De terugkeer van de draak

Eeuwenlang werd Chinees antiek naar het Westen gehaald. Nu kopen de Chinezen hun culturele erfgoed op grote schaal terug in Europa. De nieuwe rijken zoeken vooral ‘keizerlijke voorwerpen’.

Antiquair Dries Blitz foto Vincent Mentzel Antiquair Dries Blitz, met een houten 15/16 e eeuwse Japanse portret sculptuur van een Zen monnik . foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Amsterdam, 9 oktober 2007 Mentzel, Vincent

Behoedzaam pakt antiquair Dries Blitz een ‘zeldzaam stuk’ uit een van zijn vitrines vol Chinese oudheden. Het is een ei van glanzend geglazuurd aardewerk, maat kip. Hij neemt het tussen duim en wijsvinger en kijkt er bijna verliefd naar. Het ei dateert uit de achtste eeuw, uit de Tang-periode, en het heeft een voor die tijd typerende, abstracte, druppelachtige decoratie in tere pasteltinten. Blitz legt uit dat het ei gemaakt is voor een graf, het was symbolisch bedoeld als etenswaar. Hij kocht het ei in Hongkong. Hier moet het zo’n 25.000 euro opbrengen.

Blitz (59) handelt al bijna veertig jaar in oud Chinees antiek: beelden en gebruiksvoorwerpen van 3000 voor tot 1500 na Chr. Het meeste is van aardewerk, steengoed of porselein: „De Chinezen zijn altijd de pottenbakkers van de wereld geweest.”

Zijn ouders verzamelden Chinees porselein en toen hij zelf 14 was, wist hij het wel: „Ik wilde antiquair worden. Het is een fascinerend beroep, je leert veel mensen kennen en veel klanten worden vrienden door de gedeelde interesse.”

Net als andere antiquairs heeft Blitz de handel de laatste jaren zien veranderen: naast Europese en Amerikaanse klanten is er een nieuwe groep bijgekomen: de Chinezen zelf. Op grote schaal zijn zij bezig hun culturele erfgoed in Europa terug te kopen. Niet alleen bij antiquairs in Parijs, Londen, Amsterdam en Berlijn, maar ook op veilingen. Volgens een woordvoerder van Christie’s in Amsterdam zit bij de halfjaarlijkse veilingen van Chinees antiek en andere Aziatica ‘de halve zaal vol Chinezen, vooral handelaren, die speciaal voor die veilingen komen overvliegen’. Door de grote vraag uit China zijn de prijzen voor Chinees antiek de afgelopen jaren dan ook flink gestegen. Zo bracht een 44 cm hoog achttiende-eeuws, Chinees bronzen boeddhabeeld op een veiling bij Christie’s in mei ruim een half miljoen euro op. De koper was een Chinese handelaar.

Onze eigen Verenigde Oost-Indische Compagnie bracht vanaf het begin van de zeventiende tot het eind van de achttiende eeuw scheepsladingen vol Chinees aardewerk en porselein naar Nederland. In de negentiende eeuw werd de handel overgenomen door particuliere reders die ook Chinees lakwerk, jade- en emaillekunst (cloisonné), sculpturen en andere kunstvoorwerpen naar Europa verscheepten. Die handel ging door tot in de jaren dertig. Na de Tweede Wereldoorlog, toen Chiang Kai-shek op Taiwan de Nationalistische Republiek China vestigde, namen hij en zijn volgelingen vele oude Chinese kostbaarheden mee. Tijdens de Culturele Revolutie in de jaren zestig vond er opnieuw een aanslag plaats op het Chinese erfgoed: mensen moesten hun familie-antiek vernietigen omdat dit tot het ‘oude China’ behoorde en ook in de musea is in die periode veel vernield.

