Atleet met titel wordt kwetsbaar

Topatleten Arnoud Okken en Bram Som verbraken deze week de jarenlange, succesvolle samenwerking met hun coach. NOC*NSF zou meer aandacht moeten schenken aan de relatie tussen sporter en coach.

Een breuk tussen sporter en trainer, dat kan. Rationeel bekeken is het niet vreemd dat de 800-meterlopers Bram Som en Arnoud Okken de samenwerking met hun coach Honoré Hoedt hebben beëindigd. Maar sportief gezien is er sprake van een ongewone stap, omdat een langdurige, succesvolle relatie wordt verbroken. En dat tien maanden voor het begin van de Olympische Spelen in Peking.

Natuurlijk, naar buiten toe benadrukken Hoedt, Som en Okken dat in goed overleg is besloten afscheid van elkaar te nemen. Mooie woorden, die ook letterlijk genomen moeten worden. Er is een evaluatiegesprek geweest en gedrieën is inderdaad vastgesteld dat de chemie, zoals dat zo mooi heet, is verdwenen. Met andere woorden: het ontbreekt aan vertrouwen tussen de coach en zijn atleten. Of zoals Okken tegenover persbureau ANP zei: „Het sprankelende is er vanaf.”

Teruggebracht tot de kern betekenen alle zalvende woorden dat Som en Okken Hoedt een sympathieke vent vinden, met wie ze on speaking terms willen blijven, maar dat ze hem als trainer niet goed genoeg meer vinden. Beiden zijn Europees kampioen – Som in 2006 outdoor en Okken in 2007 indoor – en zijn daarmee op een niveau beland dat de relatie met de trainer onder druk is komen te staan. Hoedt stelde vast dat hij niet meer alleen de adviezen gaf. De atleten hadden plotseling meerdere raadgevers. En die beïnvloedden de prestaties afgelopen baanseizoen negatief, zoals uit de slechte resultaten van zowel Som als Okken simpelweg is af te leiden.

Een droevige vaststelling, die vooral aangeeft hoe kwetsbaar een atleet wordt zodra hij een titel op zak heeft. Plotseling wordt de vertrouwde relatie met de coach, waarop het succes is gebaseerd, verstoord. En langzaam maar zeker valt de bodem onder het succes weg. Een breuk is dan vaak niet meer te voorkomen. Dat mechanisme heeft ook Som, Okken en Hoedt uit elkaar gedreven. En dat doet vooral de coach pijn. „Het voelt als een echtscheiding”, zei Hoedt.

Het is voor Som en Okken te hopen dat ze bij Grete Koens, hun nieuwe coach, de ‘chemie’ terugvinden, anders zijn de Olympische Spelen onhaalbaar. En mochten beide atleten volgend jaar in Peking hun status van Europese toploper met een mooie prestatie bij de Spelen bevestigen, dan zullen ze goed moeten beseffen dat de basis is gelegd door Hoedt.

Buiten het emotionele aspect, zou de breuk van Som en Okken met Hoedt voor sportkoepel NOC*NSF aanleiding moeten zijn om meer aandacht – bijvoorbeeld als bemiddelaar – te besteden aan de relatie tussen trainer en sporter. NOC*NSF besteedt miljoenen aan de voorbereiding van topatleten op de Spelen en financiert mede het programma ‘Coaches aan de Top’, dat 52 trainers, onder wie Hoedt, in staat stelt fulltime te werken.

Maar wat zijn die investeringen waard als Som en Okken hun inmiddels goedbetaalde coach laten vallen?