Tot hier, en nu verder

Na ‘Het multiculturele drama’ probeert Paul Scheffer Nederland verder te brengen in het debat over immigranten. Maar ziet hij hen niet te veel als de burgers van morgen in plaats van vandaag?

Paul Scheffer: Het land van aankomst. De Bezige Bij, 500 blz. € 22,50

De rol die Paul Scheffer gespeeld heeft in het debat over immigratie en integratie is opvallend. Hij verwierf roem met de publicatie in januari 2000 van een essay in deze krant; een doortimmerd essay over ‘het multiculturele drama’ dat op het juiste moment werd gepubliceerd en nu wordt beschouwd als mijlpaal in deze discussie. In een tijd waarin steeds meer Nederlanders zich zorgen maakten over immigratie en haar effecten op de sociale orde, uitte hij zijn twijfels over de wijsheid van het multiculturele streven. Door deze kritiek werd hij verafschuwd in bepaalde progressieve en immigrantenkringen, maar het maakte hem ook tot een profeet in een land dat al spoedig gehoor zou geven aan zijn woorden en deze ideologie massaal verwierp.

Scheffers nieuwe boek, Het land van aankomst, laat een man zien die dicht bij zijn denkbeelden uit 2000 is gebleven, maar die ook is begonnen aan een zoektocht naar een nieuwe weg om het debat en het land verder te brengen in het debat over immigratie. In bepaalde opzichten is dit boek van Scheffer een intellectuele rechtvaardiging van zijn essay en een uitwerking van het betoog dat hem de laatste jaren heeft doen uitgroeien tot een invloedrijk opinieleider. Scheffers belangrijkste opponenten zijn de multiculturalisten: een zelfbewuste, kosmopolitische elite die weigert culturele verschillen onder ogen te zien en die weinig waardering heeft voor het ontwikkelen van een positieve, nationale identiteit. Als pleitbezorger van de ingezetenen benadrukt Scheffer opnieuw dat de zorgen van de ‘meerderheidscultuur’ uiting geven aan gerechtvaardigde vragen over de effecten van immigratie.

Anders dan deze ongeruste meerderheid hebben de multiculturalisten deze gevoelens verworpen, geleid door postkoloniale schuldgevoelens. Zij menen solidair te zijn met immigrantenculturen, die soms diametraal staan tegenover de kernwaarden van een liberale democratie (denk aan de praktijk van eerwraak). ‘Behoud van eigen identiteit’ is een conservatief recept om immigranten vast te ketenen aan hun landen van herkomst, in plaats van hen te doen participeren in ‘het land van aankomst’. Zo’n onvruchtbare houding, schrijft Scheffer, paste heel goed in Nederland als ‘vermijdingsland’, een land dat door verzuiling en multiculturalisme lang heeft geprobeerd om elke echte confrontatie uit de weg te gaan. Dat resulteert in een samenleving waar mensen eigenlijk in een soort LAT-relatie samenleven. Maar deze tactiek is volgens Scheffer niet langer afdoende. Dit wisten we al van Scheffer, evenals zijn oproep om een soort gemeenschap te vormen die grenzen kan trekken en verworvenheden weet te behouden, die zichzelf kan verdedigen tegen nieuwe dreigingen en immigratie op zorgvuldige wijze in goede banen kan leiden.

Hij ontwikkelt verder ideeën over de wijze waarop immigratie wel zou moeten plaatsvinden, bijvoorbeeld door meer spreiding te zoeken bij de landen van herkomst. Scheffer verwerpt het oprichten van scheidsmuren, maar staat er wel op ‘dat we ons moeten beschermen tegen de wereld die ons omringt, waarbij vooral de radicalisering in de islamitische landen zorgwekkend is’. In zijn strakke kijk op immigratie en de islam blijft Scheffer een kundige vertolker van in Nederland breed gedeelde zorgen over deze vraagstukken.

Wat zijn boek echter belangrijk maakt is niet zozeer het uitwerken van zijn agenda uit 2000, maar zijn poging om zijn rol als antagonist te overstijgen. Dat wordt duidelijk uit de structuur van het boek; een serie beschouwende reportages waarin de auteur verhaalt wat hij zegt te hebben geleerd in de afgelopen jaren. De hoofdstukken zijn thematisch geordend en geven inzicht in onderwerpen als de dynamiek van mondiale immigratie, de manieren waarop Europa en vooral de Verenigde Staten zijn omgegaan met migratie, ‘het verdeelde huis van de Islam’ en ‘de kunst van het kosmopolitisme’. Delen van het boek zijn gebaseerd op eerdere publicaties van Scheffer, zoals gedeeltes van zijn hoofdstukken ‘de wereld en de stad’ en ‘Nederland vermijdingsland’. Deze goed onderbouwde en boeiende reportages bieden de lezer een serie perspectieven op aanpalende ontwikkelingen en op discussies die zijn gerelateerd aan migratie en het integratiedebat in Nederland.

Nieuwsgierigheid

De structuur en de toon van zijn boek worden bepaald door zijn uitgesproken verlangen om zijn nieuwsgierigheid – zoals hij het noemt – te laten winnen van zijn aandeel in de tweekampenstrijd waarin hij is beland. Het heeft ook te maken met zijn wens om boven het slagveld te staan, om de zorgen van immigranten en ingezetenen met elkaar te verzoenen en om een weg samen voorwaarts te vinden, als een ‘wij’. Hierin weerspiegelt Scheffers boek een zekere trend onder beleidsmakers en sommige opinieleiders om een einde te maken aan de gepolariseerde loopgravenoorlog over het immigratievraagstuk en een praktische en duurzame modus vivendi te ontwikkelen. Het is Scheffers bewuste verschuiving van strijd naar het vinden van zo’n modus vivendi die zijn bijdrage nieuw en waardevol maakt.