De boeddha die bij Christie’s

een recordbedrag opbracht, was gemaakt in de keizerlijke fabrieken. Zulke ‘hofkunst’ is nu voor Chinezen ‘het summum’. Dries Blitz: „De smaak van de nieuwe rijken, de Chinezen met het grote geld, is weinig subtiel. Zij zoeken vooral ‘keizerlijke voorwerpen’, gemerkte stukken die voor het Chinese hof waren gemaakt. Er was een gigantische hofhouding in China, dus ook een grote kunstnijverheidsproductie. In de loop der eeuwen is een deel daarvan buiten het hof terechtgekomen.” Hij toont een zestiende-eeuwse vaas, gedecoreerd met een vijfklauwige draak: „Dit is een keizerlijk stuk, die draak is een symbool voor de keizerlijke macht. Dit is dus interessant voor Chinezen. Maar het is moeilijk te voorspellen wat ze willen hebben. Nu valt het cloisonné ineens erg in de smaak in China. Het brengt honderdduizenden euro’s op en waar het ook is wordt dat nu door Chinezen ingeslagen. Ze zijn overal op de wereld bezig hun eigen cultuur terug te kopen en als de Chinese economie niet instort, zal dat doorgaan. ”

Op de Amsterdamse Spiegelstraat, vlakbij de zaak van Blitz op de Prinsengracht, heeft Edward Pranger (44) een winkel gespecialiseerd in Japans en vooral Chinees antiek: aardewerk, porselein en sculpturen daterend van 3000 voor Chr. tot 1930. Pranger studeerde sinologie in Leiden en kunstgeschiedenis in Taiwan. Hij begon zijn zaak toen hij 24 was. Hij spreekt Chinees en net als Dries Blitz komt hij regelmatig in China. Naast zijn zaak in Amsterdam heeft hij ook een ‘gesloten huis’ in Hongkong waar hij alleen op afspraak in- en verkoopt. Ook bij hem komen nu vaak Chinese handelaren en verzamelaars. Hij laat een beker in de vorm van een rinoceros zien: die vind je in China niet meer, maar hier nog wel, doordat ze veel in Europa werden geïmporteerd. Zulke voorwerpen kopen ze graag terug. Maar bijvoorbeeld ook erotische kunst. Door de vernietigingen tijdens de Culturele Revolutie is daar in China weinig van over. De prijzen voor cloisonné, lakwerk, porselein en vergulde boeddhistische bronzen, voor alles waar de Chinezen naar op zoek zijn, zijn de laatste jaren vijf- tot tienmaal zo hoog geworden.”

Achterin de zaak van Pranger staat een rij in klei gebakken graffiguren uit de Han- en Tangdynastie (206 voor Chr. tot 907 na Chr.). „Tot vijf jaar geleden kochten de Chinezen zulke beelden niet, ze wilden er niets van weten omdat die beelden afkomstig zijn uit graven. De overledenen moet je met rust laten, vonden ze. Nu begint dat te veranderen. Jonge, rijke Chinezen hebben die bedenkingen niet meer en zien het als mooie voorwerpen.”

Veel van het Chinese

porselein dat in vroeger eeuwen naar Europa werd verscheept, was speciaal gemaakt voor de Europese markt. De VOC nam tinnen en houten modellen mee van vazen, bierpullen, schalen of chocoladeketels, zoals die in het westen werden gebruikt. Die werden dan in China nagemaakt in porselein en voorzien van een Chinese decoratie. Maar soms wilde men ook porselein met decoraties in Europese trant en moest er bijvoorbeeld een Hollands familiewapen op een schaal worden geschilderd. Veel van dit zogeheten ‘Chine de commande’ wordt door Chinezen niet als Chinees herkend en voor dit soort exportporselein hebben ze dan ook minder belangstelling.

Pranger: „Maar de mooie exportstukken willen ze toch wel hebben. De blauw-witte vazen die je hier ziet, waren voor de export gemaakt. De Chinezen vinden die nu prachtig, dus ze kopen ze graag. Je kunt ze in China ook krijgen, maar daar zijn ze duurder.”

Vincent Bekman (52) van Bekman Asian Art aan de Amsterdamse Spiegelgracht begon in 2001 te handelen in Chinese kunst, nadat hij het al jaren had verzameld. In een van zijn vitrines prijkt een collectie negentiende-eeuwse Chinese snuifflesjes van porselein, glas, jade, bergkristal, emaille en agaat. „Kijk”, zegt hij, „die snuifflesje herkennen de Chinezen wel. Maar Europese voorwerpen als poppenhuisvaasjes of botervloten zeggen hun niet veel, al zijn ze in China gemaakt en beschilderd.”

