Een kleine filosofie van de schaamte

Een van de mooiste boeken van dit jaar gaat over schaamte. In Ian McEwans Aan Chesil Beach, genomineerd voor de Man Booker Prize, zijn Edward en Florence net getrouwd. Ze gaan het voor het eerst met elkaar doen in een hotel aan een strand. Beiden zijn welopgevoed en maagd. Het is 1962. In een paginalange beschrijving lezen we over de complexiteit van elkaar afwisselende gevoelens die de twee ervaren als ze voor de eerste keer de liefde bedrijven: angst, walging, nervositeit, verwarring, terughoudendheid, lust, beleefdheid, schuld, liefde, besluiteloosheid, geilheid, kwetsbaarheid, plichtsbesef, macht, opluchting. Tussendoor worden de achtergronden van Edward en Florence geschetst, en deze levensgeschiedenissen worden weer in het decor van de wereldgeschiedenis geplaatst. Onwillekeurig betrek je deze achtergrondinformatie als een soort verklaring op hun handelingen in bed. Tegelijkertijd onttrekt datgene wat zich afspeelt zich ook daaraan – en dat is de angst voor seksuele vrijheid en de zelf opgelegde onvrijheid die ze ervaren.

Aan Chesil Beach is te lezen als een kleine filosofie van de schaamte, die door de man en de vrouw anders wordt ervaren. Het boek verwondert. Hoe komt McEwan op het idee om anno 2007 over zo’n ‘ouderwetse’ vrijpartij uit 1962 te schrijven? ‘Ze leefden in een tijd dat een gesprek over seksuele problemen ronduit onmogelijk was,’ schrijft McEwan. Wat mij het meest verwarde, ontroerde en opviel aan dit boek is die paginalange subtiele, trage, precieze en zorgvuldige beschrijving van die rijkheid aan gevoelens die samen de begeerte en de subtiele rol van schaamte daarin uitmaken. Misschien komt dat omdat ik het ontwend ben: vrijwel alle boeken en debatten tegenwoordig gaan over porno, snelle seks en vervlakking.

De schrijvers Tommy Wieringa en P.F. Thomése hebben bijvoorbeeld recentelijk hun gedachten over porno op papier gezet. Porno is niet meer wat het geweest is, stelt Thomése naar aanleiding van zijn vlotte, satirische boek Vladiwostok! in een interview in de Volkskrant. Het is ontdaan van zijn geheimzinnigheid, het verbod en het stiekeme. Overal zie je het verlangen naar versimpeling, en dat levert oppervlakkigheid op, kortom: porno. Wieringa herdefinieert op zijn beurt in het zojuist verschenen De dynamica van de begeerte porno als datgene wat subtiliteit en ironie ontbeert, waarin schaamte als element uit de transactie is verdwenen, directheid en oppervlakkigheid regeert, en waarvan narcisme, vrije markt en onvruchtbaarheid een wezenskenmerk is. Bij Thomése en Wieringa heeft porno – verfrissend, maar ook een beetje wonderlijk – niets meer te maken met seks, mannen of vrouwen. Politiek is porno. Emotietelevisie is porno. Moraal is porno. Porno markeert een cultuurcrisis. Dat leggen ze allemaal fraai uit, moet ik zeggen, en ik geef ze gelijk.

Praten over seks anno 2007: Het is een zwoele zomeravond, en ik ben gevraagd om op het Happy Chaos Festival 2007 in de Stadsschouwburg in Amsterdam tijdens ‘De Nacht van de Vrijheid’ in debat te gaan over de morele grenzen van de vrijheid. We zitten met zijn drieën op het podium en hebben een oranje petje op.

‘Ik begin met een vraag aan het eerste panellid.’ De dynamische presentator springt op het podium ‘Noem iets waarvan jij denkt dat jij de enige bent die zoiets nog nooit heeft gedaan en de rest wel.’

Rechts van mij zit Jihad Alariachi van de Meiden van Halal. Links een nerveuze jongeman die zich mompelend voorstelt als lid van de ChristenUnie-jongeren. ‘Ik denk dat ik de enige ben die nog nooit seks heeft gehad…’ begint Jihad. ‘… en daarmee zal wachten tot het huwelijk.’

De presentator veert op. ‘Petje op als je net als Jihad maagd bent, petje af als je al seks gehad hebt!’ Links en rechts van mij op het podium gaan de petjes op.

We gaan verder. Voor of tegen abortus? Rechts en links van mij twee petjes op. Tegen het homohuwelijk? Weer twee petjes op. Porno verbieden? Als in een reflex, twee petjes. Hier klopt iets niet. Ik zit als enige op dat podium steeds zonder dat petje. Dan realiseer ik me ineens wat hier aan de hand is. Ik ben gecast als representant der goddelozen. Rechts van mij zit de Islam, links van mij zit de christelijke Biblebelt. Ik word er balorig van. ‘Voor abortus?’ Wij atheïsten zijn gek op abortus! ‘Wel eens vreemdgegaan?’ Momentje, even tellen hoe vaak… ‘Porno verbieden?’ Nee zeg, hoe zou ik als goddeloze in godsnaam mijn dag zonder porno moeten doorkomen!

Het snelle koppelen van ideeën over seks aan één aspect van de identiteit, in deze tijd meestal religie, en het (derhalve?) casten van mensen op grond van religie in de verwachting dat dit gemakkelijke standpunten over porno en maagdelijkheid oplevert, gebeurt steeds vaker. Een dieptepunt in dit opzicht was het NPS-tv-programma Bimbo’s en boerka’s waarin een gesprek over de grenzen van vrijheid louter in termen van religieuze identiteit (die maar in drie soorten komt: moslim, christen of atheïst, de rest van de religies doet niet mee) werd gevoerd. Het versimpelt elk vraagstuk over seksualiteit tot religie. En het reduceert de vrouwelijke helft van de bevolking, inzet van de strijd om vrijheid, tot twee soorten: bimbo of boerka, hoer of heilige.

Seksuele moraal wordt bij McEwan niet louter gedefinieerd door één aspect van de identiteit, maar door een complex van factoren. Die moraal is niet onveranderlijk, rigide en principieel, maar kan per situatie verschillen, per handeling, per plek, ja, zelfs per seconde. Cast je meningen op grond van een platte voorstelling van identiteit en reduceer je moraal tot een snel petje-op-petje-af-vragenvuur over vrouwen, homo’s, maagdelijkheid en seks, zoals in het Happy Chaos-debat en in Bimbo’s en boerka’s, dan verzand je in morele porno. En intussen heb je geen idee meer wat datgene, wat ook Wieringa en Thomése missen en aankaarten maar niet onder woorden brengen, is: subtiliteit en schaamte. Toeval of niet, maar een van de mooiste boeken van dit jaar gaat over de emotie die ontbreekt in praten over seks en vrijheid in pornoland en die zo ver achter ons lijkt te liggen.