In het zoeken naar een weg voorwaarts wordt Scheffer geleid door twee gedachten, die hij eerder heeft gearticuleerd maar nu verder uitwerkt. De eerste is de erkenning van de pijn en het ongemak die immigratie onvermijdelijk met zich meebrengt. Scheffer laat zich in zijn boek inspireren door de Amerikaanse migratiehistoricus Oscar Handlin, wiens klassieke boek The Uprooted (1951) stelt: ‘de geschiedenis van migratie is de geschiedenis van een vervreemding en de gevolgen daarvan.’ In tegenstelling echter tot Handlin, die zich in zijn geschriften sterk concentreert op de ervaringen van de immigranten zelf, ziet Scheffer dit proces van vervreemding ook onder de ingezetenen. Volgens Scheffer raakt iedereen ontworteld door migratie. Deze onvermijdelijke vervreemding veroorzaakt de moeilijkheden die wij nu zien – van radicalisme en populisme tot het in de schulp kruipen. De Europese landen die Scheffer bestudeerde – Duitsland, Engeland, Frankrijk – zijn alle maatschappijen die onder druk staan, waar oude ordeningen onvoldoende voorbereid bleken te zijn op de middelpuntvliedende krachten van immigratie.

Maar ook al is dit proces onvermijdelijk, het is ook essentieel, schrijft Scheffer, dat het ontbindende potentieel van migratie binnen de perken wordt gehouden. Het is natuurlijk en noodzakelijk, zegt hij, dat immigratie op bepaalde punten in de geschiedenis wordt ingeperkt – zoals ook van tijd tot tijd is gebeurd in de Verenigde Staten – om een bepaald evenwicht in de samenleving te herstellen en immigranten en ingezetenen rust te geven om op ontspannen wijze met elkaar in contact te komen. De vermindering van ondraaglijke spanningen en ideologische afgronden is precies wat nagestreefd moet worden. Door de vervreemding is het essentieel dat migranten en ingezetenen, tegen hun eigen onderbuikgevoelens in, proberen om open te staan voor elkaar en met elkaar te communiceren. Niets doen zal de vervreemding alleen maar verlengen en intensiveren.

De blijvende vervreemding en de dreiging die daarvan uitgaat leidt tot Scheffers tweede en concluderende gedachte: dat immigranten en ingezetenen allebei keihard moeten werken aan het ontwikkelen van een gemeenschappelijk ‘wij’, aan het opbouwen van een nationale gemeenschap die wordt gekenmerkt zowel door ‘eigenheid’ als door ‘openheid’. Ingezetenen moeten hun pogingen verdubbelen om immigranten echte gelijkheid te geven en immigranten moeten meer zelfkritiek ontwikkelen en hun best doen om onderdeel te worden van de gemeenschappelijke geschiedenis van Nederland. Scheffer benadrukt de noodzaak van nauwere banden tussen immigranten en ingezetenen en geeft daarmee aan affiniteiten te hebben met de ideeën van de Amerikaanse historicus Noah Pickus van Duke University over ‘civic nationalism’. Pickus zoekt een weg tussen een naïeve anti-immigrantenhouding en een vrijdenkend kosmopolitisme door van Amerikanen tegelijkertijd te vragen om hun verwachtingen ten aanzien van immigranten op te schroeven en meer te investeren in het succes van immigranten.

Beide mannen putten overigens een deel van hun inspiratie uit de denkwereld van de Amerikaanse Progressives van een eeuw geleden: vooruitziende burgers die zich sterk maakten voor immigranten door het burgerschap voor hen open te stellen en hen ook aan te spreken op het uitleven van dit Amerikaans burgerschap. Scheffer weet dat de goedwillende integratiedoelstellingen van Progressives als Frances Kellor zonder veel moeite getransformeerd kunnen worden in onplezierige vormen van dwang. Maar toch is hij ervan overtuigd dat de Amerikaanse geschiedenis Europa nog iets te leren heeft, omdat de VS het smeden van een bepaalde eenheid tussen verschillende culturen door het creëren van een gemeenschappelijke geschiedenis heeft weten te bereiken.

Vervreemding

Scheffers sympathieke en doordachte pleidooi voor een ‘wij’ gefundeerd op de erkenning van verschil en vervreemding verdient serieuze aandacht en discussie. Zijn grondige analyse en zijn besef van de complexiteit van de problematiek zullen het respect van de lezer afdwingen. Maar Scheffer zelf blijft toch ergens vastzitten tussen de man van het multiculturele drama en de man van het ‘wij’-gevoel. Hij blijft in mijn ogen op zijn hoede en houdt ook een bepaalde weerstand tegen immigrantengroeperingen als verschijnsel, die hij vooral ziet als een begrijpelijke maar onverkwikkelijke hinderpaal voor de realisatie van een ‘wij’. Soms lijkt hij te suggereren dat alleen individuen werkelijk deel kunnen worden van een ‘wij’.

Maar oordeel niet opdat gij ook niet geoordeeld wordt – wie kan spreken voor het ‘wij’? Scheffers worstelingen op dit gebied komen overeen met de worstelingen van de Nederlandse samenleving in deze uitdagende tijden: wie hoort erbij en hoe? En deze worsteling is ook niet beperkt tot deze tijd en dit moment. Misschien is de grootste verdienste van Paul Scheffers boek dat hij laat zien waarom het zo moeilijk is om te arriveren in het land van aankomst – en waarom het belangrijk is om het toch te proberen.