IJdelheid der ijdelheden

P.F. Thomése: Vladiwostok! Contact, 296 blz. € 22,90 / € 19,90

In een toespraak over zijn boek zei P.F. Thomése: ‘Ik wilde een politieke roman schrijven, verder niks.’ Een roman over de ‘nieuwe politiek’ wilde hij maken. ‘Een post 9/11 novel, maar dan op zijn Hollands, dus noem het voor mijn part een post-Pim-novel’. Uit burgerplicht, zei hij er nog bij. Het zijn antwoorden waar je de ironie vanaf moet schrapen, en die duidelijk maken dat Vladiwostok! vragen oproept. Want van de ingetogenheid uit Thoméses zachtmoedige roman Izak is weinig te vinden. Laat staan dat de nieuwe Thomése doet denken aan Schaduwkind, het intens verdrietige boek over de dood van zijn zes weken oude dochter, waarmee Thomése vier jaar geleden doorbrak bij een groot publiek.

Nee, Vladiwostok! is andere koek. Hier betreedt Thomése de wereld van Fons Nieuwenhuijs, ex-journalist, thans mannetjesmaker in het Haagse. Nieuwenhuijs is getrouwd met een ex-televisiester, inmiddels ook partner in zijn communicatiebureau. Zij kan geen kinderen krijgen en ze weet niet dat hij ze wél heeft: één jongvolwassen dochter bij een jeugdliefde en een peuter bij een vrouw van wie hij de naam maar niet kan onthouden.

Bij een mannetjesmaker hoort een mannetje. Dat is in het geval van Nieuwenhuijs zijn vriend Hans Portielje. Portielje is bijzonder hoogleraar in iets onduidelijks, kandidaat-Kamerlid en ingetrouwd in een regentenfamilie. Hij is een politicus met mogelijkheden, het soort man dat je ’s ochtends uit zijn bed kan bellen en waar dan toch zomaar de juiste quotes uitrollen. Maar vóór alles is Portielje een gepassioneerde allesneuker.

Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die de roman om de grote-jongensbravoure (de ‘kleddergeile Ruttekut’, ‘roze negerkutjes’ en billen die ‘zelfs tijdens het lopen nog leken te kunnen neuken en dat alles maal honderd) zuchtend terzijde schuiven. Maar als je er de charme van ziet, is zeker het eerste deel van de roman onweerstaanbaar. Dat heeft ook te maken met hoe Thomése zijn verhaal vertelt, dicht op de huid van Nieuwenhuijs.

In het hoofd van Nieuwenhuijs gaat alles snel, het is meer associëren dan nadenken wat hij doet, maar de mannetjesmaker blijkt ingewikkelder in elkaar te zitten dan je zou denken. Hij is groot geworden als de man achter de schermen, als een ‘influisteraar’ van wie de politieke (en vele promiscue) ambities zijn uitbesteed aan zijn marionet Portielje en die het ouderschap overlaat aan de moeders van de kinderen. Maar vooral dat laatste gaat knagen: hij helpt zijn 20-jarige dochter met het schrijven van een artikel en betrapt zichzelf op nieuwsgierigheid naar zijn zoontje. Nieuwenhuijs krijgt genoeg van zijn rol op de achtergrond. Hij wil een leven.

Nieuwenhuijs is echter niet de enige stem in het boek. Twee van de vier hoofdstukken zijn geschreven vanuit het perspectief van Portielje. En het mannetje blijkt een slap aftreksel van de mannetjesmaker. Hoewel de plot van de roman misschien wel interessanter is in deze delen, krijgen ze iets slooms: je ziet snel aankomen dat de herovering van een eigen leven door Nieuwenhuijs gepaard zal gaan met problemen voor zijn vriend Portielje – en dat is precies wat er gebeurt.

Een politieke roman is Vladiwostok! niet. Het beeld dat hij schetst is er een van grenzeloze oppervlakkigheid, ijdelheid en geilheid. Slechts sporadisch waait er een zinnetje het boek binnen waaruit je zou kunnen opmaken dat de schrijver zich interesseert voor de mechanismen van het moderne kiezersmanagement. Dat er ook bij de gelikte politicus iets is wat hem kan bezielen, dat er een reden is waarom de ijdelheid van zo iemand een politieke verschijningsvorm krijgt – dat lijkt de schrijver niet te interesseren. Meer dan een boek over de ‘nieuwe politiek’ is deze roman een afwijzing van die politiek. Iets wat je ook best als burgerplicht kunt zien.

Vladiwostok! gaat om taal. Om wat er met taal te bouwen valt en wat dat waard is. Nieuwenhuijs is een man wiens wereld bestaat uit taal, die zijn omgeving met woorden manipuleert. Hij zegt het mannetjesmaken goddelijk werk te vinden, zoals ook een auteur zich een god kan wanen. Maar precies dáár krijgt Nieuwenhuijs genoeg van. Hij wil niet langer een universum van woorden dat hij zelf kan bestieren, hij verkiest het leven in een echte wereld, met alle onmacht van dien. Daarmee heeft Thomése een klassiek literair thema te pakken.

Het is het thema van Schaduwkind. Dat boek kreeg als centrale gedachte over het gestorven kind mee: ‘Als ze ergens nog is, dan in de taal.’ Schaduwkind beschrijft de pogingen om in de taal iets terug te winnen dat in het leven verloren is gegaan. In Vladiwostok! wordt de omgekeerde weg afgelegd: een man die in de taal alles heeft, wil nu iets van het leven – en weer speelt een kind daarin een hoofdrol. Die exacte spiegeling is even schrikken. Het maakt het heerlijke getetter uit deze roman in retrospectief tot het spiegelbeeld van de verpletterende afwezigheid van het overleden kind in Schaduwkind. En dan wordt Vladiwostok!, hoe vol het boek ook is, toch een roman over leegte. Alles is leegte.