Behalve de voor de export gemaakte Chinese kunstnijverheid, namen de schepen van de VOC ook voorwerpen mee die voor de Chinese markt bedoeld waren, ‘Chinese taste’, zoals het in de antiekhandel heet. Bijvoorbeeld schalen van celadon: verfijnd, zachtgroen keramiek dat niet is beschilderd, maar wel monochroom gedecoreerd. Pranger: „Vaak namen de VOC-ers die op China voeren een aparte kist mee voor die echt Chinese voorwerpen. Zo kwam ook daarvan veel in Europa terecht.”

Wie een ronde langs

antiekwinkels maakt, ziet dat ook buiten de gespecialiseerde zaken er bijna geen etalage meer is zonder Chinees aardewerk, Tang-paarden, celadon, ‘famille rose’ vazen, bronzen sculpturen of andere chinoiserieën. Naast een rococo serviesje uit Meissen prijkt bijvoorbeeld een zeventiende-eeuws ‘blanc de Chine’ beeldje van een boeddha-achtige Maria met Jezus. En bij een antiquair gespecialiseerd in zakelijk antiek als boekenkasten, bureaus, uurwerken en instrumenten, staat sinds kort achter de winkelruit een etagère met Chinese rijstkommen en siervaasjes.

Veel antiquairs zijn zich de laatste jaren gaan verdiepen in de Chinese dynastieën en het antiek dat daar bij hoorde. Zoals Nicky Gouveia (42) van Silkwood Antiques. „Omdat de vraag naar antieke meubels terugliep, ben ik me ook op andere dingen gaan richten. Ik heb nu meer kleine, decoratieve objecten en ook meer Chinees porselein en dat verkoop ik goed. Er komen hier regelmatig Chinese tussenhandelaren die foto’s maken van een bepaald stuk. Die mailen ze dan en als hun opdrachtgever akkoord gaat, kopen ze het. Maar ook bij Europeanen en Nederlanders zie ik een stijgende belangstelling voor Chinese kunst en antiek.”

Antiquair W. Angevaren aan de Haagse Denneweg is een traditionele antiquair die naast Europees antiek altijd al Chinees exportporselein in zijn winkel had. Ook bij hem komen nu veel Chinese handelaren, die, voor ze een stuk inkopen, eerst foto’s nemen. „Maar er komen ook steeds vaker Chinese particulieren die hier porselein kopen. Ze willen het liefst oude dingen, zoals het blauw-wit porselein uit de Kangxi-periode, van 1662 tot 1722. Door de grote vraag is dat nu veel duurder geworden. ”

Hoe komen Nederlandse

antiquairs aan Chinees antiek? Waar kopen ze het in?

Het feit dat er nu zoveel antiek terug verhuist naar China, wil niet zeggen dat er niets meer uit China naar het westen gaat. China heeft strenge regels voor de uitvoer van antiek: alleen objecten die minder dan honderd jaar oud zijn mogen het land uit. Maar handelaren die vaak naar China reizen, zoals Dries Blitz of Edward Pranger, kennen wegen om daar toch nog aan handel te komen. Blitz: „Ik koop in bij handelaren in Hongkong. Ja, natuurlijk hebben die het in China gekocht. U ziet hier dingen staan van uitstekende kwaliteit, maar alles wat hier staat, hebben ze ook in China. Dit is dus iets anders dan wanneer er een unieke sculptuur van een heuvel wordt gezaagd. China is een zeer corrupt land, alles wat je wilt kan, als je maar betaalt. Maar het is veel makkelijker om hier in het Westen van particuliere verzamelaars in te kopen en dat doe ik dus ook.”

Pranger: „Ik kom al 25 jaar in China, in het begin waren daar nauwelijks antiquairs, nu zijn er heel veel. Met een aantal handelaren hebben wij speciale relaties, waardoor er toch geleverd kan worden in Europa. Ja, het is een corrupt land, gelukkig wel, zou ik bijna zeggen, dan kunnen we handel drijven. De Chinese uitvoerrestricties helpen wel, maar er gaan toch nog antiquiteiten het land uit.” Ook Pranger koopt zijn waar bij voorkeur hier in: „Er zijn in Nederland veel verzamelaars van Chinees porselein en van oude Chinese kunst en die weten mij wel te vinden als ze iets kwijt willen.”

