Met drank op aan het werk

In Engeland is het taboe doorbroken. In Nederland verzwijgt men het: de invloed van drank- en drugsgebruik op de productiviteit. De Britse werkgevers nemen harde maatregelen. De Nederlandse werkgever die dat doet ontmoet verontwaardiging.

Maandag ziek en vrijdag niet zo lekker. Het Nederlandse bedrijfsleven heeft met deze uitval van werknemers allang leren leven. Maar Britse werkgevers hebben nu voor het eerst een taboe doorbroken. Maar liefst 40 procent van hen zegt, anoniem, dat in hun ogen alcoholmisbruik een belangrijke oorzaak is van afwezigheid en geringe productie. En 30 procent zegt hetzelfde over het gebruik van drugs.

Onderliggende boodschap van dit onderzoek van het gezaghebbende Chartered Institute of Personnel and Development (CIPD): het alcohol- en drugsgebruik van de Britse bevolking in zijn algemeen is excessief, vloeit over in de werksfeer en tast de productiviteit van onze ondernemingen aan.

Het antwoord van de werkgevers op die boodschap: harde maatregelen. Het verbod op alcohol op het werk is er één, maar de opvallendste is de test. Van de werkgevers test 22 procent zijn personeel regelmatig op alcohol en drugs en nog eens 9 procent zegt de maatregel binnenkort in te voeren. Rond 33 procent van de ondervraagden heeft in de afgelopen twee jaar werknemers ontslagen wegens alcoholmisbruik. Ontslag wegens drugsmisbruik is snel stijgend.

Wat een verschil met Nederland. Een woordvoerder van VNO-NCW zegt dat het probleem als zodanig – alcohol- en /of drugsmisbruik op het werk, laat staan het leggen van een verband tussen alcohol-/drugsmisbruik en productiviteit – bij zijn weten in de ondernemingsorganisatie niet als onderwerp apart aan de orde komt.

De cijfers gaan verscholen onder die van het ziekteverzuim „en dat is in Nederland dalende”, zegt VNO-NCW. Bij de vakcentrale FNV klinkt een soortgelijk geluid: er is geen „diepgaande discussie”. Omdat het een lastig onderwerp is? „Het onderwerp is vooral ingewikkeld”, zegt een FNV-woordvoerder. „Ook omdat het met de privésfeer te maken heeft. Het ligt in dezelfde sfeer als de klacht dat op maandagmorgen veel werknemers ziek zijn omdat ze een blessure op het voetbalveld hebben opgelopen. Aan de ene kant is er de verwachting dat mensen gezond blijven door sporten, aan de andere kant beïnvloeden sportblessures zo ook de productiviteit.”

Volgens gegevens van de Britse overheid gaan er in het Verenigd Koninkrijk 14 miljoen werkdagen per jaar verloren door alcoholmisbruik alleen, een schadepost van naar schatting 3 miljard euro per jaar. Wat betreft Nederland: het Nederlands Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ) baseerde zich vorig jaar in een factsheet voor arbo-artsen op een cijfer uit 1995: de maatschappelijke kosten van alcoholgebruik op het werk werden toen geschat op 5 miljard gulden.

Werknemers met een alcoholprobleem presteren volgens het NIGZ maar voor 75 procent van hun salaris. Van werknemers in de ziektewet blijkt 13 procent problemen te hebben die te maken hebben met alcoholgebruik. De factsheet verwijst ook naar onderzoek uit 2003 van het Instituut voor verslavingsonderzoek (IVO): 21 procent van de werkende beroepsbevolking drinkt excessief en 5 procent is probleemdrinker.

Het probleem wordt ontkend en er bestaat angst voor de aantasting van de privacy als de werkgever zich met het alcoholgebruik van de werknemers gaat bemoeien, houdt het NIGZ de arbo-artsen voor. Bovendien wordt alcohol ook als positief ervaren, bijvoorbeeld bij zakelijke transacties of tijdens bijeenkomsten van het personeel, zegt het NIGZ.

