Verfijnd motorvenijn

„Motorrijders worden steeds ouder, meneer”, verzucht de verkoper. „Ze hebben geen zin meer om voorovergebogen te liggen op een racemotortje, met het volle gewicht op de polsen. De mensen willen iets makkelijks.”

Hij wijst naar buiten: daar staat de Triumph Tiger 1050, een zogeheten allroad motorfiets, die hoog op z’n wielen staat en een comfortabele zitpositie heeft. Op de Tiger toren je uit boven het meeste autoverkeer en bent voldoende beschermd tegen de regen om een natte winter mee door te blijven rijden.

Maar een echte allroad-motor is de Tiger anno 2007 niet. Dat zie je aan de banden, die een verdacht laag profiel hebben. Die zijn alleen geschikt voor de verharde weg. In het midden hangt hetzelfde 1.050 cc motorblok dat in twee andere snelle Triumph-motoren zit, zoals de Speed Triple en Speed ST. Een driecilinder motor die tussen de 2.000 en 9.000 toeren geen krimp geeft en alleen maar wil gaan, gaan, gaan.

De combinatie van relaxed rijden en een motorblok vol power slaat zo goed aan dat de Tiger in Nederland dit jaar al beter verkocht dan alle retro klassieke motoren van het Engelse merk bij elkaar.

Toch duurt het even voordat de Tiger zich in de test bewijst. Bij het starten klinkt een veel te beschaafd gepruttel uit de verchroomde pijp. Moet dit het racehart van een motorrijder sneller laten kloppen? Ook de zit lijkt te degelijk voor een race-ervaring: de verhoging van de buddyseat voelt als een prettig steuntje in de rug, zoals het hoort bij een hoge motorfiets op de snelweg: kaarsrecht, als een heer door het verkeer laverend.

Maar al dat keurige verdwijnt meteen zodra je het gas opentrekt: de Tiger reageert bliksemsnel op elke beweging van de rechterpols. Andere allroad-motoren, zoals de Honda Varadero, Suzuki V-Strom of BMW GS 1200 hebben een tweecilinder blok dat met name bij lage toeren snel optrekt. Maar de Tiger levert z’n topprestatie (115 pk bij 9.400 toeren) ver in het rode gebied, en heeft een snellere respons dan veel concurrenten. Zonder overigens zenuwachtig te worden: ook rondom de 2.000 toeren laat de Tiger zich erg goed doseren. In het dagelijks verkeer is het een motor met twee gezichten: je kunt rustig meesukkelen in de file, maar zodra die oplost, laat je alle automobilisten je achterlicht zien – en een heleboel collega-motorrijders treft hetzelfde lot.

Dankzij z’n relatief lage gewicht (minder dan 200 kilo) is manoeuvreren met de Triumph niet moeilijk. De remmen zijn krachtig genoeg om de motor ook met een achterpassagier veilig tot stilstand te brengen. Die passagier zit trouwens hoog en kijkt boven de bestuurder uit. Mevrouw Hijink, testpassagier, vond het prettig om behalve een lederen rug ook eens te zien wat er vóór haar op de weg gebeurde.

Is er ook nog iets mis met deze motor? Vooruit dan: het dashboard oogt wat kaal en de goudgele kleur van de testmotor (zie de video op nrc.nl/hebben) is niet zo geslaagd. De Tiger is ook iets te karig uitgerust om de hele winter mee door te rijden. Een echte allroad zou immers een bospaadje aan moeten kunnen en een grotere tankinhoud hebben om de actieradius te vergroten. En verwende forenzen willen handvatbeschermers en -verwarming en een iets groter windscherm. Maar anderzijds: de verslavende rijeigenschappen van deze Engelse tijger maken veel, zo niet alles goed.

Marc Hijink

Marc Hijink is redacteur van NRC Handelsblad en rijdt in een Passat TDI auto en op een Suzuki V-Strom DL1000-motor.