‘Ze willen die losse, Nederlandse speelstijl’

Toneelregisseur Johan Simons (61) van NTGent, werd gisteren benoemd tot intendant van de Münchner Kammerspiele. Hij begint in 2010. „Dit is de kroon op mijn carrière.”

„Ik zit te trillen op mijn stoel. Dit is een droom, dit is de kroon op mijn carrière”, zegt toneelregisseur Johan Simons (61) per telefoon vanuit Gent, in een reactie op het nieuws gisteren dat hij per 2010 is benoemd tot intendant van de Münchner Kammerspiele, een van de vooraanstaande theatergezelschappen van Duitsland. Simons, boerenzoon uit Heerjansdam, is de eerste Nederlander die het brengt tot zo’n sleutelpositie in het Duitse theater.

Het zat al in de lucht; uw ster in Duitsland was rijzende sinds 2000, en u maakte een reeks succesrijke regies in München.

„Inderdaad, ik ben ook elders gepolst. Ik ben bijvoorbeeld gevraagd om intendant te worden van het festival Ruhr Triënnale. Maar dit is echt buitengewoon. Ik krijg in München de leiding over een theater, een toneelgezelschap, een jeugdtheatergroep én een toneelschool, met bij elkaar driehonderd werknemers. Goed voor dertig miljoen euro subsidie per jaar, waarvan zo’n 22 miljoen voor het gezelschap. Dat is voor Nederlandse en Vlaamse begrippen van ongekende schaal.”

Bent u er ook bang voor? Het betekent in praktijk veel directeur zijn, en minder toneelregisseur.

„Bang? Nee, nu ben ik alleen nog maar aan het kicken. Ik blijf zelf twee regies per jaar doen, en dat is al heel mooi voor een intendant in Duitsland.”

Heeft uw vertrek ook te maken met de geldproblemen bij NTGent?

„Dit een buitenkans die maar één keer in mijn leven voorbij komt, dus ik had dit hoe dan ook aangenomen. Maar mijn vertrek heeft ook wel iets te maken met de geldproblemen hier. Daardoor ben ik nu bijvoorbeeld niet in staat om mijn toneelstuk Merlin, dat ik onlangs voor de Ruhr Triënnale maakte, te laten zien in Nederland en Vlaanderen.

„Door de bezuinigingen raakte mijn droom van een Europees theater in Gent steeds verder uit het zicht. In München heb ik daar veel meer armslag voor. Als ik aantreed in München, ben ik 64 jaar; tijd om helemaal voor mijzelf te kiezen. Ik ben bang voor de dood, die angst bezweer ik met werken. Ik hoop in München in het harnas te sterven.”

Wat zijn verder uw plannen?

„Ik wil ook niet-Duitse regisseurs gaan uitnodigen, bijvoorbeeld mijn Vlaamse collega’s Ivo van Hove en Guy Cassiers. Ik wil scenograaf Bert Neumann, met wie ik al veel heb gewerkt, vragen om niet alleen decors maar een hele nieuwe huisstijl te ontwerpen. Dat heeft hij ook voor NTGent gedaan. Ik zal ook wat Nederlandse en Vlaamse acteurs meevragen, zoals mijn vrouw Elsie de Brauw, Chris Nietvelt, Jeroen Willems. Die hebben allen al ruime ervaring in Duitsland.

„Verder is mij specifiek gevraagd om het ensemble intact te houden. Ik ben mede benoemd omdat het ensemble mij op handen draagt. Om ervoor te zorgen dat mijn Duitse regies ook in Nederland en Vlaanderen te zien zullen zijn, wil ik samenwerkingen aangaan met bijvoorbeeld Toneelgroep Amsterdam en NTGent.”

Waarom u?

„Mijn voorganger in München, Frank Baumbauer zei: ‘Johan Simons is een filosofische kunstenaar die trouw is gebleven aan zijn boerenafkomst.’ Dat spreekt ze aan: dat losse, informele Hollandse. Dat ze ‘Johan’ mogen zeggen in plaats van ‘Herr Direktor’.

„Ook zijn ze erg onder de indruk van de grote Nederlands-Vlaamse toneelspelerstraditie. Die ontspannen, losse manier van spelen, met in en uit rollen stappen, en enige afstand tot je rol houden; spelen zonder druk, zonder pompen; pas echt emoties laten zien als het echt moet. Daar zitten ze met grote ogen naar te kijken. Ze willen dat ik die speelstijl ook overbreng op de Duitsers.”