Een man met een missie

Wereldwijd worden honderden kunstroven per week gepleegd.

Een kunsthistoricus is een kruistocht begonnen en zet ongewone middelen in.

Vier dronken jongens en een meisje in de leeftijd van 18 en 19 jaar drongen deze maand op een vroege zondagochtend via een achterdeur het Musée d’Orsay in Parijs binnen. Het alarm ging af, maar voordat de bewakers ter plekke waren had het vijftal al een gat van tien centimeter in het schilderij Le Pont d’Argenteuil van Claude Monet gemaakt. Het incident werd breed uitgemeten in het nieuws: het gaat om een schilderij van onschatbare waarde van Monet, de wereldberoemde aartsvader van het Franse impressionisme.

In dezelfde week vonden er nog honderden kunstmisdaden plaats die de media net of niet haalden. In Rome maakte de politie bekend dat een man verkleed als priester dit jaar een reeks zeventiende-eeuwse boeken en schilderijen ter waarde van 650.000 euro uit bibliotheken en archieven heeft gestolen. En een politiechef in Benin verzocht zijn regering dringend om een onderzoek te doen naar de massale, continue diefstal van antiquiteiten uit het historisch museum van het West-Afrikaanse land, „voordat we niets meer van ons culturele erfgoed kunnen laten zien”.

„Elke dag krijg ik tientallen van dit soort berichten binnen via de e-mail. De meeste halen de krant niet, omdat het niet om wereldberoemde schilderijen gaat”, zegt Noah Charney in een café in de oude binnenstad van Leiden, waar de Amerikaan na verblijf in verschillende Europese steden tijdelijk is neergestreken. Een schande, vindt de 27-jarige kunsthistoricus, „maar toch kan kunstroof de gemiddelde mens nauwelijks iets schelen. Die denkt: ik zou dat doek of dat beeld toch nooit in het echt hebben gezien. Een begrijpelijke reactie, aangezien de kunstwereld zo elitair is.”

Er gaat jaarlijks circa twee tot zes miljard dollar in kunstroof om: van beroemde meesterwerken die verdwijnen uit grote musea, tot heiligenbeeldjes uit Franse kerken en archeologische schatten uit de grond in Latijns-Amerika of het Midden-Oosten. Volgens Interpol is kunstroof na drugs- en wapenhandel en het witwassen van geld de meest lucratieve criminele activiteit ter wereld.

Charney interviewde voor zijn afstudeer- en promotieonderzoek in Londen en Cambridge professionals die vanuit de wetenschap en de politie bij kunstroof zijn betrokken, om meer over het fenomeen te weten te komen. Hij ontdekte dat er tussen de verschillende disciplines en op internationaal niveau nauwelijks wordt samengewerkt. Daarom richtte hij dit jaar een denktank op, waarin kunsthistorici hun kennis over kunstobjecten delen met detectives, die juist alles weten over criminologie, daderprofielen en steeltechnieken.

Om de interesse voor kunst en kunstmisdaad te wekken bij een breder publiek, schreef Charney tegelijkertijd de literaire thriller The Art Thief. Hij werkt aan verschillende academische publicaties over kunstroof, die als leerstof zullen worden aangeboden op een masteropleiding die hij in Italië aan het oprichten is.

Algemeen wordt aangenomen dat 80 procent van de kunstroven wordt uitgevoerd in opdracht van maffiose en criminele netwerken, die de objecten als onderpand of ruilmiddel gebruiken. Vaak gaat het niet om beroemde kunst maar om stukken uit kerken en kleine musea en archeologische vondsten. Naar schatting vindt slechts een heel klein deel van de kunstdiefstallen plaats op verzoek van een connaisseur die verliefd is geworden op een schilderij.

Op dit moment wordt gemiddeld één op de tien gestolen kunstwerken teruggevonden, waarvan eenvijfde dankzij speurwerk van de politie. „Als ik die cijfers ook maar iets kan verbeteren, ben ik al tevreden. Het belangrijkste is dat meer mensen zich met het probleem gaan bezighouden”, zegt Charney.

