Hockeyers lijken net voetballers

De professionalisering van de hockeywereld leidt tot getouwtrek om spelers.

Met regulering wil de hockeybond de verstoorde verhoudingen verbeteren.

Plotseling leek het een trend: hockeyers die onder de afspraken met hun club uit willen om te kunnen verkassen naar een betere club. Buitenlandse topspelers, stijgende salarissen, rechtszaken, schadevergoedingen, een strijd om portretrechten: de hockeywereld krijgt trekjes van het profvoetbal.

Dat de directeur betaald voetbal van de KNVB, Henk Kesler, vorige week de hockeyclubs bijpraatte over financiële, arbeids- en tuchtrechtelijke zaken was veelzeggend voor de moderne tijdgeest. „De hockeywereld bevindt zich duidelijk in een overgangsfase”, erkent Marijke Fleuren, adjunct-directeur van de hockeybond (KNHB). „Natuurlijk bestaat er profhockey in Nederland.”

Maar die overgang verloopt niet altijd rimpelloos, zo bleek met het getouwtrek om international Erik Bouwens, die een contract bij Den Bosch had ondertekend, maar desondanks vertrok naar SCHC. Voor de bond is het nog steeds eenvoudig: de clubs moeten de woensdag voor aanvang van de competitie tweeëntwintig namen doorgeven. Met die selectie, aangevuld met eigen jeugd, moet de club het doen.

Voor de goede orde, zegt Fleuren: de hockeybond heeft niets tegen de professionalisering van de sport, die ruwweg inzette in het midden van de jaren negentig toen de eerste buitenlandse topspelers naar de Nederlandse competitie werden gelokt. Intussen kijkt niemand er meer van op dat een hockeyer geld, een baan of een auto krijgt en dat hij van club verandert als hij hogerop wil of elders meer kan verdienen. Fleuren: „Wat ze precies verdienen weet ik niet. Daar zijn de clubs nog niet echt open over.”

Op zichzelf vinden hockeyers het heel normaal dat iemand af en toe van club verandert, stelt de hockeybond. „Dat gebeurt veel vaker dan vroeger, en geld speelt daarbij gewoon een rol. Maar de Nederlandse hockeywereld is niet het Wilde Westen.”

Maar de bond kreeg het afgelopen jaar steeds vaker klachten van clubbestuurders dat er werd „gehannest” met spelers en dat clubs spraken met spelers terwijl ze nog midden in de competitie zaten, aldus Fleuren. Daardoor kwamen de verhoudingen tussen de clubs onder druk te staan. Daarom belegde de bond vorige week een bijeenkomst met alle clubs over die voortschrijdende professionalisering.

Het komende half jaar gaat de bond met een werkgroep onderzoeken wat wel en wat niet gereguleerd moet worden: of er standaardcontracten voor hockeyers moeten komen, transferwindows naar analogie van het voetbal, opleidingsvergoedingen voor clubs die jeugdspelers verliezen, transfervergoedingen en een arbitragecommissie voor de beslechting van conflicten. Volgend voorjaar moet er duidelijkheid zijn. „Er wordt in elk geval meer gereguleerd”, zegt Fleuren.

Maar dat het met de bedragen nog meevalt bleek uit de ‘zaak-Bouwens’ voor de kantonrechter in Den Bosch, waarin bekend werd dat Erik Bouwens voor één seizoen bij Den Bosch 5.000 euro zou krijgen, plus 1.000 euro als de club de play-offs zou halen. De meeste voetballers trekken voor zo’n salaris hun schoenen niet eens aan.

„Ik was nou niet bepaald onder de indruk van dergelijke bedragen”, zegt Fleuren. „Het was wel een heleboel gedoe over heel weinig geld. Ik heb geen idee van de bedragen, maar sommige tophockeyers kunnen ervan leven. De toppers verdienen misschien evenveel als de laagstbetaalden eredivisievoetballers. Maar wat een gewone, jonge speler krijgt mag echt geen naam hebben.”

De verschillen tussen de sporten zitten vooral in de tv-rechten en de toeschouwersrecettes. Hockeyclubs moeten het hebben van sponsoring.

De bond erkent dat sommige clubs moeite hebben met de nieuwe praktijken. Fleuren: „Wij kunnen ons heel goed voorstellen dat clubs die heel veel tijd en geld in opleiding steken het niet leuk vinden als hun jonge spelers zomaar opstappen.”

De bond heeft zich nooit bemoeid met het groeiende aantal betalingen. Fleuren: „Dat is vanuit de clubs gebeurd. Nu hebben alle clubs daar afspraken over gemaakt. Maar niet alle spelers hebben arbeidscontracten, dus staat ook niet altijd omschreven of ze een keertje weg mogen blijven, of wat er gebeurt als ze ziek zijn.”

Fleuren keek afgelopen zomer met een „dubbel gevoel” naar de perikelen rond het vertrek van Erik Bouwens, Minck Hermans en Bob de Voogd bij Den Bosch. „Het was duidelijk dat er afspraken waren gemaakt tussen de spelers en Den Bosch. Vervolgens wilden de spelers tóch weg. Ze hielden zich niet aan hun afspraak. Daar hoort een schadevergoeding bij die ook rekening houdt met hun verhaal. Zij vonden dat Den Bosch zich ook niet aan de afspraak had gehouden.”

Daarmee is de weg naar afkoopsommen geopend. „Waar het om gaat is dat er onenigheid kan ontstaan tussen clubs en spelers. Dus moet je als bond daarvoor iets organiseren, bijvoorbeeld een arbitragecommissie. Dat scheelt een hoop gedoe.”

Ook de grote aantallen buitenlanders in beide hoofdklassen is al enkele jaren onderwerp van discussie, maar de bond kan er niets tegen doen. „De bond mag als instituut van welzijn geen onderscheid maken tussen buitenlanders en Nederlanders, de clubs wel”, vindt Fleuren. Die spraken af dat zij het aantal buitenlandse spelers zullen beperken tot drie. „Veel buitenlandse toppers willen hier spelen. Daar hebben wij niets op tegen, zolang zij maar een toegevoegde waarde zijn. Wij zeggen wel tegen de clubs: let op je jeugdopleiding.”

Volg de hockeywereld via knhb.nl en bekijk de trailer van de hockeyfilm Goud op filmfocus.nl.