Rust en honden op De Kaap

Om het imago van Rotterdam-Zuid op te vijzelen, organiseerde de stad afgelopen vrijdag ‘De Grote Oversteek’: een overnachting voor noorderlingen bij bewoners ‘op Zuid’.

Antoine Achten met vrouw Esther en zoon Gijs voor hun huis. Foto Mark Hoogstad Hoogstad, Marc

Het is bijna middernacht als we, moe maar voldaan na een avondje Rotterdam-Zuid, terug naar huis slenteren. Op de hoek van de Brede Hilledijk en de Sumatraweg staan zeven Antilliaanse jongens luidruchtig te converseren. Capuchon op het hoofd, blinkende kettingen. Ik aarzel, maar mijn gastheer stapt rustig verder. „Gewoon doorlopen, niks aan de hand.”

Welkom op Katendrecht, het roemruchte schiereiland ‘op’ Rotterdam-Zuid, dat begin dit jaar werd opgeschrikt door een reeks gewelddadigheden, waaronder een moord. Maar mijn gastheer-voor-één-nacht, Antoine Achten, is wel wat gewend. Als student woonde hij in de jaren negentig op de Nieuwe Binnenweg. „Ik heb het bloed van de straat staan schrobben.”

Achten, geboren in Venray, houdt van het multiculturele Rotterdam (172 nationaliteiten). Het zijn vooral „de diversiteit en de dynamiek” die hem, adviseur visuele communicatie bij TNT Post in Den Haag, elke keer opnieuw raken. „Rotterdam is waar Nederland anno 2007 voor staat, ook al is dat soms in extremis. Maar daar wil en kan ik mij niet van afkeren, daar wil ik deel van uitmaken.”

Bij hem (39) en zijn vrouw Esther Bosman (34) mag ik, inwoner van Noord, de nacht doorbrengen. Als onderdeel van De Grote Oversteek: een verkenningstocht door Zuid voor 37 ‘noorderlingen’, die bij 23 gastgezinnen mochten overnachten. Dit om oude vooroordelen over het verloederde stadsdeel („Voor Zuid kom ik mijn bed niet uit.”) bij te stellen.

Maar, eerlijk is eerlijk, ook op Katendrecht blijven het „toch een beetje gescheiden werelden”, zegt Bosman. Geboren en getogen Katendrechters, in de volksmond Kapenezen, spreken gekscherend van de ‘Goudkust’ als ze het woonblok op de kop van De Kaap bedoelen waar Achten en zijn echtgenote drie jaar geleden hun intrek namen.

Katendrecht blijkt zaterdagochtend vooral een oase van rust. Zoon Gijs (9,5 maand) heeft zich niet laten horen, en als ik om acht uur de gordijnen openschuif, ontwaar ik slechts een pruttelende rijnaak op de Nieuwe Maas. „Hier zit je altijd eerste rang”, had Antoine me al verteld, en daar blijkt geen woord van gelogen.

Wat ook waar is: het wemelt van de hondenbezitters op De Kaap. Een overdaad aan viervoeters is tot daaraan toe, maar geen enkele winkel op het schiereiland? Ja, Tattoo Bob aan het gerenoveerde Deliplein, maar verder? Mijn gastvrouw mist „een leuk cafeetje waar ik af en toe een kop koffie kan drinken en de krant kan lezen”. Ook aan een supermarkt voor de dagelijkse boodschappen ontbreekt het. En dus schakelen mijn gastheer en -vrouw met grote regelmaat de bezorgdienst van Albert Heijn in. „Tegen die zes euro extra valt niet op te rijden”, zegt Antoine.

Toch doen we ’s ochtends boodschappen. Op de altijd drukbezochte markt op het Afrikaanderplein. Of mart, zoals de Rotterdammers zeggen. Deze markt is elke woensdag en zaterdag Rotterdam in het klein: een smeltkroes van culturen.

Verderop, in het Afrikaanderpark, staat Marco Pastors, het raadslid van Leefbaar Rotterdam die ook heeft meegedaan aan De Grote Oversteek, net als twee PvdA-collega’s die ‘op Zuid’ wonen, wethouder Dominic Schrijer en raadslid Matthijs van Muijen. Weinig allochtone deelnemers aan het kennismakingsproject, zeg ik. „Ach ja”, grijnst Pastors. „Had jij anders verwacht?” Vrijdag was het Suikerfeest, het traditionele slot van de vastenmaand.

Antoine en ik sluiten onze kennismaking af bij een wijnhandelaar aan de Rijnhaven, die zijn zaak de toepasselijke naam Wijnhaven heeft meegegeven en toprestaurants als De Librije tot zijn klantenkring mag rekenen. Zeven jaar geleden vestigde Lammert Wiegmink zich op De Kaap, en de geboren Fries wil nooit meer weg. „Toen ik kwam, was het hier een gribuszooi. Maar nu? Katendrecht zit in de lift.”

Bedwelmd door alle indrukken fiets ik om half drie de Erasmusbrug over. Terug naar Noord.