Conventionele maar weergaloze Mahler van Mariss Jansons

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons. Gehoord: 18/10 Concertgebouw. Herh.: 21/20 (rechtstreeks op Radio 4); 16, 17/1.

Mariss Jansons, sinds september 2004 de chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest, bouwt zoals het hoort gestaag verder aan zijn collectie Mahlersymfonieën, sinds het eerste optreden van Mahler bij het Concertgebouworkest 1903 de corebusiness van het Amsterdamse orkest.

In 2000 mocht Jansons al de Zevende leiden, een uitzonderlijke eer voor een gastdirigent. De Zesde deed hij als chef in 2005, de Eerste in 2006 en nu staat de Vijfde tweemaal op het programma met twee herhalingen in januari. Verder zal de Vijfde frequent klinken tijdens buitenlandse tournees.

Net als tien jaar geleden, toen Riccardo Chailly de Vijfde dirigeerde, wordt die voorafgegaan door Strauss: toen Tod und Verklärung, nu Don Juan. Jansons begint met uitbundig vuurwerk, vervolgt in grootse stijl met veel sfeer en weelderig orkestspel en eindigt laconiek met de dood van Don Juan, door Jansons verbeeld met een clownsachtig schouderophalen.

Chailly kwam bij de eerste uitvoering met een Vijfde die opvallend vooruitwees naar de Negende en de Tiende en het late 20ste avantgardisme: reusachtig opgerekte clusters die uitmondden in uitgestrekte klankvelden waarbij de hiërarchie van hoofd- en nevenstemmen was opgeheven.

Jansons kwam gisteren in een overvol Concertgebouw voor een enthousiast publiek met een conventionele interpretatie op onwaarschijnlijk hoog niveau. Weergaloze spanning, dramatische intensiteit en het stimuleren van superieur orkestspel kenmerken altijd al het dirigeren van Jansons, die zich nauwelijks richt op de puur emotionele en melancholieke ontboezemingen van Mahler.

Hier bereikte Jansons na de opening met een macabere treurmars absolute hoogtepunten in de delen twee en drie, effectvol ingevuld met zwaar zinderende en donkere slagschaduwen en ongelooflijke prestaties van de hoornsectie o.l.v. Jacob Slagter. Het Adagietto was ondanks het relatief vlotte tempo niet geheel zorgeloos. Maar de Finale was overrompelend met verbluffend energiek, vaak flitsend orkestspel. De Amsterdamse Mahler is bij Jansons in goede handen.