‘We zijn niet zo stabiel als we willen zijn’

Georgië democratiseert – met veel politiek lawaai. ‘Misschien zijn kolkende wateren en hoge golven wel nodig voor het bouwen van democreatie.’

Gela Bezjoeasjvili Foto AFP Georgian Foreign Minister Gela Bezhuashvili speaks at a press conference in Tbilisi, 08 August 2007. Georgia will ask the UN Security Council to meet in emergency session on the alleged bombing of Georgian territory by a Russian aircraft, Bezhuashvili said. AFP PHOTO / VANO SHLAMOV AFP

Twee weekjes politiek in Georgië: oud-minister van Defensie Irakli Okroeasjvili beschuldigt president Michail Saakasjvili van politieke moorden en van extreme corruptie. Twee dagen later wordt hij gearresteerd, niet om wat hij zei, maar om wat hij meer dan een jaar geleden, als minister, zou hebben misdaan. Een paar dagen later komt Okroeasjvili plots op borgtocht vrij en trekt hij alle beschuldigingen even snel in als hij ze geuit had.

Ruwe zeden? Deze week maakte de voorzitter van de parlementscommissie voor onderwijs en cultuur de oppositie uit voor ‘zwendelaars’. En een documentaire op tv suggereert dat twee jaar geleden de toenmalige premier geen natuurlijke dood is gestorven, maar is vermoord.

Het Wilde Westen? De Georgische minister van Buitenlandse Zaken Gela Bezjoeasjvili – 40, opgeleid in Oekraïne en de VS, oud-minister van Defensie, sinds twee jaar van Buitenlandse Zaken, even in Nederland – maakt er zich even met een grapje af: „Alle democratieën komen voort uit het Wilde Westen.” Maar dan, serieus: „We beginnen net. Nederland is een liberale democratie, er bestaat een politieke rijpheid die wij niet hebben. Wat bij ons gebeurt, moet u zien tegen de achtergrond van waar we vijftien, twintig jaar geleden vandaan kwamen. U moet kijken wat voor land we vier jaar geleden [toen Saakasjvili aan de macht kwam, red.] hebben geërfd. We werken vijftien jaar aan de onafhankelijkheid, maar op de vruchten van de democratie en de ontwikkeling, op de geur van democratie wachten we nog. We waren nog maar kort geleden een hopeloos geval. We zoeken niet eens naar het model van de democratie dat in Nederland of Denemarken bestaat, we zoeken nog naar het model van de transformatie. Er is vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vereniging. De rest is een kwestie van ontwikkeling en onderwijs. Maar zeker, u hebt gelijk, er moet een ethische lijn zijn. Er is een grens tussen politieke vrijheid en politieke chantage.”

Politieke chantage?

„Dat is wat Okroeasjvili probeerde. Dit jaar zijn er mensen wegens corruptie gearresteerd die hem hebben belast. Dáárom werd hij gearresteerd. En toen besloot hij in de aanval te gaan, met zijn beschuldigingen tegen de president. Een smerige aanval.”

Het vreemde is dat niemand aanvankelijk inhoudelijk op die beschuldigingen reageerde. Het parlement eiste geen onderzoek.

„Dat is niet waar. De procureur-generaal onderzoekt ze.” De minister buigt voorover. „Onze instituten zijn nog niet zo rijp. Maar bezie onze binnenlandse en onze buitenlandse situatie en begrijp: het is niet zo gemakkelijk. We zijn nog niet zo stabiel en transparant als we zouden willen zijn.”

De affaire-Okroeasjvili heeft acht oppositiepartijen ertoe gebracht zich aaneen te sluiten tegen Saakasjvili. Op 2 november gaan ze de straat op. Zijn dat gevaren voor Saakasjvili?

„Nee, we zien dat als onderdeel van het politieke proces. Het hoort erbij. Voor ons is slechts één ding belangrijk: dat democratisering onomkeerbaar is. Ik wil niet dat mijn kinderen in het land leven waarin mijn vader leefde. Turbulentie, hoge woorden, hoge temperaturen – dat bedaart wel, binnen een paar jaar. Misschien zijn kolkende wateren en hoge golven wel nodig voor het bouwen van de democratie.”

Bij zijn aantreden noemde Saakasjvili de strijd tegen de corruptie een speerpunt. De andere speerpunt was het terughalen van de separatistische regio’s Abchazië en Zuid-Ossetië. Dat lukt niet. Rusland controleert die gebieden en ze lijken alleen maar verder van Georgië weg te lopen. Mag ik sceptisch zijn?

„Tot op zekere hoogte. Maar onze vastbeslotenheid blijft. Rusland stelt het conflict voor als een etnisch conflict: Abchaziërs en Osseten tegen Georgiërs. Het is onzin. De Zuid-Osseten zijn onderdeel van onze identiteit. We hebben bij ons overal gemengde dorpen, gemengde families, we hebben Osseten als koningen gehad, onze grote koningin Tamara [1160-1213, red.] was met een Osseet getrouwd. Maar we hebben na de onafhankelijkheid van 1991 één grote fout gemaakt: we hebben geprobeerd een nationalistische staat op te bouwen. Een etnische staat. Een enorme fout.”

In Zuid-Ossetië, zegt Bezjoeasjvili, liggen kansen omdat de separatisten verdeeld zijn. „Ze weten niet wat ze willen: onafhankelijkheid of aansluiting bij Rusland.” In Tbilisi is inmiddels een Zuid-Osseetse tegenregering gevormd. „Als er vrije verkiezingen zouden komen, zou die een kans maken.”

Het probleem evenwel, zegt hij, „is dat we niet te maken hebben met de Zuid-Osseten, maar met de Russische veiligheidsdiensten die Zuid-Ossetië controleren. En de KGB geeft geen lor om Abchaziërs of Osseten. Ze wil maar één ding: Georgië het leven zo zuur mogelijk maken. Die twee gebieden zijn onderhandelingstroeven voor de Russen. Wat Rusland wil is Georgië dwingen de rol van knecht te accepteren in de oude meester-knechtrelatie. Dat wil het met alle ex-Sovjetrepublieken.”

Dat Rusland de Osseetse en de Abchazische identiteit wil beschermen tegen de Georgiërs, zoals Moskou beweert, is volgens Bezjoeasjvili onzin. „In Noord-Ossetië, dat bij Rusland hoort, is niet één Osseetse school. Wij in Georgië zijn het gewend met anderen samen te leven. Honderd jaar geleden werden in Tbilisi zeventig talen gesproken en nog steeds hebben we zestig Armeense, zestig Azerbajdzjaanse en zestig Russische scholen.”

Rusland, zegt hij, „beschouwt Abchazië en Zuid-Ossetië als de facto Russisch gebied. Ze hebben de Abchaziërs en Osseten Russische paspoorten gegeven, ze betrekken Abchazië bij de Olympische Winterspelen van Sotsji. Het zal hun niet lukken. Die gebieden horen bij Georgië. Dat is onze rode lijn. Dat zeggen we de Russen ook: willen jullie supersupermacht spelen? Best. Ga je gang. Maar niet over onze rug.”

De conflicten, zegt de minister, compliceren het transformatieproces in Georgië danig. „Zestig kilometer van onze hoofdstad ligt een enclave vol gewapende Russen. We zitten op een tijdbom die elk moment kan ontploffen.”