Tegenwoordig heeft hij trouwens minder last van woede

Een sporter die dik, zweterig en kalend is en toch allerlei ingewikkelde wereldkampioenschappen wint, dat is mijn soort sporter. Ik bedoel natuurlijk Raymond ‘Barney’ van Barneveld, ons eigen dartfenomeen.

Gisteren was ik op het bescheiden feestje bij zijn uitgeverij, in een verbouwde boerderij in Naarden, want er is een boek over Barney verschenen: Barney, het levensverhaal van een dartslegende. (Dartslegende. Ja, ik had er ook nog nooit van gehoord. Toch weer een intrigerend, nieuw, semi-a-grammaticaal woord geleerd.) Barney is veertig geworden – een leeftijd die hij overigens al vanaf het prille begin van zijn carrière lijkt te hebben – en volgens een van de auteurs van het boek was een mens dan op de helft van zijn leven en dus klaar voor een biografie. Ik weet niet wat levensbedreigender is, een sporthart of heel veel eten en bier, maar het is waarschijnlijk veilig om te stellen dat Barney een flink deel van zijn leven achter de rug heeft.

De setting van het partijtje was, vermoed ik, zeer darterig. Wij bevonden ons in een halflege kantine met niet al te gezellige verlichting en als middelpunt een groot dartbord en drie witlederen barkrukken. Op die krukken namen Barney en zijn schrijversduo plaats. Ze werden geïnterviewd door Barney’s manager, die ook al precies was wat je je bij een dartmanager voorstelt: hij had een hippe bril, naar achteren gekamd haar en zat vol grollen en gebbetjes. Toen een van de schrijvers vertelde dat hij tijdens het schrijfproces veel bij Barney thuiskwam en daar altijd werd onthaald met verse, dampende appeltaart, riep de manager tegen Barney: ‘Maar die appeltaarten heb ik je een jaar geleden al verboden!’ En toen Barney vertelde dat hij voor drie ton was overgestapt naar een andere dartbond, riep zijn manager: ‘Dat had je mij wel even mogen vertellen! Daar krijg ik een percentage van!’

De dartwereld is gewoon een heel jolige wereld. Niet altijd trouwens, want als Barney verliest is er geen land met hem te bezeilen. In zijn boek wijdt hij redelijk veel woorden aan de keer dat hij, kwaad vanwege een nederlaag, het Nederlandse vlaggetje wegsmeet dat een fan naar hem toegegooid had. Tegenwoordig heeft hij trouwens minder last van woede, want hij is op les bij een zenmeester. Is de zenmeditatie nu ook al in de dartsport doorgedrongen? Wat is er mis met het kalmerende effect van tien bier?

Aaf Brandt Corstius