Nederig herenvolk

Schrijver Arnon Grunberg reist voor de tweede maal met de Nederlandse troepen door Afghanistan. Deel zeven in een serie.

Hier in het kamp zijn er twee soorten mensen: zij die de poort wel uit willen en zij die de poort niet meer uit willen. Vooralsnog behoor ik tot de eerste soort.

Er is geen patrouille die ik wil missen.

Met mijn koffer op wieltjes sleep ik door het grind naar de plek waar het konvooi gereed staat. Mijn koffer is een reden tot vermaak, maar al wat trots is, is van me afgevallen.

In het zand staan de gepantserde voertuigen op een rij. Ook deze dag breiden wij de inktvlek van de beschaving uit.

Uit een van de voertuigen klinkt Rammstein. Om in de stemming te komen.

Niels bij wie ik in het voertuig zit, vertelt over de helikopterscène uit Apocalyps Now. „Dat vond ik goed,” zegt hij. „Ze draaiden de Walküre van Wagner, en je weet wie die Walküre zijn. Dat zijn de engelen die de doden naar het Walhalla brengen. Dat gaf de arrogantie van de Amerikanen zo mooi weer.”

Wij zijn niet arrogant. Wij zijn een nederig herenvolk met een missie in de woestijn.

Voor vrouwen is er een plastuitje in het voertuig, mannen plassen tegen de band. Voor de grote boodschap is er de zogenaamde kakstoel aan boord. Een stoel waarin een gat is gezaagd. Een beetje militair slaat de kakstoel over. Hij kakt in de woestijn en steekt zijn stront vervolgens in brand. Ook dat is nederigheid, je laat het niet liggen voor de vliegen. Als ik moet kiezen tussen constipatie en het in brand steken van eigen stront kies ik voor constipatie.

Ons eerste doel is een ANP-post. ANP is Afghan National Police. De post heet Sinha. Een heuveltje, wat zandzakken eromheen, een gebouwtje, gebouwd door de Australiërs.

De politieagenten dragen geen uniform. Een paar liggen op een kleedje waarop een goudkleurige theepot en een wapen staan. Een van de agenten lijkt stoned.

Er lopen veel jonge jongetjes op de politiepost rond. „Dat zijn waarschijnlijk schandknaapjes,” zegt Niels.

Van een andere militair hoorde ik dat de vorige gouverneur van Uruzgan ook erg van jongetjes hield. Maar de militair voegde eraan toe: „Als je daar een mening over gaat hebben, heb je het hier bij voorbaat verloren.”

Op Kamp Holland schijnen wel eens jongetjes met een uitgescheurde anus te zijn afgeleverd. Ze waren, zeiden ze, op een steen gevallen.

Wie de beschaving wil verspreiden, moet af en toe een oogje dichtknijpen.

Zo is het christendom ook groot geworden.