Kinder-tv: accent ligt op tekenfilm

Ouders en kinderen denken heel verschillend over kindertelevisie. De kinderprogramma’s van de publieke omroep moeten spannender. „Nu is het droog brood met zand.”

Het Klokhuis op Nederland 3 is het beste kinderprogramma op de Nederlandse televisie. Het is onderhoudend en leerzaam. Vinden ouders. Welnee, zeggen hun kinderen. Het Huis van Anubis op Nickelodeon is het beste programma. De soap is spannend en grappig.

Ouders en kinderen denken heel verschillend over kindertelevisie, zo bleek gisteren tijdens een congres van de NPS in Amsterdam. Vertegenwoordigers van publieke en commerciële omroepen spraken over Sesamstraat, Dora & Diego, Lilo & Stitch en nog veel meer programma’s. Hoe zeer de meningen van ouders en kinderen uiteen lopen, schetste het bureau Intomart/GFK. Dat presenteerde gisteren een onderzoek naar kinder-tv.

Met name kinderen tussen 8 en 12 jaar kijken volgens Intomart/GFK veel liever naar commerciële zenders. Tekenfilms en series hebben hun voorkeur. Hun ouders houden meer van educatieve kinderprogramma’s van de publieke omroep. Sesamstraat behoort tot de buitencategorie; het is de favoriet van ouders én kinderen tussen 3 en 7 jaar.

„De commerciële zenders scoren goed, omdat wij meer denken vanuit het kind en niet vanuit de maker”, zei Marieke van Heeswijk van kinderzender Jetix. „Kinderen hebben behoefte aan een andere, snellere vormtaal dan vroeger. Een programma als Swiebertje is veel te traag voor de kinderen van nu.”

Bekende Nederlanders-met-kinderen zoals Angela Groothuizen, Jörgen Raymann en Jan Rot onderschreven deze mening tijdens het congres in korte filmpjes. De publieke omroep werd daarbij niet gespaard: publieke kindertelevisie is niet spannend, het heeft een uitstraling alsof je naar school moet, het is droog brood met zand erop. Maar, zei iemand, kinderen hebben nu eenmaal de behoefte om voor de tv te zitten, dan moet je het ook goed doen.

Minister André Rouvoet (CU, Jeugd en Gezin) benadrukte gisteren in Amsterdam vooral de verantwoordelijkheid van de ouders. Die moeten ervoor zorgen dat hun kinderen niet te veel tv kijken en programma’s zien met veel geweld of geschreeuw. Maar ook de omroepen hebben een verantwoordelijkheid, aldus de minister. „Ouders en kinderen hebben recht op kwalitatief goede tv-programma’s. Programma’s die u en ik graag onze kinderen willen laten zien. Deze kwaliteitseis staat vastgelegd in de Mediawet. Vooral de publieke omroep moet zich daartoe verplicht voelen. Maar ik hoop ook dat de commerciële zenders hun verantwoordelijkheid nemen. Natuurlijk zijn er nu al kinderprogramma’s bij deze zenders die kwalitatief in orde zijn. Ik hoop dat dit aantal toeneemt.”

Een derde van de ouders kijkt dagelijks samen met hun kinderen tv. De helft kijkt meerdere keren per week samen. Ouders vinden dat belangrijk, aldus Intomart/GFK, want dan hebben zij controle over wat hun kinderen zien. Kinderen vinden het vooral gezellig. De meeste ouders (64 procent) zeggen dat zij geen afspraken hebben gemaakt met hun kinderen over hoeveel tv zij mogen kijken. Kinderen hebben de indruk dat er wel degelijk afspraken zijn.

„Waar mijn kinderen naar kijken op zondagochtend weet ik niet”, zei D66-leider Alexander Pechtold in een van de filmpjes. „Ik zet slaapdronken de tv aan en dan hebben wij nog anderhalve uur extra slaap.” Minister Rouvoet kon het niet laten daarop te reageren. „Ik weet wél waar mijn dochters naar kijken op zondagochtend. Wij zitten dan in de kerk. En dat is zeker geen Nickelodeon.”

Ouders én kinderen willen volgens Intomart/GFK dat er meer jeugdfilms, Nederlandse jeugdseries en educatieve programma’s op tv komen. Ze vinden dat er te veel tekenfilms, soaps, buitenlandse jeugdfilms en quizzen te zien zijn. Het maken van een kinderprogramma is echter duur, zei televisiewetenschapper Peter Nikken van het Nederlands Jeugdinstituut gisteren. „De opbrengsten zijn minder dan bij programma’s voor volwassenen, omdat de reclamemogelijkheden beperkt zijn.” Bovendien zijn Nederlandse producties niet gemakkelijk te verkopen aan buitenlandse zenders.

Nikken haalde een recent onderzoek aan van de Britse mediatoezichthouder Ofcom. De organisatie beschreef trends in kindertelevisie, die volgens Nikken ook buiten Groot-Brittannië opgaan. Het publiek is zeer gefragmenteerd; dat maakt het omroepen moeilijk om kijkers aan zich te binden. Er komen steeds minder eigen producties op tv, er zijn meer herhalingen. Drama lijdt het meest. En er is minder variatie in het aanbod; het accent ligt op tekenfilms. Nikken pleitte voor een breed kindertelevisiefonds dat wordt gevoed door overheid, loterijen en donaties.

Of die rol is weggelegd voor het reeds bestaande Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepproducties (Stifo) werd niet duidelijk. Feit is wel dat Stifo mede aan de wieg stond van een nieuwe kinderserie die gisteren werd gepresenteerd als voorbeeld van moderne, crossmediale kindertv. Kika & Bob is een tekenfilmserie van 26 afleveringen, geproduceerd door het Nederlandse bedrijf Submarine, waarin het meisje Kika en de brandweerman Bob avonturen beleven over de hele wereld. De kat van Kika, Tijger, zit ondertussen hongerend bovenop de kerktoren in hun woonplaats Waterloo. Hij durft niet meer naar beneden. Kinderen kunnen op internet spelletjes spelen en voedsel verdienen voor Tijger. „Animatie kan ook leerzaam zijn”, benadrukte Bruno Felix van Submarine. „Het leent zich goed voor educatie, want het is een genre dat kinderen gemakkelijk oppikken.” De NPS zendt Kika & Bob waarschijnlijk vanaf januari uit.