Hamaca Paraguaya

‘De zon komt op, de zon gaat onder, en altijd snelt ze naar de plaats waar ze weer op zal gaan.’ Zegt Prediker in de bijbel. Je zou bijna zeggen dat de Paraguayaanse regisseur Paz Encina Hamaca Paraguaya heeft gemaakt met Prediker in haar achterhoofd. Een uur en tien minuten duurt de film. De vertelde tijd daarin beslaat niet meer dan een dag, van zonsopgang tot zonsondergang. En toch heb je na afloop het gevoel dat je het hele leven van Ramón en Candida in ogenschouw hebt genomen. Alsof alle handelingen die ze in deze film uitvoeren – en die zijn op de vingers van één hand te tellen: zitten, praten, riet snijden, wassen – alle handelingen van hun leven zijn.

Hoe minimaal de handelingen ook zijn, toch is het drama van Hamaca Paraguaya om te snijden. Ramón en Candida zijn de ouders van een jongen die door het leger is geronseld voor een oorlog tegen Bolivia – het is 1935. Ze zijn bang dat hij nooit meer terug zal komen. Dat wil zeggen, we horen ze praten over hun angst, maar we weten nooit helemaal zeker of hun gesprekken van nu zijn of van lang geleden. We zien ze namelijk in beeld niet praten. We horen hun stemmen als in een voice-over terwijl we ze een van de genoemde handelingen zien verrichten. Dénken ze alleen nog maar over hun zoon? Wéten ze al dat hij dood is, en zien we misschien een oud verdriet dat al jaren aan hen vreet terwijl ze dag in dag uit hun hangmat, hun hamaca, ophangen? Hamaca Paraguaya ontregelt de kijker, doordat de primaire emotie van het medelijden telkens wordt doorkruist door de twijfel over de toedracht. De gesproken taal van Ramón en Candida draagt de eerste emotie over, de filmtaal de tweede. Dat is de kracht van Hamaca Paraguaya. Ten slotte kunnen we alleen maar berusten, zoals Ramón en Candida dat moeten doen.

Hamaca Paraguaya. Regie: Paz Encina. In: Filmmuseum, Amsterdam.