EU wil in Lissabon nu een punt zetten achter verdrag

De meeste Europeanen willen een referendum over het verdrag dat vandaag in Lissabon wordt besproken. De meeste regeringsleiders willen de discussie daar juist eindelijk afronden.

‘Welkom’, hangt er overal op reclameborden in het centrum van Lissabon in de 23 talen van de Europese Unie. In de Portugese hoofdstad moet het vandaag en morgen gebeuren, als de regeringsleiders van de 27 EU-lidstaten bijeenkomen. Zij moeten het eens zien te worden over de definitieve tekst van het nieuwe Europees Verdrag.

Aan goede intenties ook dit keer geen gebrek. De meeste regeringsleiders hopen nu eindelijk een punt te zetten achter de slepende en slopende discussie over de bestuurlijke hervorming die de Unie nu al meer dan vier jaar in de greep houdt.

De ironie wil dat juist het verdrag dat nodig was om de EU besluitvaardiger te maken telkens vastliep op de besluitvorming. Maar volgens de meeste betrokken moet het dit keer kunnen lukken. „Er zijn geen redenen of excuses om geen akkoord te bereiken”, zei voorzitter José Manuel Barroso van de Europese Commissie gisteren in Brussel vlak voordat hij naar Lissabon afreisde.

De Europese leiders kunnen het misschien wel onderling eens worden, maar of ze het ook eens worden met hun kiezers is een geheel andere vraag. Hun wantrouwen jegens Europa, en met name de besluitvorming daarover, blijft onverminderd groot. Uit een vandaag gepubliceerd onderzoek van de Britse zakenkrant Financial Times blijkt dat een grote meerderheid in vijf grote EU-landen (Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië en Spanje) een referendum wil over het nieuwe verdrag, uiteenlopend van 63 procent in Frankrijk tot 76 procent van de bevolking in Duitsland.

Maar nieuwe volksraadplegingen wil de bestuurlijke top van Europa juist zo veel mogelijk vermijden. Het waren de referenda in Frankrijk en Nederland die de spreekwoordelijke voortdenderende Europese trein hardhandig tot stilstand brachten. In deze twee landen is nu besloten dat bevolking niet nog eens geraadpleegd zal worden.

Hetzelfde geldt voor het eurosceptische Groot-Brittannië. Het drie jaar geleden door toenmalig premier Tony Blair in het vooruitzicht gestelde referendum over wat toen nog de ‘Europese Grondwet’ zou worden gaat niet door.

De EU-regeringsleiders hebben leergeld betaald. Ze weten dat slechts één land hoeft tegen te stemmen, en de hele Unie zit met een probleem. Een probleem dat de regeringsleiders en de Europese Commissie de afgelopen twee jaar hebben trachten op te lossen door tijd te kopen.

Er kwam een reflectieperiode, er kwamen consultatierondes, en ondertussen werd vanuit Brussel de boodschap gepropageerd dat de Unie er toch vooral voor de burgers is.

Die strategie heeft gewerkt. In het overleg werd de tekst van de vermaledijde Europese Grondwet zodanig door de mangel gehaald, dat deze er geheel anders kwam uit te zien, maar desondanks in de kern recht overeind bleef.

[Vervolg LISSABON: pagina 5]

LISSABON

EU-top over laatste losse eindjes in nieuw verdrag

[Vervolg van pagina 1] Als het nieuwe verdrag van kracht wordt zal de met steeds meer landen uitgebreide Unie een minder complexe besluitvorming kennen en de buitenwereld herkenbaarder tegemoet kunnen treden.

In de gesneuvelde Europese Grondwet gebeurde dat aan de hand van één overzichtelijk verdrag. Het nu op tafel liggende ‘Hervormingsverdrag’ vormt een juridisch gedrocht dat wemelt van de voetnoten en verwijzingen naar andere verdragen.

De materiële betekenis is praktisch hetzelfde gebleven. In de woorden van de Franse oud-president Giscard d’Estaing, die aan de wieg stond van de Europese Grondwet: „De envelop is veranderd, maar die brief is dezelfde gebleven”. Het is grotendeels beeldvorming, maar zo zeggen de voorstanders van deze aanpak, het ‘nee’ tegen de Grondwet was toch ook gebaseerd op beeldvorming?

Vanavond en morgen dus de beslissende ronde. Maar als het aan de Nederlandse minister-president Jan Peter Balkenende ligt gaat de top juist „over niets”. Want gaat deze wel over iets dan zou dit betekenen dat de discussie wordt heropend. En dat is nu juist wat Nederland koste wat het kost wil vermijden, zo zei Balkenende gisteren in de Tweede Kamer.

Dit is het gevoelen in vele hoofdsteden. De gedachte is dat het zware werk in feite reeds in juni in Berlijn is gedaan. Toen onderhandelden de regeringsleiders tot diep in de nacht en tot achter de komma over de voorwaarden voor het nieuwe verdrag. Dit ‘bindende mandaat’ is de afgelopen maanden in een juridische verdragstekst gegoten.

Door enkele lidstaten zoals Groot-Brittannië (extra uitzonderingsbepalingen), Polen (stemgewicht), Italië (extra europarlementslid), Bulgarije (naam euro) en Tsjechië (reikwijdte EU) zijn nog wel kanttekeningen geplaatst, maar al deze meningsverschillen lijken overbrugbaar. De Europese gereedschapskist telt inmiddels een onuitputtelijke hoeveelheid compromissen.

Het belangrijkste is de wil om eruit te komen en die is er. Vanmorgen ontvingen de regeringschefs nog een aanmoedigende brief van werkgevers- en werknemersorganisaties. Zij breken voor het eerst in een gezamenlijk document een lans voor soepeler spelregels op de Europese arbeidsmarkten, gericht „zowel op flexibiliteit als op sociale zekerheid”.

Als de regeringsleiders het eens worden kan de top van Lissabon worden bijgeschreven als een nieuwe mijlpaal in de Europese integratie. Maar het blijven uiteindelijk de 27 lidstaten die er op hun beurt allemaal mee moeten instemmen. En daar ging het de vorige keer fout.

De omstandigheden zijn nu anders en in nog maar een enkel land zal een referendum volgen. Maar ook al wordt in Lissabon een akkoord bereikt, dan nog is er geen nieuw Europees Verdrag. Wel komt het dan een stuk dichterbij.

Rectificatie / Gerectificeerd

Europese top

In het artikel EU-top over laatste losse eindjes in nieuw verdrag (donderdag 18 okt., pagina 5) en in het artikel EU-regeringen eens over nieuw verdrag (vrijdag 19 okt., pagina 1) staat dat de vorige Europese top half juni in Berlijn plaatshad. Dat was in Brussel.