Homo sapiens at al vroeg schaaldieren

Al 165.000 jaar geleden aten mensen schaaldieren, gebruikten ze rode oker als kleurstof en konden ze geavanceerde stenen mesjes maken. Dit blijkt uit archeologisch onderzoek in een grot in Zuid-Afrika.

De vondst van de schelpen van vijftien soorten zeeweekdieren (die alleen door mensen in de grot kunnen zijn gebracht), van de stukken rode oker en van de werktuigen wordt vandaag gepubliceerd in het tijdschrift Nature. De vondst geldt als een belangrijke aanwijzing voor een vroeg ontstaan van geavanceerd, ‘modern’ denken.

Zeevoedsel maakt het mogelijk om lang op één plek te blijven wonen. De oker is hoogstwaarschijnlijk gebruikt als verfstof voor kleren of de huid (en dus van ‘symbolisch’ gedrag). En de kleine mesjes waren tot nu toe vooral bekend uit een veel latere periode.

Het belang van de huidige vondst is dat nu drie van deze kenmerken van modern gedrag bij elkaar zijn gevonden, in een samenhangend pakket. Tot nu toe konden veel van dit soort oudere vondsten worden afgedaan als ‘toevalligheden’. „We hebben de vroegste verschijning van een pakket voedsel, technologie en cultuur gevonden”, melden de archeologen trots in Nature.

Het ontstaan van dit ‘denken in symbolen’ is een zeer omstreden kwestie. Want de moderne mensensoort (Homo sapiens) is al ongeveer 200.000 jaar geleden ontstaan in Afrika, maar evidente bewijzen voor symbolisch denken zijn er pas vanaf 45.000 jaar geleden: met de prachtige beeldjes uit Duitsland en de rotstekeningen uit Frankrijk. Tegelijkertijd gaat de mens dan veel geavanceerdere werktuigen gebruiken. Het fabriceren van die complexe werktuigen vereist waarschijnlijk ook een krachtige symbolische cultuur.

De oude maar nog altijd breed gedeelde opvatting over deze kwestie is dat pas met de expansie vanuit Afrika de wereld in (ca. 70.000 tot 50.000 jaar geleden) een echt moderne mens is ontstaan. Pas dan zou ook een volledig grammaticale taal zijn ontstaan. Maar volgens andere meer recente opvattingen zijn er genoeg veel oudere kleine aanwijzingen voor geavanceerd denken: stukjes pigment van 250.000 jaar oud, geavanceerde messen van 225.000 jaar oud, benen werktuigen van 100.000 jaar oud, enzovoorts. Homo sapiens zou dus al vanaf zijn vroegste ontstaan in staat zijn tot ‘modern gedrag’ (en dus een volledig grammaticale taal hebben). De nieuwe vondst is een steun in de rug voor deze laatste opvatting.