Een koekje van eigen deeg

Eerst waren ze nog fans, Debbie Melnyk en Rick Caine, ze wilden alleen wat vragen.

Maar al snel brengen ze Moore’s zelf gefabriceerde imago aan het wankelen.

Guerrillafilmer Michael Moore wordt onderworpen aan zijn eigen methode in Manufacturing Dissent: de kampioen van links Amerika staat te kijk als een hufter en een hypocriet. Twee filmers – Canadezen nog wel, de favoriete nationaliteit van Moore, én fans – reizen de wereldberoemde documentairemaker na om hem een paar vragen te stellen.

Eerst gaat het nog allemaal vanuit de bewondering die Debbie Melnyk en Rick Caine voor Moore voelen. In het eerste kwartier zien we hem als de onvermoeibare strijder voor de arbeidersklasse die wordt tegengewerkt door de handlangers van het grootkapitaal. Maar er komen al gauw scheurtjes in het beeld dat Moore zorgvuldig zelf blijkt te hebben gefabriceerd. We horen zijn leugens en ontkenningen over zijn arbeidsverleden, zijn politieke activiteiten en vooral zijn films. Overtuigend is vooral de reconstructie van Moores plotse overstap van het kamp van de onafhankelijke en (dus) eeuwig kansloze presidentskandidaat Ralph Nader naar het kamp van Al Gore in 2000.

Maar het meest ontluisterend voor de filmfans is de deconstructie van Moores debuutfilm Roger & Me als één lange reeks manipulaties ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Deze succesvolle documentaire uit 1990 heeft alle kenmerken van Moores stijl. Het inventieve gebruik van archiefbeelden en film- en tv-fragmenten, de satirische voice-over, de effectieve montage en de hoofdrolspeler, Moore zelf, de doodgewone Amerikaan met zijn jackie en zijn honkbalpetje.

Moore ging in deze film terug naar zijn geboorteplaats Flint, ooit het trotse hoofdkwartier van General Motors, sinds de sluiting van de autofabriek in 1988 bijna een spookstadje als we Moore mogen geloven. Maar er zit een boel in de film dat we helemaal niet moeten geloven. De belangrijkste leugen betreft de rode draad van Roger & Me: Moores vergeefse pogingen om GM-baas Roger Smith ter verantwoording te roepen. Om te beginnen heeft Moore enkele momenten aan elkaar gemonteerd die niet bij elkaar horen. Hij staat tijdens een aandeelhoudersvergadering bij de microfoon, zal net het woord krijgen maar dan wordt de vergadering gesloten. Is niet gebeurd. Hij heeft de stem van de voorzitter die de vergadering sluit eronder gemonteerd. Nog onthullender is de mededeling van een medewerker aan deze film dat Moore tot twee keer toe met Roger Smith heeft gesproken, waarvan een keer in een interview van twintig minuten.

Wat Debbie Melnyk en Rick Caine tonen, oogt en klinkt behoorlijk overtuigend, hoewel een neveneffect van zoveel ontmaskering wel is dat je geneigd bent helemaal niets meer te geloven van wat documentaires proberen te vertellen. De aantijgingen tegen Moore zijn overigens allerminst nieuw. Melnyk en Caine hebben hun film bewust aangepakt volgens de methode-Moore. Ze volgen hem en proberen hem te spreken. Hij zegt zelf steeds dat hij graag wil – „I love Canadians” – maar dat hij eerst nog andere dingen te doen heeft. En intussen proberen ze dichtbij te komen tijdens allerlei openbare gelegenheden waar Moore optreedt. Daar zien we de bewakers van Moore (en vooral diens zuster) optreden zoals de meeste onwillige personen in Moores film worden geportretteerd, namelijk als mensen die desnoods met harde hand lastige-vragenstellers weren.

Het werkt wel, maar de documentaire Manufacturing Dissent zal zeker niet aan het succes van Bowling for Columbine of Fahrenheit 9/11 kunnen tippen. Want één authentiek talent van Michael Moore missen Melnyk en Caine ten enenmale: de humor die van Moores boze documentaires zulke lichtvoetige films maken.

Manufacturing Dissent. Uncovering Michael Moore.

Regie: Debbie Melnyk en Rick Caine. In: 4 bioscopen. ****