Veiligheid op straat

De pleuris is uitgebroken in prachtwijk Slotervaart. Blijkbaar is het daar gemakkelijk om auto’s in de fik te steken pal voor het politiebureau, nota bene op het moment dat dergelijke rellen te verwachten waren. De avond erop kan er rustig opnieuw een auto in vlammen opgaan. We hebben kortom te maken met een politie-apparaat waarvan de macht ernstig tekort schiet. Dat er nog niemand is aangehouden – terwijl stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch erop blijft hameren dat het om ‘een bekende groep’ gaat – laat zien hoe de politie het hoofd laat hangen en de wijk aan barbarij overgeeft.

In Nederland noemen we zulke wijken, met ons montere gevoel voor relativering en ironie, pracht- of krachtwijken. Wat je wereldwijd in zulke prachtwijken ziet, is de weelderige opbloei van een straatcultuur, waarbij iedereen gedwongen is zijn eigen bescherming te organiseren. Waar politie afwezig is, moet je jezelf wapenen. Een mes op zak is wel het minste. Volgens de straatcode zul je al bij de geringste belediging krachtig moeten optreden, om het signaal af te geven dat er met jou niet gefucked wordt. Gooit iemand een balpen naar je, dan ben je verplicht je mes te trekken. Het is allemaal buitengewoon onplezierig.

Daar komt nog bij dat veel inwoners van Slotervaart afkomstig zijn uit een cultuur met een sterkere eer- en wraakcultuur. Klaagt een kind thuis dat hij op het schoolplein klappen heeft gekregen, dan reageren de ouders: „Wat? En heb je niet teruggeslagen?” Ouders geven hun oudste zoon vaak al op de lagere school een mes mee, zo bleek uit de documentaire Waar zit uw eergevoel? uit de VPRO-reeks Het geluk van Nederland (2005).

De strategie die Slotervaart nu volgt, is die van vriendelijke verzoekjes om kalm te blijven, bij monde van imams en andere hulpverleners. Ongetwijfeld is een meerderheid van de Slotervaarders bereid om lief voor elkaar te zijn, maar zolang de wijk onveilig voelt, is die liefdadigheid lastig te praktiseren. Nodig is een indringender politiemacht, die alle inwoners hun gevoel van veiligheid teruggeeft en de opkomende straatcultuur remt.

Christiaan Weijts

Schrijver van het boek Art. 285b