Hulp aan jongeren niet goed geregeld

Jongeren met een lichte verstandelijke handicap of psychische problemen krijgen niet of te laat de zorg die ze nodig hebben. Doordat de hulpverlening achterblijft verergert de toestand van deze jongeren. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in het onderzoek Kopzorgen dat gisteren werd gepresenteerd.

Doordat de beschikbare hulp niet aansluit op de behoefte van kinderen met een laag IQ of met stoornissen als autisme, ADHD, schizofrenie en depressie, „is het risico groot dat de problemen van deze jeugdigen escaleren”. De Rekenkamer onderzocht de hulpverlening aan kinderen van 0 tot 23 jaar en hun ouders. Zij hebben met tal van organisaties te maken als zij hulp willen krijgen. De jongeren hebben veelal een combinatie van problemen en behoefte aan zorg vanuit verschillende disciplines maar „vallen vaak buiten de boot”.

De Rekenkamer vindt dat de ministers Rouvoet (Jeugd en Gezin, CU) en Klink (Volksgezondheid, CDA) moeten regelen dat die jongeren de zorg krijgen die ze nodig hebben. „Het Rijk moet er voor zorgen dat er een goed werkend stelsel bestaat.”

Zorgkantoren en provincies analyseren niet objectief aan wat voor soort zorg behoefte is, schrijft de Rekenkamer. „Als dat wel zou gebeuren, zou duidelijk zijn welke zorg precies nodig is en welke kosten daaraan verbonden zijn.” Zij bieden nu slechts zorg aan op basis van de beschikbare hulp bij zorginstellingen. Daar komt bij dat zorgverleners van de verschillende zorgsectoren niets met elkaar afstemmen. Verder is er gebrek aan doorstroming van jeugdzorg naar de zorg voor volwassenen.