Jagen op etters van de Mondriaangroep

De politie weet wie ze zijn, de 30 tot 35 jongens van Marokkaanse komaf die in Amsterdam-Slotervaart auto’s in de fik steken. Jongens bij wie niets meer helpt, alleen nog het strafrecht.

Het zou wel rustig blijven in Slotervaart, zei jongerenwerker Youssef Chragi (21) afgelopen maandag. Hij was door de wijk gelopen en had „een soort saamhorigheidsgevoel” bespeurd. Chragi stond voor het politiebureau aan het August Allebéplein in Amsterdam-Slotervaart en keek naar de zwarte hekken die er omheen waren gezet. In het politiebureau werd zondagmiddag Bilal B. doodgeschoten, nadat hij twee agenten met een mes had aangevallen en verwond.

Maar rellen door boze jongeren? Deze keer niet, zei Chragi. „Niemand wil dit. En het ging hier ook om een jongen die gek was.”

De jongerenwerker sprak meer uit hoop dan geloof. Dat wist hij ook. En de gemeente, de politie, de buurtvaders en hulpverleners; ze weten het allemaal. Altijd is er een kleine groep Marokkaanse jongens die elke gelegenheid aangrijpt om rellen te veroorzaken.

Het lijkt sinds maandag de strategie van de autoriteiten. De jongeren die overlast veroorzaken lostrekken van Bilal en diens dood. Isoleren van de ‘andere’ jeugd in Slotervaart. Dit is een groep die zich van niemand wat aantrekt, vaak niet naar school gaat, niet werkt en bij wie hulpverlening geen zin meer heeft.

De Amsterdam politiehoofdcommissaris Bernard Welten zei het gisteravond in tv-programma Pauw & Witteman zo: „Ik houd er altijd rekening mee dat een aantal gewetenloze kwelgeesten uit het riool naar boven kruipt.” Stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch stelde meteen dat de vernielingen in zijn wijk met de dood van Bilal niets te maken hadden. Emoties? Flauwekul, zei Marcouch. „Dat is veel te veel eer. Deze gasten hebben voor niemand gevoel.” En een woordvoerder van de gemeente zegt dat het altijd dezelfde jongens zijn die bij elke „maatschappelijke gelegenheid waar emotie bij zit tevoorschijn komen”.

Bij deze jongens helpt niets meer, menen gemeente en politie. In Slotervaart wordt er van alles georganiseerd voor jongeren, juist om te voorkomen dat ze zich op straat misdragen. Maar voor deze groep geen projecten, reisjes naar Marokko en andere verwennerij meer, zegt Marcouch. „Deze etters kun je alleen maar aanpakken met het strafrecht.”

Het zijn de jongeren met wie de gemeente Amsterdam al jaren bezig is. De politie zegt precies te weten om wie het gaat. Het gaat om een groep van 30 tot 35 jongeren, tussen twaalf en zeventien jaar die een harde kern vormen. Inbraak hier, overval daar. Geregeld zitten ze een paar maanden vast, maar daarna komen ze weer naar huis. En beginnen ze weer opnieuw. De Piet Mondriaangroep heten ze bij de politie, zoals er elders in het stadsdeel ook nog andere groepen zijn.

Vorig jaar richtte de gemeente speciaal voor deze groepen jongeren de Stichting Aanpak Overlast Amsterdam (SAOA) op, juist omdat hulpverlening niet meer hielp. Weg met het overleg en de dialoog. Straatcoaches van de stichting patrouilleerden sindsdien per fiets door de buurten om de jongeren dag en nacht in de gaten te houden. En wordt er overlast geconstateerd dan spreekt een gezinsbezoeker de ouders aan. Zo worden de jongeren door de straatcoaches en de politie dag en nacht in de gaten gehouden en in kaart gebracht. Gezinssituatie, justitieel verleden, inkomen, school, vrienden; alles staat op papier.

Daarom zegt de politie ook dat ze nu precies weten wie de overlast in de wijk veroorzaakt. Sinds gisteravond maakt de politie gebruik van een nieuwe maatregel om de jongeren die ze kennen op te kunnen pakken. Jongeren die van plan zijn de openbare orde te verstoren worden door de politie opgepakt. Vannacht werden hiervoor vijf jongens opgepakt. In de Piet Mondriaanstraat.