk niet genoeg.”

Een aantal recensenten vatte The Yiddish Policemen’s Union op als een traktaat tegen Israël. Anderen lazen het als een Zionistisch statement. „Gelukkig maar”, zegt Chabon. „Want kijk hoe vreselijk een wereld is waarin de joden geen thuis hebben.”

Het idee van de alternatieve geschiedenis kennen we uit Philip Roths Het Complot tegen Amerika. Maar al veel langer was het een thema in de sciencefictionliteratuur. Chabon bekent een liefhebber te zijn. „Er zit niet voor niks een karakter in het boek dat Dick heet, naar Philip K. Dick, die de alternatieve geschiedenis The Man In The High Castle schreef. Het spelen met genres doe ik niet om een polemisch statement te maken. Het zijn gewoon invloeden die zich naar buiten vechten. Ik ben lang bezig geweest oude liefdes uit mijn werk te weren. Bang dat het verkeerd zou worden opgevat. Maar sinds Kavalier & Clay [daarvoor kreeg Chabon de Pulitzer Prize] waarin comics een grote rol spelen, weet ik beter. Ik moest mijn achtergrond omarmen om mijn stem te vinden. Sinds dat boek heb ik een groot gevoel van bevrijding. Alsof ik uit de kast was gekomen.”

De basis van het schrijverschap is vroeg gelegd. Chabon groeide op in een planned community: een stadje in aanbouw. „Toen ik er kwam, op mijn zevende, was er alleen een kaart. Alle details daarop waren gerelateerd aan niks. Voor mijn ogen kwam jaar in jaar uit die kaart tot leven. Het was een indringende les: hoe een idee de wereld kan vormen. Het was een stad die gesticht was met verheven idealen. Veel fietspaden, een gemeenschapszwembad, wijken die openstonden voor blank en zwart, in die tijd zeer ongebruikelijk. Het was een utopische jeugd. De echte wereld was vervolgens een diepe teleurstelling. Toen ik elf, twaalf jaar oud was gingen mijn ouders uit elkaar. Dat was de breuk, beginnend in mijn eigen huis. Mijn vader verhuisde naar Pittsburgh, waar ik geregeld kwam en met racisme en armoede werd geconfronteerd. Dat gevoel van een verloren paradijs ben ik nooit kwijtgeraakt. Je kunt het terugvinden in al mijn werk.”

Discussie over de vraag of Chabons boek antisemitisch is: http://gawker.com/news/jews/

Michael Chabon: De Jiddische politiebond. Uit het Engels vertaald door Christien Jonkheer en Gerda Baardman. Anthos, 415 blz. € 19,95