Anton Heijboer, de huisvader

Erna Kramer: Anton Heijboer 1952-1959. Het verzonken leven. Nijgh & Van Ditmar, 88 blz. € 15,–

Schilder en etser Anton Heijboer dacht nog op hoge leeftijd dat hij onsterfelijk was. Om regelmatig in dat idee gesterkt te worden vroeg hij bezoekers in zijn kuiten te knijpen. Het was de bedoeling dat je je dan bewonderend uitliet over de spierkracht van de meester. Desondanks is Heijboer in 2005 overleden en nu is het stil rond zijn vier achtergebleven vrouwen en de duizenden werken die Heijboer aan hen zou nalaten.

Heijboer wist zijn leven samen met de dames in een loods in Den Ilp mythische proporties te geven, maar over zijn verleden was hij minder openhartig. De oorlog was gedeeltelijk doorgebracht in een Duits interneringskamp; terug in Nederland volgde opname in een psychiatrische inrichting en er waren ooit ‘vissersjaren in IJmuiden’. Wat die visfase precies behelsde, schrijft Erna Kramer nu sober in haar sympathieke, met familiefoto’s geïllustreerde boekje.

Kramer was vijftien toen ze in Haarlem kennismaakte met Heijboer, die vrouw en kind had, maar al snel vanwege zijn ‘zielepijnen’ in Santpoort terechtkwam. Niet alleen Erna ontfermde zich daarna over hem; stadsgenoten als Bomans en de oude schilder Henri Boot, die met ratten aan tafel zijn maaltijden deelde, zorgden voor geld en onderdak. Op Boots zolder ontstonden Heijboers eerste etsen die toen al die lineaire, hanepoterige symbolen lieten zien die levenslang zouden meegaan. En in het Spaarne dreef La Santa Cruz Piscadore, de sloep waarmee hij voor de palingvangst naar IJmuiden voer. Samen met Erna en haar broers moet hij het daar zeer naar zijn zin hebben gehad.

In 1956 trouwden Erna en Heyboer, 19 en 32 jaar oud, in witte jurk en zwart pak, met Mulisch en Bomans als getuigen en met het Ave Maria op het orgel. Ze kregen een dochter, Marcelle, die wel bemind werd door haar vader maar hem niet afhield van zijn bohémien-bestaan. De avonden in de legendarische, Haarlemse kunstenaarssociëteit Teisterbant verruilde het echtpaar voor de café's Eijlders en Reijnders in hun nieuwe woonplaats Amsterdam. Omdat Heijboer geen oppas vertrouwde, moest de kleine Marcelle ook ’s nachts mee de kroegen in – totdat Erna het welletjes vond, en weer bij haar moeder introk.

De verstreken halve eeuw heeft Erna’s herinneringen gereduceerd tot basale contouren. Als het stel samen met Bomans bijvoorbeeld Willem Elsschot bezoekt wil je daar meer over lezen, zoals ook over het mafkezerige gedrag van Heijboer die zijn vlinderstrikjes van veterdrop tijdens vernissages pleegde op te eten. Nogmaals, een sympathiek boekje, als brief aan een ex die onsterfelijk is geworden, al kon Erna Kramer dat destijds geen moment bevroeden.