Vrijhandel verkleint verschillen

De inkomensongelijkheid groeit, maar niet door vrijhandel, is de conclusie van een van diens grootste voorvechters, het IMF.

De lijst van risico’s voor de wereldwijde economische groei is lang: de kredietcrisis, de stijgende olieprijs, inflatiedruk, onevenwichtige betalingsbalansen tussen Azië en de VS en turbulentie in de valutakoersen. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) ziet zich dan ook genoodzaakt om de prognose voor de groei van de wereldeconomie in 2008 flink terug te schroeven, met 0,4 procentpunt tot 4,8 procent.

Dat betekent overigens nog steeds dat de mondiale economie met een flinke vaart doordendert. Perioden van daadwerkelijke groeivertraging, zoals begin deze eeuw, en begin jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw, kenmerkten zich door de groei van minder dan 3 procent of zelfs onder de 2 procent.

2008 zal zich vooral kenmerken door een terugval in de traditionele industrielanden, waar de VS nog maar 1,9 procent groeien en de eurozone 2,1 procent groeit. Omdat die steeds minder zwaar wegen lijdt de optelsom van de mondiale economische groei daar steeds minder onder. In de eerste helft van dit jaar was China voor het eerst het land dat de grootste bijdrage aan de expansie van de wereldeconomie leverde. Die rol was voordien bijna exclusief weggelegd voor de VS.

Opvallend is dat het IMF globalisering niet alleen als de motor achter de groei van de wereldeconomie ziet, dat is algemeen bekend, maar volgens de nieuwe World Economic Outlook is globalisering ook een gelijkmaker. Dankzij de groei in de wereldhandel zijn de verschillen tussen arm en rijk in bijna alle landen niet groter geworden, zoals vaak wordt aangenomen, maar juist kleiner.

Dat is een verrassende conclusie, omdat een periode van globalisering samenging met een sterke groei in de inkomensongelijkheid. De laatste twee decennia is de kloof tussen rijk en arm bijna overal gegroeid. De link tussen globalisering en ongelijkheid is dan al snel gelegd. Maar schijn bedriegt.

Volgens het IMF heeft niet globalisering, maar snelle technologische verandering de afgelopen twee decennia geleid tot een ongelijkere inkomensverdeling. Die maakt goedkope arbeid overbodig en biedt hogere salarissen voor geschoolde arbeid. Mensen zonder de benodigde kennis en vaardigheden hebben niet kunnen profiteren van de voordelen die nieuwe communicatie- en informatietechnologie bracht.

Volgens het onderzoek van het IMF heeft een grotere vrijhandel juist een gunstig effect gehad op de inkomensverdeling. Mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt komen aan de bak doordat de laagwaardige producten hun weg vinden naar de buitenlandse afzetmarkt. In de ontwikkelde wereld zijn dankzij de gegroeide import uit lagelonenlanden eenvoudige banen met een laag salaris vervangen door beter betaalde banen in de dienstverlening.

Op het eerste gezicht geldt het tegenovergestelde voor financiële globalisering. Die hangt wel samen met de gegroeide ongelijkheid. Maar volgens het IMF is de onderliggende oorzaak opnieuw technologische vernieuwing. Directe buitenlandse investeringen richten zich op de productie van goederen en diensten waarvoor hoogwaardiger productiekrachten nodig zijn. Het kapitaal versterkt hiermee het effect van technologische vernieuwing op de ongelijkheid. Vanuit dit perspectief is vrij verkeer van kapitaal dus niet zelf de boosdoener. Het IMF waarschuwt er dan ook voor om vanuit een streven naar meer inkomensgelijkheid beperkingen aan directe buitenlandse investeringen op te leggen.

Mensen die in inkomen zijn achtergebleven zijn niet gebaat bij protectionistische maatregelen – zoals beperkingen voor directe buitenlandse investeringen en handel – maar in beter onderwijs en training van werknemers, stelt het IMF. Ook het verbeteren van de toegang van de minder welvarende bevolkingsgroepen tot financiering wordt gezien als een mogelijkheid. Microkrediet is daarbij het toverwoord. En aangezien een opener handelsysteem wel blijkt te leiden tot een gelijkmatiger inkomensverdeling, is het verder vrijmaken van de wereldhandel, met name bij landbouwproducten, een strategie waar het IMF veel van verwacht. En juist daarover zitten de onderhandelingen tussen noord en zuid al jaren vast.