‘Grote drie versterken greep op Europa’

Het nieuwe EU-verdrag versterkt de positie van de regeringsleiders ten koste van de Europese Commis-sie, zegt de Zweedse onder-zoeker Jonas Tallberg.

De greep van de ‘grote drie’ – Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië – op de Europese Unie zal verder toenemen. Die tendens tekende zich, door de voortdurende uitbreidingen van de Unie, al af. Met het nieuwe EU-verdrag, dat eind deze week in Lissabon wordt beklonken, zal die ontwikkeling zich verder doorzetten.

Dat zegt Jonas Tallberg, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit Stockholm. Hij deed onderzoek naar de gang van zaken in de Europese Raad van regeringsleiders – het machtscentrum in de EU dat weliswaar de politieke hoofdlijnen uitzet, maar altijd achter gesloten deuren vergadert en nooit notulen maakt.

Tallberg hield diepte-interviews met 33 toponderhandelaars – (oud-)premiers, (ex-)ministers en hoge (ex-)diplomaten. Zij gunden hem een unieke blik achter de schermen van het machtsspel in de Europese Raad.

Met het nieuwe EU-verdrag, het Hervormingsverdrag, wordt het bestuur van de EU „efficiënter en democratischer”, zegt Tallberg in een telefonisch vraaggesprek.

De Europese Raad krijgt een vaste voorzitter, in plaats van elk half jaar een andere voorzitter zoals nu. Wat heeft dat voor gevolgen?

Jonas Tallberg: „Het roulerend voorzitterschap werd door het toenemende aantal lidstaten steeds moeilijker vol te houden. Aan die dubbelrol van rondvliegende regeringsleiders die er het EU-voorzitterschap een half jaartje bij doen, komt een eind. Met een vaste voorzitter krijg je meer continuïteit en het geeft de Europese Raad ook meer gewicht en gezicht. Daardoor komt meer nadruk te liggen op de intergouvernementele samenwerking, ten koste van de supranationale samenwerking. Die verschuiving – niet spectaculair, wel gradueel – was al aan de gang en wordt door het Hervormingsverdrag bezegeld.”

Leidt dit er ook toe dat grote landen meer te zeggen krijgen in Europa?

„Ja, er komt meer ruimte voor informele politiek – bilateraal en in kleine groepen rond de vaste voorzitter. Daarin zullen de drie grote landen het voortouw nemen, omdat ze nu eenmaal het meeste gewicht in de schaal leggen. Formeel zijn alle lidstaten gelijk, maar dat is vooral een procedurele fictie. De Europese Commissie geldt als hoeder van de kleinere en middelgrote lidstaten, maar als zij speelruimte kwijtraakt, dan leveren die landen ook onderhandelingsmacht in.”

U hebt het over de ‘grote drie’. Waarom niet over Italië, Spanje of Polen – in Europa toch ook grote landen?

„Die blijken in de EU zelden in staat de macht te mobiliseren die men hun op grond van omvang en inwonertal zou toerekenen. Omgekeerd weegt de stem van bij voorbeeld Luxemburg zwaarder dan men zou verwachten. Dat komt vooral door het grote persoonlijke gezag dat premier Jean-Claude Juncker door de jaren heen heeft weten op te bouwen.”

In het Hervormingsverdrag wordt de Europese Commissie kleiner. Wat gaat dat betekenen?

„Dat zal de doelmatigheid ten goede komen. Met 27 commissarissen werd het wel erg onpraktisch. Zo’n grote club is buitengewoon lastig te coördineren en te leiden. Een kleinere Commissie zal ook beter kunnen focussen op het algemeen belang van de EU. Nadeel is mogelijk dat de Commissie aan legitimiteit inboet, doordat niet elke land steeds een Commissielid mag voordragen. Maar daar wegen de voordelen van meer efficiëntie en focus ruimschoots tegen op.”

De EU krijgt ook een minister van Buitenlandse Zaken, al mag die niet zo heten.

„De huidige constructie met een buitenlandcoördinator namens de lidstaten en een buitenlandcommissaris namens de Europese Commissie werd hoe langer hoe ongemakkelijker. Beide functies worden samengevoegd. Hoe minder functionarissen, hoe beter voor de coherentie, denk ik, maar we zullen moeten afwachten hoe het uitpakt. Het wordt interessant om te zien hoe de rolverdeling met de vaste voorzitter wordt.”

Het nieuwe verdrag voorziet in afschaffing van vetorechten. Leidt dat tot betere besluiten?

„De besluitvorming wordt in elk geval efficiënter. Minder vetorechten betekent minder nationale soevereiniteit. Nationale reflexen – meer of minder sterk – zullen blijven, maar uiteindelijk kan niemand ontkennen dat je – net als voor de interne markt – voor een effectieve aanpak voor grensoverschrijdende kwesties als veiligheid, milieukwaliteit en energiezekerheid sommige bevoegdheden moet overdragen.”

‘Bargaining power in the European Council’ van Jonas Tallberg op: nrc.nl/europa