Spek voor de Kamer

Terwijl in de herfst de patrijs onbeschermd op de veldstoppels zit, inspecteren 150 Kamerleden ineens de zuiverheid van elkaars geweten wat betreft de jacht in een debat over de wijze waarop er op zwijnen mag worden gejaagd. Die zwijnen breken op de Veluwe door omheiningen heen, woelen nieuwe gazons om en vreten akkers aan. Ze zijn een gevaar voor automobilisten, die niet ongedeerd blijven als ze een 150-ponder door de voorruit krijgen.

Omdat zwijnen op de Veluwe geen natuurlijke vijanden hebben en er veel voedsel is, krijgen ze dankzij het warme klimaat soms drie worpen per jaar. En dus komen er steeds meer buiten het hun toegewezen natuurgebied. Minister Verburg (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, CDA) vindt dat de 4.000 tot 6.000 zwijnen van nu de draagkracht van de Veluweparken minstens vijf keer te boven gaan.

Het gaat om de wilde familieleden van het vertrouwde varken waarvan er twaalf miljoen in benauwde stallen worden gehouden om te worden geslacht en opgegeten. Varkensvlees is er ook in het restaurant van de Tweede Kamer. Dat zou een kolfje naar de hand moeten zijn voor Kamerleden die klaar staan om ferm op te treden tegen schadelijk wangedrag van grensoverschrijdende elementen. Maar nu heeft zelfs de Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders gewetensbezwaren tegen uitbreiding van de jacht op wilde scharrelzwijnen. Die moeten worden gespaard, stelt de partij.

De PVV maakt deel uit van de meerderheid die vandaag dreigt te gaan stemmen tegen de toestemming die minister Verburg heeft gegeven voor de zogeheten ‘drukjacht’. Alleen het CDA en de VVD steunen de minister. Het zwijn wordt de knuffel van de Kamer.

De huidige jachtmethode, waarbij de jager voer strooit en daarna met geweer in de aanslag afwacht, voldoet niet meer. De oogst van beukennootjes en eikels is dit jaar zo overvloedig dat de zwijnen de hele dag in hun schuilplaatsen liggen uit te buiken. Uitgerust hebben ze meer zin zich voort te planten.

Bij de drukjacht wekt een enkele helper van de jager het slapende zwijn. Die komt dan uit zijn schuilplaats en de jager kan erop schieten. Veel Kamerleden vinden deze methode te wreed.

Het emotionele debat over de soorten van jacht doet denken aan het theologische dispuut over de vraag of de slang wel tegen Eva gesproken heeft of niet. Vergeleken met de stress waaronder tamme varkens in stallen, veewagens en slachthuizen lijden, is het leed van wilde zwijnen marginaal.

De opposanten van de drukjacht bieden geen alternatief om de zwijnenstand te beperken. In de stad, waar steeds meer kiezers wonen, staat het zwijn bekend als beschermde natuur, superieur aan het ordinaire vleesvee. Het dunner bevolkte platteland ondervindt de schade. Spek is populairder dan wild.

De Kamer hoort verstandig te zijn en het beheer van de wildstand aan de minister over te laten.