Wie sterke maag heeft, volgt Wilbur Ross

Het is gevaarlijk om te proberen in je levensonderhoud te voorzien door vallende messen te vangen. Maar dat is wel hoe Wilbur Ross zijn fortuin heeft gemaakt. Hij heeft zich ontfermd over bedrijven uit de staal- en textielsector, waarmee andere beleggers zich niet durfden in te laten.

Voor zijn jongste kunstje heeft hij de door de crisis op de Amerikaanse markt voor risicovolle (subprime) hypotheken veroorzaakte puinhopen doorzocht en 435 miljoen dollar geïnvesteerd in een failliete kredietverlener, American Home Mortgage Investment. Hij maakt eveneens deel uit van het consortium dat door Sir Richard Branson is samengesteld voor de overname van de noodlijdende Britse bank Northern Rock. Gezien zijn staat van dienst zouden ook andere beleggers de sector wel eens wat meer aandacht kunnen schenken.

Weinigen weten echter beter dan Ross hoe ze dit spel moeten spelen. Ross, die vroeger werkzaam was als faillissementsdeskundige bij Rothschild, begon in 2000 voor zichzelf en heeft sindsdien goed verdiend aan stoutmoedige, tegen het marktsentiment ingaande investeringen in de staal-, textiel-, steenkool- en auto-onderdelensectoren.

Neem de staalsector. Het samenvoegen van failliete staalbedrijven als LTV en Bethlehem heeft Ross geen windeieren gelegd. Hij noemde zijn allegaartje de International Steel Group, bracht de onderneming naar de beurs en verkocht haar in 2005 aan Mittal voor 4,5 miljard dollar, ongeveer vijftien maal zijn oorspronkelijke investering. Degenen die zijn voorbeeld zouden hebben gevolgd, hadden daar waarschijnlijk ook aan verdiend, maar niet zo veel. In dezelfde periode verdrievoudigden de aandelenkoersen van de aan de Dow-Jones genoteerde staalbedrijven.

Subprime-hypotheken zijn uiteraard van een heel ander kaliber. Maar Ross weet ook het een en ander over failliete banken. Hij verdubbelde in een tijdsbestek van twee jaar zijn ingelegde kapitaal bij de Kansai Sawayaka Bank, een Japanse kredietverlener die hij in 2000 overnam, midden in de bankencrisis die het land toen in zijn greep had. Beleggers die in zijn voetsporen zouden zijn getreden, hadden echter wel wat pijn te verduren gekregen. De Topix Bank Index, die de aandelenkoersen van Japans grootste kredietverleners bijhoudt, bereikte in april 2003 een absoluut dieptepunt, ook al zijn de koersen in de jaren daarna weer verviervoudigd.

Ook Ross heeft echter geen onbevlekt blazoen. Beleggers in de verzameling steenkolenbedrijven van Ross – de International Coal Group – zijn er nog steeds niet zeker van of zij iets van hun geld zullen terugzien. International Coal ging in november 2005 naar de beurs en de aandelen gaan nu tegen minder dan de helft van de introductiekoers van de hand. Gezien het feit dat het meestal lang duurt voordat dit soort beleggingen zich terugverdient, is het nog te vroeg om het een mislukking te noemen, maar het helpt je er wel aan herinneren dat beleggers een sterke maag moeten hebben als ze in de voetsporen van Ross willen treden.

Het ergste van de subprime-crisis is misschien nog niet eens achter de rug. Maar voor beleggers met een beetje geduld is het navolgen van Ross in het verleden een winnende strategie gebleken. Het aankopen van de aandelen van bepaalde verstrekkers van subprime-hypotheken zou over een paar jaar wel eens niet meer zo dom kunnen blijken als dat vandaag de dag nog lijkt.

John Christy