Zuckerman rouwt

Een week voordat Philip Roth de Nobelprijs wéér niet kreeg, publiceerde de 74-jarige Amerikaan een sleutelwerk in zijn oeuvre.

Philip Roth: Exit Ghost. Vintage Books, 304 blz. € 24,–. De Nederlandse vertaling door Ko Kooman, Exit Geest, bij De Bezige Bij, 228 blz. € 18,90

In 2005 publiceerde biograaf Stephen G. Kellman Redemption, een biografie van Henry Roth. Dat boek deed veel stof opwaaien, omdat Kellman leven en werk van de schrijver reduceerde tot één lange worsteling met de incestueuze relatie die hij in zijn jeugd onderhield met zijn zuster. Die jeugdzonde zou niet alleen de aanleiding zijn geweest voor Roths meesterwerk, Call It Sleep, dat topstuk van het Amerikaanse modernisme, maar ook de oorzaak van zijn daaropvolgende decennialange zwijgen.

Roths naamgenoot, Philip, maakt het postume lot van de schrijver van Call It Sleep tot een belangrijk onderwerp in zijn nieuwe roman Exit Ghost. De biograaf heet daarin niet Kellman maar Kliman en de te ontluisteren schrijver is niet Henry Roth maar E.I. Lonoff, het grote voorbeeld van Philip Roths herintredende karakter Nathan Zuckerman. Verder zijn de overeenkomsten duidelijk en spoedig blijkt dat Philip Roths laatste boek niet alleen gaat over de sloop van Lonoffs reputatie, maar ook over de lichamelijke aftakeling en de ontluistering van de schrijver Nathan Zuckerman, en misschien wel vooral, over de aftakeling en ontluistering van de literatuur. Als Exit Ghost iets is, dan is het een grafrede voor de serieuze literatuur en een aanklacht tegen een wereld waarin tijdelijkheid, gebabbel en snel succes het hebben gewonnen van ernst, diepte en traagheid.

En daarom gaat Exit Ghost ook nadrukkelijk niet over de tragedies van onze tijd. Al na vijftien pagina’s maakt Zuckerman, voor het eerst in zeer lange tijd weer in New York, aanstalten om naar dat haast verplichte bedevaartsoord, Ground Zero, te gaan. Maar: ‘I never made it to the subway. […] Instead, after crossing the park, I found myself in the familiar rooms of the Metropolitain Museum, wiling away the afternoon like someone who had no catching up to do.’ Het lijkt alsof Roth zich afkeert van een gevoel voor actualiteit dat altijd een factor is geweest in zijn werk. Die gevoeligheid leidde in de jaren zestig tot boeken over Nixons bizarre presidentschap en in de jaren negentig tot een roman over het verzwegen burgerlijke racisme en antisemitisme in de VS. Maar actualiteit is voor Roth altijd méér geweest dan zomaar een aanleiding voor een boek. Wat leek op aandacht voor het hier en het nu, bleek niet meer dan een facet van zijn grotere plan: de verkenning van Amerika en het Amerikaanse, de beschrijving van en het onderzoek naar de condition americaine . Daarom verwerpt hij ook steeds het predicaat van ‘joodse schrijver’. De jood is voor Roth een pars pro toto. In de VS, waar iedereen zijn identiteit moet verliezen om een nieuwe aan te nemen en de oude weer te herontdekken, is anders-zijn nog steeds normaler dan in Europa. En over die Amerikaanse vorm van anders-zijn, schrijft Roth.

De andere kant van Roths schrijversschap, de niet-actuele kant, is ook onverbrekelijk verbonden met het onderzoek naar ‘het Amerikaanse’. Je kunt zeggen dat het algemene van de Amerikaanse geschiedenis particulier wordt in de romans waarin hij zich over de condition humaine buigt, zoals in het magistrale Everyman (leven en sterven van een dramatisch gewone man) of in Patrimony, het roerende verhaal van zijn vaders einde. De instrumenten die hij bij dat onderzoek gebruikt zijn eros en thanatos. Daarmee ontleedt hij het psychosociale complex van de 20ste eeuw.

Hoewel het lijkt alsof Exit Ghost het slotwoord is van een vermoeide schrijver die zich heeft afgewend van de waan van de dag, moet je eerder zeggen dat in deze roman de condition humaine en de condition americaine over elkaar zijn komen te liggen. Samen vormen ze de kaart van het gebied waar schrijver Philip Roth een leven lang heeft rondgelopen. Dat de schrijver zelf van dit boek heeft gezegd dat het zo somber is dat er een nieuwe kleur zwart voor uitgevonden moet worden, zegt iets over de conclusies die hij in dit sleutelwerk trekt.

Nathan Zuckerman heeft ‘de stad’ elf jaar geleden verlaten, moe van het gejaag en geraas, moe van alles, maar ook bang. Voor zijn vertrek heeft hij antisemitische dreigbrieven ontvangen en in een opwelling heeft hij besloten zich terug te trekken. Hij vestigt zich in de Berkshires. Ziekte drijft hem terug. Na een prostaatoperatie is hij incontinent en impotent en het is die eerste aandoening die hij wil laten verhelpen.

Zuckerman zweeft, nee: dwaalt, in New York tussen hoop en vrees, tussen heden en verleden. Als hij ’s avonds eet in het Italiaanse restaurant waar hij vroeger kwam, is het alsof hij nooit weg is geweest. Alles is herkenning en thuiskomen en in die stemming doet Zuckerman waar hij altijd bekend om stond: hij neemt een beslissing zonder na te denken. Hij reageert op een advertentie uit de New York Review en regelt een woningruil met een jong schrijvend echtpaar. Zij gaan een jaar voor de rust in zijn huis wonen (om het post-9/11-gevaar te ontvluchten), en hij zal hun appartement in New York betrekken.

Maar dan ontmoet hij een oude bekende: Amy Bellette – nu een schuifelende kankerpatiënte in een ziekenhuisjurk, maar veertig jaar geleden de jonge schoonheid die Zuckerman ontmoette in het huis van schrijver E.I. Lonoff. Net als Amy worstelt Nathan Zuckerman met zijn ziekte en de ziekte van de tijd waarin hij leeft. In Zuckermans geval kun je zeggen dat incontinentie, die niet genezen zal worden, gelijk opgaat met de incontinentie van tijd, van de cultuur en de literatuur. Dat wordt samengebald in het terugkerende beeld van bellende mensen, lopend, zittend, eten, rijdend, en in de figuur van Richard Kliman, de agressieve biograaf die hem achtervolgt als de incarnatie van eerdere urgente gekken uit het verleden van Zuckerman.

Waar de bellers Zuckerman, die van zijn berg is afgedaald, nog verbazen en amuseren, is de stalkende vertegenwoordiger van ‘de werkelijkheid’ een apocalyptisch visioen van het einde van de literatuur als serieuze kunstvorm. Het commentaar daarop vat Roth samen in een ingezonden brief die Amy Bellette schrijft: ‘There was a time when intelligent people used literature to think. That time is coming to an end.’ Om vervolgens breed uit te meten hoe de literatuur als kunstvorm ten onder gaat in de tabloid gossip van ‘culturele journalistiek’. Exit Ghost is een luid en duidelijk coda in het leven van Roths literaire alter ego Nathan Zuckerman. Het is een roman waarin de hoofdlijnen van Roths schrijverschap elkaar ontmoeten en versterken. Het is vooral een bevlogen roman over de aftakeling van onze cultuur, een boek dat het verdient om de toon en inhoud van het literaire gesprek nog lang te bepalen.