Zijn denktank ARCA (Association for Research into Crimes against Art) telt inmiddels een bont gezelschap aan trustees, die Charney leerde kennen tijdens zijn onderzoek. Onder hen de directeur kunstmisdaadbestrijding van de FBI, het hoofd kunstroof van Scotland Yard, twee professoren kunstgeschiedenis, het hoofd beveiliging van Tate in Londen en het hoofd van de Italiaanse Carabinieri, met driehonderd gespecialiseerde agenten de grootste kunstroofpolitie ter wereld.

Zijn er niet al genoeg organisaties die zich bezighouden met internationale kunstroof? Zoals het Art Loss Register, opgericht door onder meer de veilinghuizen Christie’s en Sotheby’s? Charney denkt van niet. „Het Art Loss Register is een bedrijf voor particuliere kunstbezitters die willen controleren of wat zij aankopen echt is. Er zijn meer van dit soort bedrijven: zij vragen geld voor hun diensten en zorgen vooral voor juridische ondersteuning, als iemand bijvoorbeeld wil bewijzen dat een kunstobject in het verleden uit het familiebezit is gestolen”, zegt Charney. „Wij doen het omgekeerde: het is gratis en de doelgroep is een geheel andere: kerken, kleine musea en de politie.”

ARCA moet de eerste organisatie worden die onderzoek naar en preventie van kunstroof doet op internationaal niveau, en door middel van structurele internationale samenwerking. Alle kunstroven die in Europa, en later ook elders in de wereld door de politie zijn geregistreerd, wil Charney onderzoeken en categoriseren, om verbanden en trends te ontdekken. „Tot nog toe wordt bijna elke kunstroof als een geval op zichzelf beschouwd. Als het niet om een beroemd schilderij gaat, archiveert de politie het vaak als een gewone diefstal.”

Volgens Charney is een internationaal netwerk van specialisten onontbeerlijk in de strijd tegen art crime. Ook de Nederlandse jurist Edgar Tijhuis, specialist op het gebied van kunstroof, vindt ARCA een goed initiatief. „Er wordt op dit moment op internationaal niveau nauwelijks samengewerkt. Het zou mooi zijn als daar wat aan gebeurt.”

Om kunstroof in de wereldpolitiek op de agenda te krijgen, wil Charney aantonen dat met kunstroof terroristische activiteiten worden gefinancierd. Van het Ierse Republikeinse Leger (IRA) is bekend dat het zijn terreur financierde met de diefstal en handel in gestolen kunst. Over 9/11-terrorist Mohammed Atta wordt gezegd dat hij zijn vlieglessen betaalde met de verkoop van gestolen antiquiteiten uit Afghanistan. Kan Charney dat bevestigen? „Nog niet. Dan moet je een Afghaanse boer zo ver krijgen om te vertellen dat hij kunstvoorwerpen heeft opgegraven en doorverkocht aan Al-Qaeda. Dat is lastig, maar we gaan het wel proberen.”

Kleine musea en kerkjes, die het doel hebben open te zijn voor publiek, maar daardoor erg kwetsbaar worden voor diefstal, kunnen van de denktank gratis advies op maat krijgen over beveiliging. „In Rome alleen al staan 600 kerken, in Italië 95.000. Bijna allemaal bezitten ze een of meer kunstvoorwerpen van waarde. Voor honderd dollar kun je die goed genoeg beveiligen tegen een gemiddelde kunstrover.”

Enkele eenvoudige beveiligingstips die Charney kreeg van onder anderen Dennis Ahern, hoofd beveiliging van de Londense Tate Gallery’s en trustee van ARCA: „Bevestig beelden aan de grond met vislijnen en hang daar een alarm aan dat afgaat als er spanning op de lijn komt. Of gebruik van die Chinese ijzeren ringen, die je alleen door draaibewegingen in een bepaalde volgorde los kan maken. Beveilig ieder kunstwerk anders, en verander de beveiliging om de paar maanden. Gebruik hightech en lowtech door elkaar. Plaats tralies alleen voor ramen die bereikbaar zijn voor dieven.”

Charney’s allereenvoudigste tip voor musea kan ook nuttig kan zijn voor particuliere kunstbezitters: „Zorg dat de kunstwerken op een andere verdieping hangen dan de uitgang. Als een dief met een groot schilderij de trap af moet, kost hem dat nog meer moeite en tijd dan wanneer hij gewoon de deur uit kan lopen.”

Noah Charney online: www.noahcharney.comThe Art Thief online: www.theartthief.info. ARCA online: www.artcrime.info.