Betalen voor luie corpsballen?

Onderwijsminister Plasterk (PvdA) wil de basisbeurs voor studenten afschaffen.

Zoals verwacht reageren de oppositie en de vakbonden furieus. Volstrekt onterecht.

Dinsdagavond lekten plannen uit van minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) om de basisbeurs af te schaffen. Het kabinet heeft weinig politieke moed getoond om structureel te hervormen, maar Plasterk verdient nu alle lof.

De Pavlovreacties bij studentenorganisaties en oppositiepartijen zijn tenenkrommend. De basisbeurs en het niet-kostendekkende collegegeld zijn niet te verdedigen op zowel economische, als rechtvaardigheidsgronden.

Het maakt niet uit welke ingreep in het hoger onderwijs wordt aangekondigd, want de standaardreactie is: de toegankelijkheid komt in gevaar! Dit valse argument slaat elke discussie dood. Om de toegankelijkheid te waarborgen is basisbeurs noch niet-kostendekkend collegegeld nodig, maar een sociaal leenstelsel.

Het toegankelijkheidsprobleem ontstaat door falen op de kapitaal- en verzekeringsmarkt. Studenten kunnen nu niet tegen toekomstig inkomen lenen voor hun studie. Evenmin kunnen de financiële risico’s van een opleiding worden verzekerd.

De overheid moet dit marktfalen corrigeren door leningen mogelijk te maken en een deel van de inkomensrisico’s te verzekeren via een sociaal leenstelsel. Daarin dragen afgestudeerden een percentage van hun inkomen af voor rente en aflossing. De risico’s van niet-terugbetalen kunnen worden gedeeld onder afgestudeerden via een renteopslag. Ook de overheid kan de aflossingsrisico’s dekken.

Met een sociaal leenstelsel kan iedereen studeren. Leenaversie is geen issue want niemand hoeft bang te zijn voor onoverzienbare aflossingsverplichtingen. De toegankelijkheid kan met minder (of geen) subsidie worden gewaarborgd en ongewenste bijwerkingen van subsidies blijven uit.

Dat zou een goede zaak zijn, want hoge beurzen en lage collegegelden leiden tot instroom van ongeïnteresseerde en lanterfantende studenten. De kosten van drop-outs (meer dan 30 procent in zowel hbo als wo), lange studieduren (hbo: 4,5 jaar, wo: 6,3 jaar) en verkeerde studiekeuzes komen voor rekening van de samenleving. Met hogere eigen bijdragen worden studenten geconfronteerd met de financiële consequenties van studiekeuzes en gebrekkige inzet.

Bovendien vergroten subsidies voor het hoger onderwijs op een perverse manier de inkomensverschillen. De gemiddelde inkomens van afgestudeerden zijn hoog. Een wo’er verdient gemiddeld 80 procent meer dan iemand met alleen basisonderwijs, een hbo’er 60 procent. Studenten kunnen hun opleiding uitstekend zelf bekostigen. Afgestudeerden die pech hebben worden bovendien ontzien via inkomensafhankelijke terugbetalingen. Nu betalen niet-gestudeerden met een laag levensinkomen voor gestudeerden met een hoog levensinkomen. Dat is bizar.

Bovendien komt 20 procent van de studenten uit de armste helft van de bevolking, en 80 procent uit de rijkste. Gechargeerd gesteld: de niet-gestudeerde belastingbetaler draait op voor subsidies aan bier zuipende corpsballen. Het streven om kinderen uit kwetsbare groepen te laten studeren is terecht. Maar de basisbeurs of het lage collegegeld doen daar helemaal niets aan. Reden: kinderen uit kwetsbare milieus gaan niet studeren omdat ze niet op havo of vwo terechtkomen. De overgang basis-middelbaar onderwijs is de bottleneck, niet de studiefinanciering. Eenmaal op havo/vwo stromen bijna alle leerlingen door naar het hoger onderwijs.

Vaak wordt gesuggereerd dat de scheve inkomenseffecten meevallen omdat afgestudeerden meer belasting betalen. Die suggestie is onterecht. Tijdens de studie mist de overheid belastinginkomsten omdat studenten niet werken, maar diezelfde overheid verstrekt wel aanzienlijke subsidies. De extra belastinginkomsten die afgestudeerden later betalen wegen daar niet tegenop.

Publiek geld is niet gratis. Door ongerichte subsidies stijgt de belastingdruk en kan er minder worden uitgegeven aan zaken die prioriteit hebben.

Plasterk wil de lerarensalarissen verhogen. Een weinig doordacht plan. Voornamelijk de zittende leraren zullen profiteren. Als het doel is om zoveel mogelijk extra aanbod van leraren uit te lokken, dan moet extra geld bestemd worden voor nieuwe leraren.

De oppositiepartijen (GroenLinks, D66, SP) en het CDA zijn opportunistisch bezig. De studentenorganisaties doen aan ordinaire belangenbehartiging. Dat mag allemaal. Maar de Pavlovreacties frustreren een serieus politiek debat over de studiefinanciering. De basisbeurzen en niet-kostendekkende collegegelden zijn rechtvaardig noch doelmatig en kunnen in het rijtje van politieke taboes als de hypotheekrenteaftrek en de pensioensubsidies worden bijgeschreven.

Bas Jacobs is hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Moeten studenten opdraaien voor de salarisverhoging van docenten? Discussieer mee op nrc.nl/discussie