Turken zijn de PKK zat

Veel Turken willen militaire actie in Irak tegen de Koerdische PKK en het parlement zal dat vandaag wel toestaan. Maar daar zijn ook risico’s aan verbonden.

Nee, sportinstructeur Tayfun denkt niet met plezier terug aan zijn dienstplicht, die hij enige jaren geleden vervulde op Cyprus. Het was er bloedheet en meestal zat hij in een naargeestig bureau te controleren wie of wat er het legerkamp inkwam. Maar die herinneringen verdwenen toen hij hoorde dat er bij de grens met Irak in Sirnak 13 Turkse militairen door de PKK van Abdullah Öcalan waren gedood. „Ik heb gehuild, dat mag je rustig weten”, zegt hij. „Ik zou opnieuw dienst willen nemen. Het wordt tijd om die pooiers van de PKK in Irak aan te pakken.”

Vandaag besluit het Turkse parlement of het leger de grens met Irak mag over gaan om kampen van de PKK aan te vallen. Over de uitkomst bestaat er weinig twijfel: die toestemming komt er en wel voor een jaar. De publieke opinie wil actie. Hoe hoog de emoties opliepen na het incident in Sirnak bleek wel in de aanloop naar de voetbalwedstrijd tussen Turkije en Moldavië, die zaterdag plaatshad. Er gingen stemmen op om het nationale elftal een zwarte band om de arm te laten dragen, als teken van rouw en respect voor de doden. Omdat werd beseft dat de internationale voetbalbond daar nooit toestemming voor zou geven, werd het verzoek niet ingediend. Maar toen het volkslied werd gezongen, brachten de Turkse voetballers een militair saluut om de doden toch te eren.

Wellicht heeft zelfs het leger niet voorzien tot welke commotie het incident in Sirnak zou leiden. Al enige maanden geleden had het leger op ingrijpen aangedrongen. De chef-staf, generaal Büyükanit, hield voor de zomer een persconferentie waarin hij zei dat het zo niet langer kon en dat er orde op zaken gesteld moest worden in Noord-Irak. Maar nadat vorige week zondag de dood van de dertien bekend was geworden, kwam de strijdmacht in eerste instantie met een vrij neutrale verklaring.

Daarop volgde de reactie van de publieke opinie. Dagenlang brachten de kranten op hun voorpagina’s verhalen over de dertien. Zij werden na hun dood bekende Turken die door de publieke opinie op handen worden gedragen. Hoe hard het verlies was aangekomen, bleek toen Turkse televisiestations gewone Turken vroegen wat voor wens zij wilden uitspreken ter gelegenheid van het Suikerfeest.

[Vervolg Turkije: pagina 5]

Haken en ogen aan actie in Irak

„Ik hoop dat geen moeder ooit meer hoeft te huilen omdat ze haar zoon heeft verloren”, zei een van de vrouwen die werden geïnterviewd. De tranen stonden in haar ogen. Diezelfde wens was via vele monden op vele televisiekanalen te horen.

Maar de publieke opinie is ook in Turkije veranderlijk en nu al beginnen er andere geluiden te klinken. Neem Yusuf, een Koerd van begin twintig. Hij haat de PKK maar hij zal ook nooit op dezelfde manier van de Turkse vlag kunnen houden als etnische Turken dat doen. „Mijn oom heeft in de jaren negentig getolkt voor het Turkse leger”, zegt Yusuf. „Hij vertelde mij dat als een PKK’er werd ondervraagd, deze hoe dan ook werd verminkt – meestal sneden soldaten een stuk van zijn oor af.”

Wat Yusuf vooral stoort, is het – in zijn ogen – gebrek aan professionaliteit van het leger. „Daar bij Sirnak wordt altijd gevochten”, zegt hij. „Hoe kan het toch zijn dat het leger de situatie daar niet onder controle krijgt?” Een Turkse vrouw die niet het haar naam in de krant wil, is nog explicieter. „Ze zeggen dat er 1.700 PKK’ers in Turkije zijn”, zegt ze. „En hoeveel soldaten zijn er daar gelegerd? 40.000, 50.000?”

Nu Turkije steeds meer een democratie wordt, is kritiek op het leger niet meer, zoals vroeger heiligschennis. Sterker nog, ex-militairen klappen ook uit de school. Zo liet een van de commandanten van eerdere invasies in Noord-Irak in de jaren negentig weten dat de geweren die de Turken gebruikten toen zo slecht waren, dat ze nauwelijks werkten. De vertegenwoordiger van de Iraakse Koerdenleider Barzani in Ankara liet het de PKK weten als het Turkse leger eraan kwam – wanneer de Turken dan bij zo’n kamp waren, was dat meestal leeg. Als de Turkse strijdmacht nu Noord-Irak binnenvalt, zal het leger ervoor moeten zorgen dat die operatie succesvol is. Anders zal zij zich tegen de strijdmacht keren.

Mede daarom zullen er niet direct tienduizenden soldaten de grens overgaan. „Ik denk dat Turkije Habur [de grenspost met Irak, red.] gaat sluiten”, zegt een manager in een restaurant in Taksim. Via Habur worden veel goederen Irak binnengevoerd. Sluiting van de grenspost zou zowel Barzani als de Verenigde Staten (die veel vracht aanvoeren voor hun troepen in Irak via Turkije) treffen. Daarom zien veel Turken dit als een goede manier om Barzani en de VS te straffen voor hun gebrek aan steun voor Turkije in de strijd met de PKK.

Mocht een militaire operatie in Irak plaatshebben, dan is er nog een ander gevaar: Turkije dreigt veel Koerden van zich te vervreemden. ,,Ik kijk elke dag Roj-tv [dat vanuit Denemarken uitzendt en sympathiseert met de PKK, red.]”, zegt Hüseyin, een jonge Koerd in Istanbul. ,,Elke avond zie ik Murat Karayilan. Hij zegt dat de PKK vrede wil maar dat het Turkse leger dat aanbod steeds afwijst. Het leger wil ons kleinhouden, zegt Karayilan, maar wij hebben wapens, zegt hij, we kunnen de Turken aandoen wat we willen.”

Als de PKK vrede wil, zo zouden veel Turken Karayilan willen vragen, hoe komt het dan dat haar strijders nog steeds het leger aanvallen? Het is een goede vraag maar onder jonge, arme Koerden (die op Roj-tv te horen krijgen dat het leger gifgas inzet tegen de PKK) zal zij weinig weerklank vinden. Dezen zien een Turkse invasie in Noord-Irak als een nieuw hoofdstuk in het grote boek van de onderdrukking van de Koerden. En zo zitten er aan ingrijpen in Irak allerlei haken en ogen. Hoe kan het Turkse leger de drang naar wraak van de publieke opinie bevredigen zonder dat de operatie zich tegen Turkije keert?