Vliegeraars tegen armoede in Kabul

Afghaanse mannen laten op de Wereld Armoede Dag hun vlieger op in Kabul. Honderden mensen namen gisteren deel aan de ‘vliegerdemonstratie’. Ze wilden hiermee de Afghaanse overheid oproepen meer inzicht te geven in hoe buitenlandse hulp wordt besteed.

Midden jaren negentig verbood de Talibaan, naast het houden van zangvogels en muziek, ook het vliegeren, een nationale hobby in Afghanistan. De traditie staat in de belangstelling door het boek De Vliegeraar van Khaled Hosseini. Het boek is verfilmd, maar de film is nog niet uitgebracht: de Afghaanse hoofdrolspelers voelen zich onveilig omdat er een omstreden verkrachtingsscène in de film zit. Zij worden op kosten van de filmmaatschappij tijdelijk in het buitenland ondergebracht. Sinds de val van de Talibaan in 2001 mag er weer gevliegerd worden.

Vliegerwedstrijden worden in Afghanistan in de winter gehouden. Doel van het traditionele luchtgevecht is je tegenstander neer te halen met slimme vliegermanoeuvres. Het touw van de papieren vlieger wordt ingesmeerd met lijm en glas, zodat het scherp genoeg is om er andermans touw mee door te snijden. Ook handen gaan kapot van het scherpe touw. Als een lijn wordt doorgesneden, begint de jacht op de neerdwarrelende vlieger.

Ook in Pakistan wordt gevliegerd. Dit jaar overleden in februari 11 mensen als gevolg van de scherpe lijnen en vreugdeschoten. Meer dan honderd mensen raakten gewond. De overheid kondigde daarna een verbod op vliegerfeesten af. (AP/NRC)