De schaduw van de windhandel

Ildefonso Falcones: De kathedraal van de zee. Vertaald door Marleen Eijgenraam. Sijthoff, 656 blz. € 24,90

Elia Barceló: Bal masqué. Vert. door Dorotea ter Horst. Q, 410 blz. € 19,95

Met zijn wereldwijd meer dan 10 miljoen verkochte exemplaren (in Nederland alleen al 450.000), was de roman De schaduw van de wind van Carlos Ruíz Zafón het grote literaire succes in het Spanje van de afgelopen jaren. Maar Zafón is niet de enige Spaanse schrijver die een wereldpubliek wist te bereiken. Al eerder vonden de avonturenromans van Arturo Pérez-Reverte gretig aftrek in Frankrijk, Duitsland en de VS, hoewel hij de Nederlandse lezer zelfs na zeven of acht vertalingen nooit heeft kunnen overtuigen.

Nu ligt er een nieuwe reeks Spaanse bestsellers op de Nederlandse boekentafels, waarvan de debuutroman De kathedraal van de zee van Ildefonso Falcones het hardst om aandacht schreeuwt. Net als Zafón is Falcones afkomstig uit Barcelona en ook zijn boek speelt zich in die stad af. Maar terwijl de eerste de cloak and dagger-stijl van 19de-eeuwse feuilletonnisten als Alexandre Dumas als inspiratiebron nam, lijkt de tweede zich eerder te hebben laten leiden door Sir Walter Scott.

De kathedraal van de zee speelt zich af in het Barcelona van de 14de eeuw: een trotse handelsstad waar het geldkapitaal in opkomst is. Oude feodale verhoudingen verkruimelen terwijl nieuwe klassen een aandeel willen krijgen in de macht of zich van hun waardigheid bewust worden.

Dat alles laat Falcones zien in het levensverhaal van Bernat Estanyol en zijn zoon Arnau. De eerste is een horige boer; de tweede groeit op in het bruisende Barcelona van die dagen. Daar maakt de zoon als bankier een schitterende carrière, verliest hij zijn kapitaal en status weer als gevolg van een fatale mésalliance en weet tenslotte toch eerherstel te krijgen.

Door deze woeste levensgeschiedenissen heen, is De kathedraal van de zee allereerst een lofzang op Barcelona en haar vrijheidslievende bevolking. Wellicht is dat de reden voor het aanvankelijke succes van het boek. Net als ieder nationalisme kijkt ook het Catalaanse graag terug op een heroïsch verleden. Maar de internationale weerklank van het boek is raadselachtiger. Want Falcones mag zich dan in het voetspoor van Walter Scotts ideologische herschrijving van de Middeleeuwen hebben gewaagd, zo larmoyant als hij heeft die laatste het nooit gemaakt. Ellende wordt in het leven van vader en zoon Estanyol afgewisseld door momenten van succes en volkse, volgens een rolverdeling waarin goeden en kwaden onmiskenbaar van elkaar gescheiden zijn.

Wie dat allemaal wat te veel vindt, grijpt beter naar de roman Bal masqué van Elia Barceló, die haar (zij het veel bescheidenere) succes met deze intrigerende speurders- en schrijversroman werkelijk verdiend heeft. Barceló hoeft niet te vluchten naar een fantastisch of esoterisch verleden om in Bal masqué een boeiend verhaal te vertellen.

Barceló heeft haar roman, heen en weer springend door de tijd zonder dat de lezer daarbij het spoor bijster raakt, op doordachte wijze opgezet en knap uitgewerkt. Als er bij haar een andere schrijver model heeft gestaan, dan moet dat heel in de verte Agatha Christie geweest zijn. Maar niets in Bal masqué smaakt oudbakken, gezocht of modieus – zelfs wanneer de psychologische details niet altijd waterdicht zijn. Barceló weet het Parijse milieu van buitenlandse schrijvers op geloofwaardige wijze op te roepen en haar karakters innemend te maken. Van de hier besproken boekenknutselaars is zij de enige die de naam ‘schrijver’ verdient.