Wereldeconomie hapert

Zal de kredietcrisis van 2007 uitpakken als de dotcomcrisis van 2000 en 2001 of als de Azië-crisis van 1997-1998? Het uiteenspatten van de internetzeepbel op de aandelenbeurzen luidde een periode in van forse vermogensverliezen en een langdurige periode van ondermaatse economische groei. Een in beginsel financiële crisis had op die manier haar weerslag op de reële economie. Een paar jaar eerder, ten tijde van de Azië-crisis, werden voor de wereldeconomie veel doemprofetieën gedaan. Maar in het Westen gebeurde per saldo niets. De financiële crisis bleef daar beperkt en de burger merkte er weinig van. Een half jaar later reikten de aandelenkoersen weer tot in de hemel.

Het staat dus geenszins vast of de financiële schokken die het afgelopen half jaar banken en grote beleggers teisterden, zullen leiden tot een pijnlijke vertraging van de economische groei. Toch is voorzichtigheid geboden. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) waardeerde gisteren in zijn halfjaarlijkse prognose de groei van de wereldeconomie met bijna een half procentpunt af voor 2008. De situatie op de kredietmarkten vormt overigens niet de enige reden voor de voorzichtigheid. De Amerikaanse huizenmarkt staat er steeds slechter voor. De prijzen konden er simpelweg niet blijven stijgen en een correctie was hoe dan ook te verwachten.

De overige bedreigingen van de huidige voorspoed in de wereldeconomie zijn oude bekenden: de nieuwkomers en de olieprijs. De toetreding van belangrijke spelers als China en India tot het internationale veld heeft geleid tot flinke onevenwichtigheden in de wereldeconomie, met flinke handels- en betalingsbalansoverschotten in met name Azië en enorme tekorten in vooral de VS. Van internationale beleidscoördinatie is op dit punt weinig sprake: Aziatische landen houden hun munten moedwillig zwak om hun exportgedreven groei niet in gevaar te brengen. De VS lijken een daling van de waarde van de dollar oogluikend toe te staan. Europa draagt met zijn steeds duurdere euro de grootste last.

De vraag naar energie, die door de nieuwe spelers wordt aangewakkerd, samen met geopolitieke strubbelingen, waarvan de Turkse dreiging met militaire operaties in Irak de jongste is, heeft de prijs van olie naar ongekende hoogten gestuwd. Het effect is een lastenverhoging voor de consument. De inflatiedruk die er het gevolg van kan zijn, beperkt de speelruimte van centrale banken om met renteverlagingen de economie te stimuleren. Ook op dit vlak is van internationale beleidscoördinatie weinig te merken.

De combinatie van de kredietcrisis met de al bestaande internationale onevenwichtigheden, de recente valutaire instabiliteit en de steil oplopende olieprijs is wel degelijk gevaarlijk. In Washington, waar de komende dagen de jaarvergaderingen van IMF en Wereldbank worden gecombineerd met een bijeenkomst van de ministers van Financiën en centrale bankiers van de zeven grootste industrielanden, is voor de beleidsmakers een schone taak weggelegd. Het zou een gemiste kans zijn om te wachten tot de situatie acuut wordt.