Puber gebaat bij slappe praat

Is het lastiger geworden om kinderen op te voeden in de verwenmaatschappij? In de puberteit kunnen kinderen wel wat extra aandacht gebruiken. „Rouvoet maakt veel kapot.”

„Opvoeden is helemaal niet klaar als kinderen de twaalfjarige leeftijd bereiken. Dan wordt het alleen maar moeilijker. Daarom moet er een puberverlof komen.” Met die boodschap opende Mirjam Schöttelndreier gisteren het debat Hoe voeden we onze kinderen op tot betere burgers? in het Amsterdamse cultureel centrum de Rode Hoed.

Schöttelndreier, auteur van het net verschenen boek Kan ik ook van mijn kind scheiden?, vindt dat kinderen juist in de puberteit extra aandacht moeten krijgen, omdat ze de overgang naar de middelbare school vaak als een shock ervaren. Dan worden ze met drank en drugs geconfronteerd en krijgen ze zulke groeistuipen dat hun ouders hun kind soms nauwelijks nog herkennen. „Het is vreemd dat het kabinet en de minister van Jeugd en Gezin vinden dat ouders dan wel wat meer kunnen gaan werken”, zei Schöttelndreier. „Dan stopt de overheid de ondersteuning. Die moet juist uitgebreid worden. Vaders en moeders moeten ouderschapsverlof kunnen opnemen tot hun kinderen zestien jaar zijn. De leeftijdsgrens van acht jaar is veel te beperkt.”

Ouders zijn erg onzeker over de opvoeding, was een van de stellingen van debatleider Pieter Hilhorst. Het publiek discussieerde geanimeerd mee. Een vrouw wist niet wat te doen met haar aan games verslaafde zoon. Een andere moeder werd door haar dochter uitgelachen toen ze zei dat ze voor haar zestiende geen alcohol mocht drinken.

Is er grotere onzekerheid bij ouders over opvoeden? Panellid Jo Hermanns, hoogleraar opvoedkunde, denkt van niet. De doorsnee Nederlandse ouder is vrij „relaxed” en opvoeden kunnen zij wel. Bij willekeurig welk jeugdprobleem, van gedragsstoornissen tot verslaving, scoort Nederland in de internationale lijstjes bijzonder goed, constateert Hermanns. Hij merkte op dat de zaal gevuld was met hoofdzakelijk blanke, hoger opgeleide mensen en ziet in de segregatie van de samenleving een van de grootste gevaren voor de jeugd. Ook het repressieve overheidsbeleid vormt in zijn ogen een grote bedreiging voor kinderen. „Wij zijn het land met de meeste jongeren in gesloten inrichtingen. Onwillige kinderen worden in prep camps weggestopt. Dat zijn verontrustende ontwikkelingen. Vernietigen wij de mooie opvoeding van de afgelopen jaren niet?”

Marijke Bisschop, gedragstherapeute in België en auteur van Opvoeden in een verwenmaatschappij, ziet de multimedia en de commercie als grootste bedreiging. Volgens haar dicteert de maatschappij hoe ouders hun kinderen moeten opvoeden. Dat ze een playstation voor hun kind moeten kopen, welke mobiele telefoon hij krijgt. En via internet komen kinderen in aanraking met de „walgelijkste vuiligheid”, aldus Bischop. „Ouders houden hun kinderen daar niet van af, omdat zij andere ouders volgen. Omdat anderen het doen, doen zij het ook. Laten zij ‘nee’ leren zeggen!”

Hoeveel tijd moeten ouders thuis zijn om hun kinderen goed op te voeden? was de vraag aan panellid Simone Kennedy, gemeenteraadslid van de ChristenUnie in Amerfoort en moeder van drie kinderen. Volgens haar ontkomen ouders er niet aan om keuzes te maken tussen werk en opvoeding. En dan komt het er toch vaak op neer dat de man zorgt als het werk het toelaat en de vrouw werkt als de zorg het toelaat. Kennedy vindt dat niet erg, zolang iedereen de vrijheid heeft te kiezen. „En dat is gelukkig zo in Nederland.”

Jo Hermanns viel hard uit naar Kennedy’s partij. Volgens hem is Nederland niet tolerant voor kinderen. Onze samenleving ziet kinderen liever niet. „Aan die sfeer doet de ChristenUnie van jeugdminister Rouvoet heel hard mee. Dat maakt veel kapot.”

Een van de weinige allochtonen uit het publiek ging strijdlustig aan de paneltafel zitten. „Ga met de kinderen zelf praten!” was Ali Rahous advies. „En laat ouders opvoedcursussen volgen.” Zelf had hij daar veel baat bij gehad. „Verplicht die cursussen voor sommige ouders.”

De avond was bijna voorbij toen een toehoorder vroeg hoe kinderen nu opgevoed kunnen worden tot betere burgers. Mirjam Schöttelndreier was er duidelijk over. De boodschap dat ouders met consequent zijn en een zekere strengheid succes zullen oogsten, volstaat volgens haar niet meer. „We hebben afscheid genomen van het rustige opvoedtijdperk van de jaren vijftig. Met het straffe hiërarchische model red je het niet meer. Ik schaar mij bij de wetenschappers die het overlegmodel, waarin ouders met kinderen onderhandelen, nog zo gek niet vinden. De hardehandcultuur is niet beter dan de slappe praatcultuur.”