Kinderboekauteur Lydia Rood schreef dit jaar het geschenkboek ‘Kaloeha Dzong’

Ik kan alles schrijven, zegt Lydia Rood. Ik kan, bijvoorbeeld, een doktersromannetje schrijven, zegt ze.

‘Toen zijn mond haar lippen eindelijk losliet, hapte Charity naar adem. Haar hart klopte als dol geworden en ze trilde van top tot teen. ’ (Uit: Belofte onder het Zuiderkruis)

Ik kan satire voor tienjarigen schrijven, zegt ze.

‘Toen pisten ze de fakkels uit en gingen slapen, lekker op een hoopje in het warme vuilnis.’ (Slotzin van Marietje Appelgat en haar vieze vrienden)

Ik kan een spannend jongensboek schrijven, zegt ze.

‘Hij vloekte: Caray, Ramiro, snap je het niet? Ze hebben mijn vader en mijn moeder vermoord. Ik heb geen zin om óók met een motorzaag aan stukken gescheurd te worden!’ (Uit: De ogen van de condor, over de burgeroorlog in Colombia).

Je kan alles schrijven, zeg je. Ook literatuur?

„Wat jij bedoelt, is literatureluur! Dat kan ik wel, maar dat wil ik niet.”