De tjiftjaf zoals de tjiftjaf is

Koos van Zomeren: Ik heet welkom. Gedichten. De Arbeiderspers, 88 blz. € 14,95

Het staat enigszins baldadig te grijnzen op de flap van de bundel: ‘Toch geloof ik, dat Koos van Zomeren een goed dichter kan worden.’ Dat was het oordeel van K. Schippers over Van Zomerens debuutbundel, De wielerkoers van Hank uit 1965. Het heeft lang geduurd totdat we konden controleren of Schippers gelijk zou krijgen. Pas nu, 42 jaar en vijftig boeken later, is Van Zomerens tweede dichtbundel verschenen, getiteld Ik heet welkom.

Hoe moet je zoiets beoordelen? Deze gedichten zijn het werk van een door de wol geverfde en gelauwerde beginneling, van een frisse en onbevangen routinier. En zo klinken de gedichten ook: tegelijkertijd naïef en geraffineerd. Meer dan veertig jaar van poëticale stromingen, rages, debatten, modes, experimenten, vetes en stellingnamen lijkt deze poëzie volkomen onberoerd te laten.

Het gaat over de natuur en de kleine ontroeringen die daarbij komen kijken. Het gaat over mensen van vroeger en de weemoed die zij oproepen. Het wordt allemaal verteld en verbeeld in glasheldere, breekbare verzen zonder gekkigheid. Dit is poëzie van vóór de tijd dat poëzie met zichzelf overhoop ging liggen. Dit is poëzie die op een naïeve manier in zichzelf gelooft:

Volmaakt van veren —

een jonge tjiftjaf

van de grond geraapt en

op je hand geklommen

lichter dan een zegelring.

Hier is niets poëticaals aan, geen snufje experiment, geen flardje stellingname, geen grammetje ironie, geen enkele dubbele bodem, geen spoor van besef van enige modernistische, moderne of post-moderne problematisering van het medium van de poëzie als zodanig. Het gaat gewoon over een jonge tjiftjaf, volmaakt van veren.

Tegelijkertijd zie je in de naïeve gedichten een dichter aan het werk die heel erg goed weet wat hij doet. Het vakmanschap en het raffinement blijken uit kleine middelen. Heeft u ooit wel eens gehoord hoe een kleur klinkt? Ik sinds kort wel, in dit haiku-achtige gedichtje uit de bundel, getiteld ‘De Swalm’:

Stil riviertje gaat met

stille bochtjes op een

stille zondagmorgen door de

stilte van het bos.

Knal blauw vogeltje.

Zo. Nu heeft u het ook gehoord hoe blauw kan knallen in de stilte. U kent de uitdrukking wel, lopen als een kievit, maar weet u ook hoe een kievit loopt. Van Zomeren legt het uit in het gedicht ‘Tante doet boodschappen’:

Ze liep als een kievit — een manier van

zeggen die pas weer een manier van lopen

werd toen je eenmaal zag dat een kievit liep

zoals Tante liep.

Dat is een slimme manier om een versleten uitdrukking te gebruiken zonder dat het een cliché is.

De gedichten moeten het sowieso meer hebben van de ideeën en gedachten dan van de verbluffend vernieuwende manier van formuleren. Neem een simpel paradoxaal gedichtje als ‘Genetische manipulatie’:

Drie kinderen en ze wilden

alledrie op hun vader lijken.

Dat hadden ze van hun moeder

die wilde ook het liefst

op haar vader lijken.

Een ander voorbeeld is het gedicht over het godsbeeld van honden, waarin staat dat voor een hond god degene is die de worst snijdt en de stok gooit en dat de hond na een aanrijding met een auto nog dagen ligt te tobben wat hij fout heeft gedaan om het te verdienen dat god zomaar een auto tevoorschijn heeft getoverd om hem te straffen. Dat het gedicht zich laat samenvatten, zegt al genoeg over de ambities van de dichter. Hij wil een originele gedachte op een kundige en effectieve manier verwoorden zonder dat de formulering de aandacht voor zichzelf opeist.

Deze bundel heeft alles in zich om — excuses voor het vieze woord — een bestseller te worden. Dit is poëzie die voldoet aan het beeld dat het grote publiek van poëzie heeft. Het is een soort mengvorm van de milde mijmeringen van Kopland en de rare gekke ideetjes van Szymborska. Mist en november zonder zwartgalligheid, het humane vermogen tot verbazing en veel ontroering. Weemoed en mini-eye-openers op behapbare schaal kundig verwoord op een manier die de vlotte lectuur op geen enkele manier in de weg staat. En om het nog aantrekkelijker te maken, zit het barstensvol natuur en hondenliefde.

Dat is het probleem en de kracht van deze bundel. Het is goed gemaakte poëzie over dingen die de mensen willen lezen, die als poëzie volslagen ongevaarlijk is. Of K. Schippers op grond van deze bundel gelijk heeft gekregen dat Van Zomeren een goede dichter kon worden, hangt af van je definitie van een goede dichter.