Geen exportpromotie maar conflicten oplossen

Ontwikkelingshulp moet weer politieker worden, vindt minister Koenders. Meer steun aan onderdrukte vrouwen en wankele landen. Ondernemers vrezen de terugkeer van Pronk.

„De comeback van Jan Pronk”, stond er eerder dit jaar dreigend op de omslag van het blad Forum van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Afgebeeld was Bert Koenders, de toen net aangetreden nieuwe minister voor ontwikkelingssamenwerking. Zeker in kringen van het bedrijfsleven is de naam Jan Pronk synoniem voor verkeerde, want weinig marktgerichte hulpverstrekking aan de Derde Wereld. Pronk was zowel in de jaren zeventig als eind jaren tachtig belast met de portefeuille ontwikkelingssamenwerking.

„Zijn we weer terug in het tijdperk van Pronk?”, vroegen de werkgevers zich af na een toespraak van de PvdA’er Koenders bij de aan zijn partij gelieerde Evert Vermeer Stichting. Daar had hij gezegd dat bij ontwikkelingshulp niet alleen maar moest worden gedacht „aan het planten van de eigen vlag of pure exportpromotie”. VNO-NCW concludeerde hieruit dat Koenders het bedrijfsleven veel minder wilde betrekken bij ontwikkelingssamenwerking en er dus weer een nieuwe Pronk was opgestaan.

Is Bert Koenders, die gisteren zijn voornemens voor de komende jaren in een brief aan de Tweede Kamer presenteerde inderdaad een kloon van Jan Pronk? Uit de gisteren gepresenteerde plannen kan zeker niet worden geconcludeerd dat het bedrijfsleven niet meer mag meedoen. „Private sector als motor van groei”, en „De regering zal steun verlenen aan goede initiatieven vanuit de private sector zelf”, schrijft Koenders.

Maar ook valt er in te lezen dat de voorwaarden voor steunverlening aan initiatieven uit het bedrijfsleven zullen worden aangescherpt. De investeringen moeten werkelijk ten goede komen aan de armsten.

Koenders geeft zodoende ontwikkelingssamenwerking weer een duidelijker politiek profiel. Hij schrijft dat ook in zijn beleidsbrief aan de Tweede Kamer die de titel ‘Een zaak van iedereen’ heeft meegekregen: „Ontwikkelingssamenwerking als katalysator voor ontwikkeling moet politieker worden”. In zijn ogen betekent dit dat de kloof tussen arm en rijk in ontwikkelingslanden moet worden tegengegaan, er meer aandacht moet komen voor milieu en energie zodat niet alle lasten op de armste landen worden afgewenteld, er meer wordt gedaan om gelijke rechten en kansen van vrouwen te bevorderen en extra inspanningen worden geleverd om door conflicten geteisterde landen – de zogeheten fragiele staten – te helpen.

Betekent dit nu een breuk met het beleid van Koenders’ voorganger Agnes van Ardenne (CDA)? Koenders spreekt liever over „intensiveringen”. Het overzicht van de bijna 5 miljard euro uitgaven bevestigt dit. In grote lijnen blijven de internationale, bestaande afspraken intact. Het gaat om accentverschillen. Tweede Kamerlid Kathleen Ferrier (CDA): „Koenders zet heel duidelijk het beleid van Van Ardenne voort.”

Veel kritischer is de reactie van VVD’er Arend-Jan Boekestijn. Volgens dit Tweede Kamerlid vervalt Koenders weer in de oude fout van links door het alleen maar te hebben over armoedebestrijding. Dat betekent grote hoeveelheden noodhulp. Veel beter zou het zijn als de belangstelling van Nederland zich zou richten op het stimuleren van productieve investeringen die nu al in ontwikkelingslanden plaatsvinden. Bovendien zou Koenders niet zo „geobsedeerd” moeten zijn door de millenniumdoelstellingen van de Verenigde Naties waarin een aantal doelen voor het jaar 2015 zijn gesteld. „Die worden toch niet gehaald”, aldus Boekestijn.

Koenders’ uitgesproken keuze zich meer te gaan richten op landen die geteisterd zijn of worden door conflicten, de zogeheten fragiele staten, zou wel eens verregaande nationale consequenties kunnen hebben. Vooralsnog gaat het minder om geld dan om politieke aandacht. Tot en met 2011 betreft het in totaal 110 miljoen euro.

Maar wat niet is, kan nog komen. De plannen van Koenders maken deel uit van de zogeheten 3D-benadering waarbij diplomatie, ontwikkeling (development) en veiligheidsgaranties (defense) hand in hand gaan. Ontwikkelingssamenwerking met zijn hulpgelden en Defensie met zijn vredesmissies werken steeds meer samen. Maar waar elk met hun eigen budget. De vraag is hoe lang nog. De ‘opbouwmissie’ van Nederland in de fragiele staat Afghanistan trekt een enorme wissel op het budget van Defensie. Wordt de missie van Nederland in Afghanistan na 1 augustus volgend jaar voortgezet dan zal ongetwijfeld gekeken worden naar de goed gevulde portemonnee van Koenders. Het was niet voor niets dat hij gisteren bij de presentatie van zijn plannen zei dat de begroting van Ontwikkelingssamenwerking niet bestemd is om tekorten bij Defensie op te vangen.

Lees de plannen van Koenders op nrc.nl/binnenland