Studiebeurs kan wisselgeld worden voor de leraar

Minister Plasterk zoekt naar 1,1 miljard euro voor verhoging van de lerarensalarissen. Een mogelijkheid is afschaffing van de basisbeurs voor studenten. SP en GroenLinks zijn nu al boos.

Het zou weleens afgelopen kunnen zijn met de sinds 1986 bestaande regel dat elke student recht heeft op dezelfde basisbeurs, ongeacht het ouderlijk inkomen.

De kans daarop bestaat omdat minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) geld nodig heeft voor het verhogen van de lerarensalarissen. Een maand geleden heeft hij toegezegd dat hij voor dat doel 1,1 miljard euro wil vrijmaken. Sindsdien is al duidelijk dat hij dat geld binnen zijn eigen begroting zal moeten vinden. Vandaag bespreekt Plasterk de problematiek met minister Bos (Financiën, PvdA).

Wat het hoger onderwijs al vreesde, komt nu waarschijnlijk uit. Gisteren lekte via RTL Nieuws uit dat Plasterk overweegt de basisbeurs voor studenten af te schaffen. Het ministerie van Onderwijs betaalt jaarlijks tussen de 900 miljoen en 1 miljard euro aan de basisbeurs, afhankelijk van het precieze studentenaantal.

Volgens Plasterks woordvoerder is er „nog geen enkel definitief besluit” genomen. Het ministerie rekent nog „allerlei varianten” door, waarbij het afschaffen van de basisbeurs voor studenten inderdaad een van de opties is. Plasterk denkt ook aan combinaties van maatregelen, bijvoorbeeld het verlagen van de basisbeurs én het verhogen van het collegegeld. Andere opties: het afschaffen van de bekostiging voor masterstudies, of het vergroten van de klassen.

Met het afschaffen van de basisbeurs zou Plasterk een einde maken aan wat studenten al twintig jaar als een verworven recht beschouwen. Vóór 1986 kregen alleen studenten van minder vermogende ouders een beurs. Na lange discussie over het recht op een eigen inkomen van studenten was het minister Deetman (Onderwijs, CDA) die in 1986 een nieuw studiefinancieringsstelsel invoerde. Alle thuiswonende studenten kregen vanaf toen maandelijks 265,96 gulden en uitwonende studenten 604,22 gulden – bedragen die later geregeld werden verlaagd. De PvdA was toen tegen, omdat de sociaal-democraten er een bevoordeling in zagen van toch al vermogende ouders.

[Vervolg Studiebeurs: pagina 2]

Inleveren voor leraar

De basisbeurs voor studenten, momenteel 253,73 euro per maand, is het geld waar elke student gedurende vier jaar recht op heeft (voor sommige studies vijf jaar). Voor kinderen van minder kapitaalkrachtige ouders is er een aanvullende beurs van maximaal 223,58 euro per maand.

Studenten hebben altijd betoogd dat de bedragen te laag waren. De politiek bleef vooral discussiëren over de vraag of er geen prestaties tegenover de studiefinanciering zouden moeten staan. Minister Ritzen (Onderwijs, PvdA) maakte de beurs in de jaren negentig prestatieafhankelijk. Tegenwoordig moeten studenten binnen tien jaar afstuderen om het geld niet te hoeven terugbetalen.

Welk scenario het ook wordt, de studenten voelen nattigheid. „In vrijwel alle opties van Plasterk moet de student de portemonnee trekken”, zegt voorzitter Bastiaan Verweij van studentenbond ISO.

Partijleider Bos van de PvdA, nu minister van Financiën, zei in een lezing in april 2006 al dat het huidige systeem een vorm van „perverse solidariteit” is, met als voorbeeld dat de slager nu meebetaalt aan de studie van de advocaat. Bij deze gelegenheid bepleitte Bos een ‘sociaal leenstelsel’, waarbij alle studenten een lening krijgen, die ze naar draagkracht terugbetalen. Dat idee was niet nieuw. In 2003 pleitte het Centraal Planbureau (CPB) ook al voor een sociaal leenstelsel. Een commissie onder leiding van Willem Vermeend stelde in hetzelfde jaar diverse varianten voor, waaronder een combinatie van een lening en een gift.

Nu zijn het vooral de SP, GroenLinks en D66 die zich kwaad maken om het mogelijk afschaffen van de basisbeurs. Op voorspraak van GroenLinks en SP mag Plasterk nog deze week uitleggen wat hij precies van plan is. Zelf wil de minister pas op 9 november zijn definitieve plan presenteren.