Kinderboekauteur Lydia Rood schreef dit jaar het geschenkboek ‘Kaloeha Dzong’

Kinderboekauteur Lydia Rood schreef dit jaar het geschenkboek ‘Kaloeha Dzong’ Monique Snoeijen Ik kan alles schrijven, zegt Lydia Rood. Ik kan, bijvoorbeeld, een doktersromannetje schrijven, zegt ze. ‘Toen zijn mond haar lippen eindelijk losliet, hapte Charity naar adem. Haar hart klopte als dol geworden en ze trilde van top tot teen. ’ (Uit: Belofte onder het Zuiderkruis) Ik kan satire voor tienjarigen schrijven, zegt ze. ‘Toen pisten ze de fakkels uit en gingen slapen, lekker op een hoopje in het warme vuilnis.’ (Slotzin van Marietje Appelgat en haar vieze vrienden) Ik kan een spannend jongensboek schrijven, zegt ze. ‘Hij vloekte: Caray, Ramiro, snap je het niet? Ze hebben mijn vader en mijn moeder vermoord. Ik heb geen zin om óók met een motorzaag aan stukken gescheurd te worden!’ (Uit: De ogen van de condor, over de burgeroorlog in Colombia). Je kan alles schrijven, zeg je. Ook literatuur? „Wat jij bedoelt, is literatureluur! Dat kan ik wel, maar dat wil ik niet.” Lydia Rood Lydia Rood schreef het Kinderboekenweekgeschenk Kaloeha Dzong. In dit boek beleeft een mishandelde jongen avonturen in een Second Life-achtige wereld, die hem uiteindelijk redding in de reële wereld biedt. „Het scheppen van een parallelle wereld is de zeer productieve schrijfster van kinder-en jeugdboeken wel toevertrouwd. [...] Overtuigend is Rood in de beschrijving van de echte harde wereld. [...]De virtuele wereld van Rood heeft iets willekeurigs, alsof alles kan. Juist een fantasiewereld heeft behoefte aan strakke spelregels, maar Rood gaat er achteloos mee om.” Karel Berkhout, 2 oktober 2007. Tot en met 13 oktober gratis bij aanschaf van minimaal 10 euro aan kinderboeken. Lydia Rood(1957) auteur;schrijfster. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Marken, 26 september 2007 Mentzel, Vincent

Ik kan alles schrijven, zegt Lydia Rood. Ik kan, bijvoorbeeld, een doktersromannetje schrijven, zegt ze.

‘Toen zijn mond haar lippen eindelijk losliet, hapte Charity naar adem. Haar hart klopte als dol geworden en ze trilde van top tot teen. ’ (Uit: Belofte onder het Zuiderkruis)

Ik kan satire voor tienjarigen schrijven, zegt ze.

‘Toen pisten ze de fakkels uit en gingen slapen, lekker op een hoopje in het warme vuilnis.’ (Slotzin van Marietje Appelgat en haar vieze vrienden)

Ik kan een spannend jongensboek schrijven, zegt ze.

‘Hij vloekte: Caray, Ramiro, snap je het niet? Ze hebben mijn vader en mijn moeder vermoord. Ik heb geen zin om óók met een motorzaag aan stukken gescheurd te worden!’ (Uit: De ogen van de condor, over de burgeroorlog in Colombia).

Je kan alles schrijven, zeg je. Ook literatuur?

„Wat jij bedoelt, is literatureluur! Dat kan ik wel, maar dat wil ik niet.”