Is eerlijk wel zo eerlijk

Milieukeurmerken zijn vaak ondoorzichtig, zegt een Utrechtse promovendus.

Zij pleit voor meer en onverwachte controle op telen van keurmerkproducten.

Vrijwel elke milieubewuste consument zal wel eens voor het schap staan twijfelen. Geloven we in het nieuwe logo ‘gecontroleerde natuurvriendelijke teelt in harmonie met de natuur’ van conservenfabrikant Bonduelle, of nemen we toch maar de goedkopere erwtjes van de Euroshopper? De biologische Eko bloem van Koopmans (1,59 per kilo), of die van huismerk Markant (0,49 cent)? Eigenlijk zouden we moeten weten of de extra eurocenten de natuur en het milieu ook echt ten goede komen. Maar daar is momenteel niet achter te komen, zo blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht. De openbare informatie over milieukeurmerken is hier te summier voor.

Jurist Mariette van Amstel, die deze week op dit onderzoek promoveerde, concludeert dat juist vanwege die ondoorzichtigheid geen enkel milieukeurmerk geheel betrouwbaar is. „Ze verkeren allemaal in het schemergebied tussen betrouwbaar en onbetrouwbaar”, schrijft ze. De minst betrouwbare keurmerken acht ze die van bedrijven zelf, zoals die van Bonduelle, Albert Heijn en de supermarktorganisatie EurepGap. Algemene milieukeurmerken zoals Eko en Milieukeurmerk acht de onderzoeker de meest betrouwbare. Hun telers zijn gemotiveerder en ze worden gecontroleerd door een onafhankelijk bedrijf, een zogeheten Certificerings Instelling (CI). Maar zelfs die beste categorie kan volgens haar niet garanderen dat álle boeren zich ook aan de afgesproken teeltmaatregelen houden, omdat vrijwel niks over de controles openbaar is.

De Utrechtse onderzoekers interviewden zo’n negentig boeren, afnemers en controleurs. „Natuurlijk waren er veel gemotiveerde boeren”, vertelt Van Amstel-Van Saane aan de telefoon. „Maar juist bij de keurmerken van bedrijven bleken er ook boeren die het deden omdat ze het moesten van hun afnemer. Vooral zij kwamen met anekdotes hoe je door de controle heen kon komen, bijvoorbeeld door verboden bestrijdingsmiddelen in de slaapkamer te verstoppen.”

Zwak punt bij alle keurmerken, zo constateert ze, is dat de standaardcontroles nooit vaker zijn dan eens in het jaar, en dat ze worden aangekondigd. Alleen wie niet aan alle eisen blijkt te voldoen, kan tussendoor een onverwachte controle krijgen. Telers kunnen bovendien naar een andere CI overstappen. Dat deze instellingen met elkaar moeten concurreren, kan leiden tot een grotere soepelheid.

De onderzoeker stelt voor dat milieukeurmerkhouders telers motiveren met trainingen, iets wat een aantal keurmerkhouders al doet. Daarnaast zou ze willen dat milieukeurmerken het voorbeeld volgen van de nieuwe fair trade-chocoladereep Tony’s Chocolony’s, die eerlijk op de verpakking vermeldt ‘op weg te zijn naar 100 procent slaafvrij’. Dit na kritiek dat de controle op de cacaovelden in Ivoorkust niet waterdicht was.

Regien van der Sijp, directeur van de vijftien jaar geleden opgerichte Stichting Milieukeur, ziet niks in een formulering in de trant van: ‘op weg naar een goed milieu’. „De producten met een Milieukeur erop zijn helemaal oké”, zegt ze, „want boeren ontkomen er niet aan.” Daarbij wijst ze op het feit dat ook nog een onafhankelijke derde partij, de Raad van Accreditatie, zowel de Stichting Milieukeur controleert als de Certificerings Instellingen die de telers bezoeken.

In 2004 had de Sociaal Economische Raad (SER) al geadviseerd om de openbare informatievoorziening over alle milieukeurmerken te verbeteren – naar schatting zijn er inmiddels enkele honderden. Begin 2008 hoopt het ministerie van Economische Zaken een consumentensite hierover te lanceren. Alleen onafhankelijk gecontroleerde milieukeurmerken mogen in die databank, na eerst een rapportcijfer te hebben gekregen van de Raad voor Accreditatie. „Een keurmerkhouder met een onvoldoende kan dan beslissen uit de databank te blijven”, zegt woordvoerder Edwin van Scherrenburg, „want die rapportcijfers zullen openbaar zijn.” De Tweede Kamer bespreekt binnenkort ook het wetsvoorstel ‘Oneerlijke Handelspraktijken’. Deze in 2003 door de EU ingestelde richtlijn verbiedt misleidende claims, en verplicht bedrijven voldoende informatie te verschaffen om zijn claims te kunnen beoordelen. Bij een aanklacht van de Consumentenautoriteit (een organisatie van het ministerie van Economische Zaken), ligt de bewijslast bij het bedrijf.