Volgens antiquair Bekman wordt het steeds moeilijker aan goede Chinese spullen te komen. „In China worden zulke hoge prijzen voor antiek betaald, dat ze wel gek zouden zijn om het uit te voeren. Bovendien moet het dan stiekem uitgevoerd.” Bekman koopt zijn waar uitsluitend hier in, bij particulieren, op antiekbeurzen, de verzamelaarsjaarbeurs in Utrecht en soms op Aziaticaveilingen. „Internet is ook een groot verkoopkanaal geworden, via Ebay wordt nu veel Chinees porselein verhandeld. Ik doe daar niet aan mee, want negen van de tien stukken die daar worden aangeboden, zijn nep. Gisteren keek ik op Ebay en het was allemaal rotzooi. Er is de laatste jaren een overvloed aan Chinees nepporselein.”

Nep, vervalsingen.

In alle gesprekken over de handel in Chinees antiek komt het onderwerp ter sprake. De uitvoer van Chinees antiek mag door exportbepalingen aan banden zijn gelegd, dat geldt niet voor namaakporselein en andere vervalsingen. Op grote schaal worden die nu in China geproduceerd en uitgevoerd. Blitz: „Als ik in China ben, bezoek ik daar veel musea om objecten te bestuderen. Maar ik bekijk in China ook vervalsingen. Een van de grootste antiekcentra van Peking is een enorm gebouw met zo’n 400 winkeltjes erin. Daar zie ik dan die fakes. Soms koop ik ze, het is nuttig vergelijkingsmateriaal.”

Pranger: „Ik heb privé een grote collectie vervalsingen aangelegd om het verschil te kunnen blijven zien. Er zijn in China hele markten waar nieuw voor oud wordt verkocht. Die Chinese antiekvervalsingen worden steeds beter, het is een specialistisch vak geworden. De nep in de Chinese kunst wordt een groot probleem.”

Alle antiquairs, ook de niet specialistische, blijken huiverig voor het kopen van Chinees antiek op Nederlandse veilingen. Volgens Blitz ‘bulken de veilingcatalogi van de kopieën’. „Het baart mij zorgen. Mensen hebben steeds minder geduld, iedereen wil meteen hebben wat hij zoekt. Dan komt er iets op een veiling wat daarop lijkt en dan wordt het gekocht voor een prijs die nogal vreemd is. Het is voor onze hele branche vervelend als veilingen zoveel spullen aanbieden die niet deugen.” Ook Pranger ziet ‘zowel bij de grote als de kleine veilingen in Amsterdam’ veel vervalsingen in de catalogi staan. „De grote veilinghuizen hebben wel Aziatica-specialisten, maar wij als handelaren zetten ons eigen geld erin en dan kijk je toch nauwkeuriger. Wie Chinees antiek op een veiling koopt, loopt een groot risico en dat geldt dus ook voor de Chinezen die hier bij veilingen inkopen.”

Nicky Gouveia van Silkwood Antiques: „Tang-paarden zie je bij bosjes op de veilingen. Ze zijn nieuw, maar doordat ze een jaar in de grond hebben gelegen, zien ze er toch oud uit. Vanwege die vervalsingen van Chinees antiek koop ik het nooit op veilingen. Ik krijg ze nu ook al in de winkel aangeboden van Chinezen.”

De woordvoerders van de veilinghuizen Christie’s en Sotheby’s in Amsterdam laten desgevraagd weten dat er weliswaar Chinese vervalsingen binnenkomen, maar dat alle Chinees antiek streng wordt gecontroleerd. Maarten van Gijn van Christie’s: „We hebben drie experts op dit gebied en als een voorwerp niet deugt, wordt het niet geveild.”

Intussen blijven de prijzen van Chinees antiek stijgen, zowel hier als in China, maar veel voorwerpen zijn hier nog altijd goedkoper dan daar. Bovendien is het risico een vervalsing te kopen in China vele malen groter dan hier. De antiquairs verwachten dan ook dat de Chinese koopdrift in het westen wel even zal aanhouden. De komende jaren zullen nog veel meer oude Chinese sculpturen, vazen, schalen, waaiers, wierookbranders, theepotten en meubels huiswaarts keren.