Toen Esso in het begin van de jaren negentig een werknemer naar huis stuurde en op staande voet wilde ontslaan omdat hij op het werk twee biertjes had gedronken, ontstond enorme ophef. Rik van Steenbergen, juridisch stafmedewerker bij de FNV, herinnert eraan dat destijds de discussie hoog opliep over vooral Amerikaanse bedrijven die (ook) in Nederland aan de poort wilden testen op alcohol. Die storm, zegt hij, is geluwd, ook al doordat de kantonrechter het ontslag ongedaan maakte omdat niet kon worden bewezen dat twee biertjes het functioneren van de man hadden belemmerd.

Over de NS (25.000 werknemers) woedde een soortgelijke storm toen in juli van dit jaar uitlekte dat het bedrijf niet alleen zijn machinisten, maar ook zijn kantoorpersoneel wil gaan testen op alcoholgebruik. Aanleiding: het toenemend gebruik van alcohol in het algemeen. „Als dit een cultuurprobleem is, dan vertaalt het zich mogelijk ook op de werkvloer”, zo motiveert een woordvoerder van de NS deze stap. Maar of er naar aanleiding van de testresultaten ook over productiviteit gaat worden gepraat en zelfs, of er ontslagen vallen of zijn gevallen naar aanleiding van de uitslagen, daarover wil hij niets zeggen. „Daar doen wij geen mededelingen over. En over hypotheses communiceren we niet met de pers.” Gevraagd naar het percentage ziekteverzuim, zegt de woordvoerder dat dat bij de NS traditioneel hoog is (6,1 procent in 2006, zij het 1 procentpunt lager dan in het jaar daarvoor), maar dat heeft naar zijn zeggen ook te maken met de stress waaraan rijdend personeel blootstaat.

Hein Knaapen, directeur human resources van KPN (18.000 werknemers in Nederland), zegt dat hij uit zijn hoofd niet eens weet of het bedrijf er al dan niet een alcohol- en/of drugsbeleid op nahoudt. „Wij in Nederland vinden het heel ingewikkeld om over zoiets als alcohol- en of drugsgebruik, en een verlies aan productiviteit daardoor, te praten. In ons poldermodel van bescherming van de rechten van de werknemer en ‘iedereen is gelijk’ is het ongehoord om zelfs maar een respectvol onderscheid te maken tussen werknemers die wel goed zijn en degenen die minder goed presteren.” Bij KPN is het ziekteverzuim „een historisch lage 3,9 procent”, maar, zegt Knaapen, in hoeverre dat overmatig alcohol- of drugsgebruik camoufleert, weet hij niet. „En op het laagste leidinggevende niveau blijft dat helemaal buiten beeld, want daar zijn de baas en de werkers vrienden van elkaar en komen bij elkaar thuis. Die gaan elkaar niet verraden.”

Bij de NIGZ-Alcoholinformatielijn (0900 500 20 21, 10 eurocent per minuut) informeren volgens consulente Suzanne Weingart bedrijven van allerlei aard daar vrijwel dagelijks hoe ze een blaastest moeten doorvoeren en of dat zomaar mag. En dan zijn er de bedrijven zoals uitzendbureau Groenflex in Wateringen, waar 170 Poolse werknemers (van de 600 medewerkers) wekelijks getest worden op alcohol. Wie twee keer faalt, krijgt ontslag. Wie één keer te hoog blaast, kan op eigen kosten de dag thuis doorbrengen, zegt eigenaar Erik Zantingh. „Ik heb het gewoon ingevoerd.”

Als werknemer moet je weten dat je ook kans hebt om je baan te houden als je in een vroeg stadium je probleem erkent en om hulp vraagt, zegt Ben Wilmott van het CIPD. Werkgevers moeten daar een reeks van initiatieven op loslaten: van vrije tijd voor therapie tot verlof voor opname. „Een goed functionerend management kan niet langer doen of er geen probleem is.”