Historicus Saul Friedländer publiceerde deel 2 van zijn grote Holocaust-studie

‘Soms is het beter niet te veel woorden te gebruiken, maar de getuigen van de jodenvervolging voor zichzelf te laten spreken.” Saul Friedländer geeft een voorbeeld uit zijn onlangs gepubliceerde The Years of Extermination. Emanuel Ringelblum, chroniqueur van de ondergang van het getto van Warschau, schrijft op 10 mei 1941 hoe Duitse toeristen zich vergapen aan de slachtoffers: ‘De meeste van hen tonen in het geheel geen medelijden met de joden. Integendeel, sommige van hen schijnen van mening, dat het sterftecijfer onder de joden te laag is. Anderen maken allerlei foto’s.’

„Het zijn de details in dergelijke getuigenissen”, zegt Friedländer, „die vorm geven aan het ongeloof dat we ervaren als we met de Shoah worden geconfronteerd. De stem van de getuigen snijdt door de zelfvoldaanheid van de historicus, die de geschiedenis nu eenmaal moet temmen. Maar de geschiedenis van de massamoord op de joden laat zich niet beschrijven als business as usual. Je kan niet voorbijgaan aan het onbevattelijke ervan.